Italië heeft nu ook een Bosman-affaire

De 22-jarige Nigeriaanse voetballer Ekong Prince Ipke, voortaan `zwarte Bosman' geheten, heeft gisteren in Italië een rechtszaak gewonnen tegen het maximum aantal voetballers van buiten de Europese Unie. Een Italiaanse bestuurder noemt het besluit ,,een ramp voor de kweekvijver van het Italiaanse voetbal''.

Ipke stond sinds 1994 op de loonlijst bij Reggiana, toen de ploeg in de Serie B speelde. Clubs in deze afdeling mogen slechts één niet-Europeaanse speler opstellen. In de Serie C mogen alleen clubs die zijn gedegradeerd uit de Serie B, een speler van buiten de EU onder contract hebben. Ipke, die bij Reggiana niet aan spelen toekwam, werd uitgeleend aan clubs in Slovenië, Mexico en Roemenië.

De grote clubs uit de Serie A vinden dat de maxima voor buitenlandse voetballers moeten worden afgeschaft. Zo kunnen zij makkelijker jonge spelers een proeftijd laten doorbrengen bij bevriende clubs die lager spelen. Ook kunnen de topclubs dan goedkopere spelers van buiten de EU aantrekken.

Een Milanese rechter heeft Ipke gelijk gegeven in zijn bezwaar dat er geen onderscheid gemaakt mag worden tussen voetballers van binnen en buiten de EU. De voorzitter van de Serie C, Mario Macalli, vreest dat jonge Italianen helemaal geen kans meer krijgen om ervaring op te doen en te groeien in de Serie C, omdat die dreigt te worden overspoeld met goedkopere, buitenlandse spelers.

AC Milan heeft de Italiaanse bond gevraagd binnen twee weken de regels aan te passen aan deze uitspraak. Als dat gebeurt, komt er ook een einde aan het gesjoemel met stambomen. Een aantal Latijns-Amerikaanse en Oost-Europese spelers heeft de status van speler uit de EU gekregen op basis van veronderstelde voorouders die wel uit het gebied van de huidige Europese Unie zouden stammen.