Kinderarbeid is in Italië aan de orde van de dag

Kinderarbeid is niet alleen een Derde Wereldfenomeen. Je denkt daarbij vrijwel vanzelf aan landen als Nepal, India, Brazilië, de Filipijnen, zo constateert de linkse Italiaanse vakbond Cgil. Maar in dit rijtje hoort ook Italië thuis. Ongeveer vierhonderdduizend kinderen van tussen de 11 en 14 jaar hebben een of ander baantje, zo staat in een rapport dat de weerslag is van twee jaar onderzoek.

Bijna de helft werkt in een winkel, een bar of restaurant. Enkele tienduizenden werken in een garage of bij een benzinepomp, tien procent zit in de bouw of helpt een loodgieter of elektriciën. Ze zijn knecht bij een schoenmaker of een kapper, of naaien thuis kleren aan elkaar.

Verdienen doen ze meestal vrijwel niets. Vier op de tien kinderen uit het onderzoek krijgt minder dan 200.000 lire per maand, ruim tweehonderd gulden. Niet meer dan vier procent verdient meer dan 1.100 gulden per maand. En meer dan de helft van de kinderen uit het onderzoek werkt meer dan acht uur per dag.

In het achtergebleven zuiden van het land vind je veel kinderarbeid, zo constateert het rapport, dat volgende week officieel wordt gepresenteerd, maar naar buiten is gebracht door de krant La Repubblica. Maar ook in het noordwesten, met zijn tienduizenden kleine familiebedrijfjes, komt kinderarbeid veel voor.

De leerplicht geldt tot vijftien jaar, maar 42 procent van deze kinderen gaat niet eens meer naar school, zo constateren de onderzoekers. Anderen komen wel, maar vallen in de schoolbanken in slaap. Dit komt opvallend veel voor bij kinderen van Chinese immigranten. Die kinderen van immigranten zitten 's avonds en 's nachts urenlang achter de naaimachine.

De vakbond hoopt met dit rapport pressie uit te oefenen op het parlement. Het parlement gaat binnenkort een wetsvoorstel behandelen dat van een hele reeks producten een keurmerk vraagt als garantie dat het niet is vervaardigd met kinderarbeid.