Een lange lijst van versprekingen

Kok II is begonnen aan de tweede helft van de kabinetsperiode. Voor minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) lijkt het uitdienen van zijn termijn het maximaal haalbare.

Zelden hebben twee ministers op zo grote afstand dicht naast elkaar gezeten als Wim Kok en Jozias van Aartsen dinsdagnacht in de Tweede Kamer. Ze waren het weer eens oneens geweest. Deze keer over wanneer wie van de twee de ander nu wel of niet wat had gezegd, tijdens de geopolitieke operette die een ongedachte finale beleefde met de benoeming van de CDA'er Lubbers tot chef van de VN-vluchtelingenorganisatie. In een staatsrechtelijk en karakterologisch soms fantastisch debat over de uitleg van een maandag namens beiden afgegeven verklaring liep de premier flinke schade op. Deze keer won Van Aartsen ruim op punten, maar blij zal hij er niet van geworden zijn. Want wie zó wint van de premier, heeft als het ware geen rustig ogenblik meer.

Goed gaat het de afgelopen maanden toch al niet met Van Aartsen, sinds 1998 minister van Buitenlandse Zaken. Nu eens trekt de Tweede Kamer hem door de wringer zonder dat zijn politieke vrienden van de VVD-fractie hem hartelijk te hulp snellen, dan weer wordt hij overruled door de premier. Nu eens veegt een vertrekkende topambtenaar, Richelle, per afscheidsmemo de vloer met zijn ministerie aan, dan weer moet hij tegen zijn zin instemmen met een hoge Europese baan (directeur Ontwikkelingssamenwerking) voor dezelfde ambtenaar.

Het uitdienen van zijn ministerschap aan de Haagse Bezuidenhoutseweg, waar hij even verderop eerst vier jaar op Landbouw zat ('94-'98), lijkt de maximale optie. Dat hem in 2002 nog een derde ministerspost zou toevallen, is niet waarschijnlijk, zelfs niet meer voor zijn eigen partij. Want parlementariërs en journalisten kunnen een lange lijst aan versprekingen en vergissingen sinds de zomer van 1998 uit het dossier-Van Aartsen halen – en zij doen dat geregeld. Dat sommige, aanvankelijk gekritiseerde acties naderhand toch niet onverstandig bleken te zijn geweest, zoals zijn aanpak van de kwestie-Oost-Timor, vorig najaar, en zijn aankondiging dat hij Suriname niet, zoals zijn voorganger Van Mierlo, in het hart van zijn beleid wilde zetten, doet daaraan weinig af. De minister zorgt bovendien met regelmaat zelf voor aanvullingen op die lijst.

Laatste voorbeeld daarvan was een paar weken geleden zijn openlijke oproep, als enige minister in de Europese Unie, aan de toenmalige Joegoslavische oppositie om toch wél aan de uiteindelijk uitgebleven tweede verkiezingsronde mee te doen. Na die oproep moest hij de hoon van de Tweede Kamer verduren en een correctie van de premier, wat hem bijna tot aftreden bracht. De gedachte achter die oproep was niet gek, informeel bepleitten veel andere EU-landen trouwens hetzelfde. De Unie zou zich immers in een moeilijk parket hebben bevonden indien die tweede ronde was doorgegaan en dan, zonder de deelneming van de oppositie, een formele ambtsbevestiging van president Miloševic zou hebben opgeleverd. Dat de oppositie in staat bleek om tussentijds de macht op straat te veroveren, was nauwelijks te voorzien toen Van Aartsen zijn oproep deed.

Een oud-minister: ,,De gedachte achter die oproep was inderdaad niet gek. Die zaak is in de Tweede Kamer nogal opgeblazen. Maar hoe heeft hij het zich toch in zijn hoofd kunnen halen om die oproep in zijn dooie eentje te doen?'' Maar premier Kok had zijn minister de volgende dag niet openlijk moeten afvallen. Hij had het advies dat hij Van Aartsen gaf – je mond houden – beter zelf ook kunnen volgen, vindt deze oud-politicus.

De verhouding tussen de premier en Van Aartsen is verslechterd. Hun karakters botsen wel eens. De premier ergert zich soms, en hij is niet de enige, aan de nogal ostentatieve manier van optreden van Van Aartsen, en de rol die hij voor zichzelf weggelegd ziet in een wereld waar de Albrights, Fischers en Védrines als het ware steeds op zijn volgende telefoontje zitten te wachten. Omgekeerd heeft Van Aartsen soms weinig bewondering voor Koks neiging zich op de achtergrond te houden, vooral als de ,,harde kant'' van het vredes- en veiligheidsbeleid aan de orde is of – bijvoorbeeld aan Molukse gesprekspartners – eenvoudig ,,nee'' moet worden gezegd. Over Kok wordt wel gezegd dat hij meer van Drees dan van Den Uyl heeft, maar dat is af en toe twijfelachtig.

Ten tijde van het vorige kabinet vond Kok de debuterende vroegere topambtenaar Van Aartsen een flinke man die in de landbouwsector allerlei achterstallig onderhoud gedecideerd ter hand nam. Maar in het tweede kabinet-Kok zitten zij vaker in elkaars vaarwater. De premier heeft economisch de wind in de rug en kan en wil ook daardoor steeds meer aandacht geven aan de Europese politiek. In Europa geldt hij bovendien als man met ervaring en gezag, terwijl Van Aartsen geen grote belangstelling voor Europese kwesties heeft en op dat terrein veel overlaat aan staatssecretaris Benschop, die ook nog partijgenoot en vertrouwensman van de premier is. Daar komt bij dat de rol van `regeringsleiders' steeds belangrijker wordt in de EU. Het risico van ,,gecompartimentaliseerde circuits'' tussen de premier en Buitenlandse Zaken wordt daardoor groter, zegt een kenner.

Bij zijn aantreden op Buitenlandse Zaken maakte Van Aartsen er een groot punt van dat Nederland niet lacherig moet doen over zijn gewicht en betekenis in de wereld en moet proberen, zonodig in wisselende coalities, zoveel mogelijk het Nederlandse belang te dienen. Er moesten meer Nederlanders in aanmerking komen voor belangrijke internationale functies, en hij kondigde aan dat hij in alle gevallen een Nederlander kandidaat zou stellen. Afgelopen voorjaar raakte Den Haag in rep en roer toen de VVD'er Carlo Trojan ontslag kreeg als secretaris-generaal van de Europese Commissie. Van Aartsen en Kok zeiden met alle kracht naar `compensatie' te streven. Maar behalve de baan van Richelle, die vooral te danken is aan de wens van de Deense Eurocommissaris Nielson waarmee premier Kok op de informele EU-Top in Biarritz onlangs dan maar akkoord ging, heeft dat nog niet veel opgeleverd.

Buiten Europa valt de benoeming op van oud-premier Lubbers tot hoofd van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Of die benoeming eerder ondanks dan dankzij de Nederlandse regering tot stand kwam, mag de vraag zijn. Van Aartsen en Kok staan, na een moeizame spijtbetuiging van de premier, weer zij aan zij, elk met een cassetterecorder in de binnenzak. Samen staan zij pal namens een niet zó groot land, dat graag vaker de vlag zou hijsen, maar veelal moet afwachten welke besluiten daarover elders vallen.

dossier rijksbegroting: www.nrc.nl

Eerdere delen van de serie verschenen op, 4, 18 en 19 en 31 oktober.