Kok: Elke lidstaat EU heeft recht op een commissaris

De Nederlandse regering blijft bij het uitgangspunt dat alle landen van de Europese Unie recht hebben op een commissaris in de Europese Commissie. Dat standpunt geldt zeker zolang de Unie niet meer dan 28 leden heeft. De Europese Unie telt nu 15 leden.

Dit heeft premier Kok gisteravond in de Tweede Kamer gezegd in het debat over de informele EU-top in Biarritz van 13 en 14 oktober. Kok ontkende dat hij in Biarritz alvast de Nederlandse commissaris had `weggegeven' in ruil voor een verzwaring van het Nederlandse stemgewicht in de Europese ministerraad, zoals een ongeruste Kamermeerderheid veronderstelde. Volgens de premier is daarvan geen sprake. Hij zal op de Eurotop in Nice, volgende maand, vasthouden aan één commissaris per land in de Commissie in het beoogde Verdrag van Nice.

Maar hij had zich in Biarritz niet willen `afsluiten' van het debat over de vraag of er uiteindelijk, na de toetreding van Oost-Europese landen tot de EU, niet aan roulerende commissarissen per land moet worden gedacht. Berichten als zou Nederland als `grootste van de kleinen' in de EU de andere kleine landen verraden hebben door voor een EU met 28 leden alvast van een eigen commissaris af te zien, zijn onjuist, zei Kok.

Er zijn in de `stevige en scherpe' discussies in Biarritz geen besluiten genomen. Ook niet over Frans-Duitse suggesties om de omvang van de Commissie op termijn drastisch (tot minder dan 20 leden) te beperken, zei Kok, die niet wilde uitsluiten dat EU-voorzitter Frankrijk zal proberen om volgende maand in een Verdrag van Nice voor de verdere toekomst al iets over een beperking van de toekomstige omvang van de Europese Commissie opgenomen te krijgen.

Een `stap vooruit' noemde Kok het dat in Biarritz consensus leek te bestaan over de mogelijkheid dat groepen landen op deelterreinen voor versnelde integratie kiezen (flexibiliteit). Een (aanvaarde) voorwaarde daarbij is wel dat minimaal acht landen daartoe besluiten, en dat in principe elk ander EU-land zich later kan aansluiten bij zo'n groep. Somber was de premier over de kans dat er in Nice een akkoord komt over meer meerderheidsbesluiten en minder veto-mogelijkheden van individuele EU-landen. Toch wilde hij er de komende weken van blijven uitgaan dat alle EU-landen een ,,betekenisvol Verdrag van Nice'' willen, waarmee de Unie zich klaarmaakt voor de beoogde uitbreiding met Oost-Europese landen. De aspirant-leden van de EU moeten, ongeacht de streefdata die circuleren, eerst aan de toetredingscriteria voldoen. Zulke streefdata zijn van belang voor de huidige leden van de Europese Unie, die zichzelf door institutionele hervormingen klaar moet maken voor de uitbreiding. Maar voor de toetreders blijft beslissend of zij echt aan de toelatingseisen voldoen, zei Kok.