Inval FIOD bij directeur GOM

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) heeft gisteren huiszoeking gedaan bij voormalig directeur W. Vrijhoef van de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). De FIOD is op zoek naar bewijzen voor belastingfraude en valsheid in geschrifte.

Behalve bij Vrijhoef, tevens oudvoorzitter van D66, zijn huiszoekingen gedaan op zes andere plekken in Nijmegen, Arnhem en Groot-Ammers. Vrijhoef was tot een kleine twee jaar geleden directeur van de GOM. Onder zijn directeurschap leed de maatschappij in 1998 een verlies van 43 miljoen gulden. Dat werd pas duidelijk in september van dit jaar na aanpassing van de oorspronkelijke jaarrekeningen over 1998 en 1999.

Na het vertrek van Vrijhoef heeft zowel de GOM als het ministerie van Economische Zaken onderzoeken ingesteld naar mogelijk frauduleus handelen tijdens zijn bewind. Op grond van het EZ-rapport, uitgevoerd door Arthur Andersen, heeft minister Jorritsma de officier van justitie in Arnhem begin dit jaar gevraagd te onderzoeken of rechtsvervolging van Verhoef mogelijk is. Jorritsma beschuldigde Vrijhoef van ,,laakbaar gedrag'' en ,,mogelijke onregelmatigheden''.

De voormalig GOM-directeur heeft de minister vorige week gedaagd omdat zij hem in naam en goede eer zou hebben aangetast. Vrijhoef toonde zich gisteren tegenover het persbureau ANP ,,verbaasd'' over de FIOD-invallen. Hij vindt het ,,wel zeer toevallig dat de huiszoekingen nog geen week na de dagvaarding van Jorritsma plaatshebben''.

Justitie zou met name geïnteresseerd zijn in een onroerendgoedtransactie waarbij Verhoef betrokken was. Het gaat om de verkoop van het voormalige Billitonterrein in Arnhem. Daarbij zouden valse facturen zijn opgesteld. Shell was eigenaar van dat terrein, vervuild met zware metalen. Het is verkocht aan een gezamenlijke vennootschap van onder meer de GOM en Maurik uit Groot-Ammers, een bouwmaatschappij waar justitie gisteren ook een inval heeft gedaan. De vennootschap van de GOM en Maurik verkocht een gebouw aan de GOM voor 4,5 miljoen gulden, het huidige hoofdkantoor van de maatschappij.

Maurik behield de rest van de grond en opstallen en heeft een groot deel van deze bezittingen intussen doorverkocht aan derden. Vrijhoef zegt over de transactie: ,,die was volstrekt binnen de marges van de wet. Van die zogenaamde valse facturen is in het accountantsonderzoek al gebleken dat het gaat om kleine zaken, waarover de raad van commissarissen niet ingelicht hoefde te worden''.