Jongens van de Hobby Club

Hij was een idealist, dat kan Leonard de Vries niet ontkennen. De naoorlogse maatschappij had, schreef hij in 1951, een dringende behoefte aan ,,mensen die productief en scheppend werk verrichten, die sámen met anderen daadwerkelijk en met hoofd en handen bouwen aan een betere toekomst en een gelukkiger samenleving.'' Het waren zijn boeken De jongens van de Hobby Club en De Hobby Club op avontuur in Zwitserland, die destijds honderden jongeren op het idee brachten ook zo'n Hobby Club op te richten voor het bouwen van radio's en andere apparatuur. Overal in het land onstonden zulke clubs; het waren er in die eerste jaren wel een stuk of zeventig.

,,In het leven van veel jongeren nam de Hobby Club een grote plaats in'', zegt de neerlandicus Kees Snoek, ex-voorzitter van de afdeling Dordrecht, die nog tot 1974 is blijven bestaan en morgen een reünie organiseert. ,,Natuurlijk is de ideologie uit het begin allengs vervaagd; in de loop van de jaren zestig kwamen er ook mensen die eigenlijk alleen nog maar feestjes wilden organiseren. Maar er zijn toen banden gesmeed, waarvan toch wel gebleken is dat ze vrij duurzaam zijn.''

Toen hij nog op school zat, in 1937, schreef Leonard de Vries al stukjes over het bouwen van een radio voor het jeugdweekblad Doe Mee, een uitgave van het Algemeen Handelsblad, waar zijn vader redacteur was. In 1940 publiceerde hij Het Jongensradioboek. Tijdens zijn onderduikjaren schreef hij de twee Hobby Club-boeken – in totaal 600 vellen manuscript, die hij wekenlang onder zijn kleren met zich meedroeg toen hij het Brabantse onderduikhuis wegens beschietingen tijdelijk moest verlaten. De boeken verschenen vanaf 1947 bij De Bezige Bij en werden zo goed verkocht dat ze voor de pas bovengronds gekomen uitgeverij een onmisbare inkomstenbron vormden. Snel schreef De Vries nieuwe boeken; De Bezige Bij kon er niet genoeg van krijgen.

Onopzettelijk gaf De jongens van de Hobby Club het stramien ,,waarop kinderen zelf een vereniging zouden kunnen opbouwen'', aldus een bespreking in het Algemeen Handelsblad. En dat waren profetische woorden. De Vries voelde zich dermate aangemoedigd door het enthousiasme van zijn jonge lezers, dat hij in 1949 zelfs het maandblad Hobby Club oprichtte. Er moest, stelde hij, `een machtige organisatie van Hobby Clubs' komen, die de wederopbouw van het land in de handen van de nieuwe generatie zou leggen.

,,En deze overtuiging leefde algemeen,'' schreef Kees Snoek in een gedenkboek over de afdeling Dordrecht. ,,Ook bij vele jongeren. Vooràl bij jongeren. Na het fiasco van crisis en oorlog zouden zij het moeten gaan maken, waren zij de aangewezen personen om een betere wereld op te bouwen.''

Dordrecht bleef langer bestaan dan alle andere clubs, maar ook hier sloeg de tijdgeest langzaam maar zeker toe. ,,Op een gegeven moment waren hobby's als radio's bouwen en modelbouw passé,'' beaamt Snoek. ,,Wij zijn toen versterkers gaan maken en verhuren, dat was ook een middel om aan inkomsten te komen. Eind jaren zestig hebben we nog de opleving van biologie als populaire hobby gehad; daar zag je de opkomst van het ecologisch bewustzijn. Maar gaandeweg is het zwaartepunt vooral verschoven naar de artistieke hobby's fotografie en toneel. Daar hebben we de laatste jaren nog veel aan gedaan.''

Leonard de Vries (80) gaat zaterdag als eregast naar de reünie. Dordrecht had, naar hij zegt, niet alleen de langst bestaande Hobby Club, maar ook veruit de beste: ,,Het was er zo perfect georganiseerd. En als ik er wel eens kwam, en vroeg waarom iets op die of die manier werd gedaan, dan kreeg ik als antwoord: omdat het zó in uw boek staat. Heel braaf eigenlijk.''

De schrijver, die later succes oogstte met compilatieboeken als Bloempjes der vreugd en Knotsgekke uitvindingen van de 19e eeuw, heeft met spijt de neergang van de Hobby Clubs gadegeslagen. ,,Net als veel ander jongerenwerk is het allemaal misgegaan,'' stelt hij vast. ,,Daar zal de opkomst van de televisie een belangrijke rol bij hebben gespeeld. Maar het idee, dat het belangrijk is als veel jongeren techniek studeren, is nog steeds geldig. Ook nu heeft Nederland moeite goeie technische mensen te krijgen. Ik had het misschien beter in deze tijd kunnen doen.''