Fluitjes

Nederlandse voetballers hebben niet altijd goede herinneringen aan scheidsrechtersfluitjes die in handen zijn van iemand anders. In 1934 bijvoorbeeld, toen de internationals tijdens hun bezoek aan Italië voor het wereldkampioenschap geterroriseerd werden door de echtgenote van de meegereisde dokter Van Dam, die met het instrument trachtte de baas te spelen over de spelers. Oud-doelman Adri van Male, in het dagelijks leven de betrouwbare poortwachter van Feyenoord, zei hierover in het boek `Negen Zeeuwen van Oranje' van Matty Verkamman, Henri van der Steen en Chris van Nijnatten: ,,Je werd gek van dat fluitje. Als ze floot, gingen we allemaal opzettelijk een andere kant op. Dan begon ze nog harder te fluiten.''

Van Male had het al zo moeilijk, omdat zowel hij als zijn collega Leo Halle van Go Ahead op het laatste ogenblik werden gepasseerd door `mental coach' Karel Lotsy, die uit het niets besloot om Gejus van der Meulen weer in het doel te zetten. Dat hij daarvoor speciaal uit Nederland moest overkomen, was voor Lotsy geen bezwaar. Wel voor de andere Oranje-spelers, want die vonden het maar niets dat Van der Meulen werd `ingevlogen'. Het enige argument van Lotsy was dat Van der Meulen in staat moest worden gesteld zijn vijftigste interland te spelen. Waarbij we het nog niet eens hebben over de gezamenlijke achtergrond van Lotsy en Van der Meulen: beiden werden in eerste instantie beroemd bij HFC uit Haarlem.

Er was dus weinig teamspirit toen Van der Meulen aanschoof aan de voetbaltafel, maar alsof mevrouw Van Dam wist dat een vijand buiten de groep dit verbroken gevoel kan herstellen, huppelde ze rond met haar fluitje en blies en blies en blies. Ze gebruikte een fluitje als een Griekse verkeersopzichter, die op een drukke plek staat en met zijn fluit aanwijzingen geeft aan het verkeer. Zoals Van Male al zei, reageerden de voetballers daarop als Griekse automobilisten: niets van aantrekken en de andere kant opgaan.

Nico Scheepmaker maakte later nog een gedicht over mevrouw Van Dam, dat hopelijk pas na haar dood werd gepubliceerd. Op Van Moorsel na, een scheidsrechter uit die tijd, behoren de genoemde namen bij de internationals uit 1934.

Ik heb een zalig uitje

dus blaas ik op mijn fluitje.

Niet dat ik Halle of Van Run

niet even een verzetje gun

(ik hou wel van een beetje gein)

maar tucht en orde moet er zijn!

Daarom geef ik mijn fluitsignaal

voor Frankie Wels en Lagendaal.

ik fluit een hele potpourri

ik ben Van Moorsels evenknie,

ik blaas, ik blaas, ik blaas en blaas

en blijf zo iedereen de baas.

En ook al ben ik dan pietluttig

ik voel mij zo tenminste nuttig.