Liefde en haat in 10201 woorden

Een week voor Sint-Maarten staat Dan Rhodes (1972) op Crossing Border met een boek dat in Engeland uitkwam op Sint-Valentijn. Dat laatste was een grapje van de auteur, want de 101 verhalen in zijn prachtig uitgegeven debuut Anthropologie gaan voornamelijk over moeizame relaties. De vele vriendinnen van de hoofdpersoon verlaten hem om uiteenlopende redenen (bijvoorbeeld, zoals in het titelverhaal, om veldwerk te gaan doen in de homogemeenschap van Mongolië), ontvallen hem door dodelijke ziektes, zijn hem ontrouw of juist verstikkend trouw, maken hem belachelijk, stellen hem absurde eisen, of worden in zeldzame gevallen door hem vernederd of aan de kant gezet. Erg tragisch is al dit relatiegeweld niet. Rhodes' specialiteit is het in extremo doorvoeren van een absurde situatie. De eerste zin van het verhaal `Baby' luidt: `De zwangerschap van mijn vriendin duurde meer dan twee jaar.' Het begin van `Taxidermist' is: `Columbine brak per ongeluk haar nek. Ik bracht haar naar de taxidermist en twee weken later werd ze thuisbezorgd.' In `Onschuld' heeft de ideale verloofde een papegaai die ze stiekem vieze woorden leert. En in `Proust' zet een passage uit A la recherche een vrouw ertoe aan haar relatie te verbreken: `nooit blijkt het zo groots als we hadden verwacht.'

Omdat een groot deel van de verhalen begint met `Mijn vriendin heeft me verlaten', of woorden van gelijke strekking, leest Antropologie als een serie bluesvariaties in proza. Maar dan is het meer de sarcastische blues van Loudon Wainwright III of Randy Newman dan de sombere in-de-putlyriek van Leadbelly. Een verhaal dat opent met `Ze hadden mijn vriendin ontvoerd' en de mededeling dat de ik-figuur steeds een stukje van haar krijgt opgestuurd, eindigt met de verbazing over het feit dat de losprijs niet omlaag gaat: `Denken ze soms dat ik evenveel wil betalen voor een vriendin zonder duimen, oren, neus en tepels?'

Soms zit de clou pas in de laatste zin van het verhaal. Wat te denken van de man die schrijft dat zijn vriendin stierf en dat hij, kapot van verdriet, trouw zwoer aan haar nagedachtenis? Na een tijdje, zo vertelt hij, toonde een ander meisje belangstelling, maar hij hield stand onder het motto dat het te snel op de dood van zijn vriendin volgde. Het meisje bleef volhouden en verleidde hem ten slotte toch. `Uiteindelijk bezweek ik en stortte me in haar armen. De man verzocht ons weg te gaan. Ons gewriemel, gelebber en gegiechel was storend voor de andere rouwenden.' Toch is het Rhodes niet in de eerste plaats om de lach van de lezer te doen. Antropologie is een stijloefening; ieder verhaal heeft precies 101 woorden en binnen die beperking probeert Rhodes te amuseren en af en toe te ontroeren. Zijn verhaaltjes zijn stilistisch minder briljant en gevarieerd dan de 101 versies van één gebeurtenis in Raymond Queneaus Exercices de style (1947), maar ze zijn op een enkele flauwiteit na geestig en goed geschreven. Sommige van Rhodes' `lemma's' lezen als kleine gedichtjes in proza, door hun pregnantie en door het beroep dat ze doen op het invullingsvermogen van de lezer.

Anders dan bij Queneaus Stijloefeningen (waarvan Rudy Kousbroek in 1978 een bewerking maakte) hoefde de vertaler van Anthropology zich niet in alle bochten te wringen. Engels is een compactere taal dan Nederlands, maar het verschil zit in het aantal letters per woord en niet in het aantal woorden per zin (aangezien het Nederlands meer samengestelde woorden kent). Dat de bijna twee keer zo dikke Engelse editie toch prettiger leest, komt door de chiquere vormgeving. De schutbladen tussen de verhalen, de donkerblauwe drukletter en de in lichtrood uitgevoerde titels maken Anthropology and a Hundred Other Stories tot een goede cadeautip voor Sint-Nicolaas.

Dan Rhodes treedt vanavond op tijdens het Amsterdamse Crossing Border festival om 20u15 in De Balie.