Dave Eggers wil volledige openheid

De roman `Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit' van Dave Eggers was in Amerika een sensatie, niet door de inhoud als wel door de ongebruikelijke vorm. ,,Er zit géén ironie in dit boek!''

,,Sorry voor mijn haar. Ik probeer het al een tijd lang onder controle te krijgen.'' Dave Eggers, zojuist overgevlogen uit Amerika, oogt wat bleekjes, en wanneer hij zijn baseballpetje afzet, staat zijn donkere, krullende haar, zo'n vijftien centimeter lang, letterlijk recht omhoog. Eggers is in Amsterdam voor het Crossing Border Festival, waar hij zal optreden met schrijvers van het door hem uitgegeven literaire culttijdschrift McSweeney's. Bovendien zal hij voorlezen uit (EHVVDG), zijn autobiografische debuutroman, die het afgelopen jaar een ongekende positieve ontvangst kreeg. Onlangs verscheen het boek in een Nederlandse vertaling bij Vassallucci.

De media-aandacht was Eggers geen onverdeeld genoegen; hij staat bekend als moeilijk te interviewen. Eggers beantwoordt vragen normaalgesproken uitsluitend per e-mail, wil journalisten nog wel eens op het verkeerde been zetten en stuurde eens een Amerikaans tijdschrift als antwoord op hun vragenlijstje een velletje met tekeningen. Maar wanneer we eenmaal zitten te praten, blijkt Eggers een uitgesproken serieuze persoonlijkheid die, zacht en bedachtzaam sprekend, uitgebreid op alles ingaat. EHVVDG is dan ook een `diep-serieus boek', zoals de auteur vertelt.

Het boek Eggers prefereert de term `boek' boven `roman' of `memoires' beschrijft hoe Eggers in 1991 op zijn 21ste binnen vijf weken beide ouders verloor aan kanker, en toen de zorg op zich nam voor zijn achtjarige broertje Toph (Christopher). Ze verhuizen naar Californië, waar Eggers het Generation X-tijdschrift Might opricht, als ouder voor Toph fungeert, en vervolgens met nog meer onverwachte ongelukken en dood geconfronteerd wordt. Wat het verhaal bijzonder maakt, en het uittilt boven de standaard-autobiografie, is de zelf-reflexieve, hyperbewuste stijl van de verteller, en een uitbundig gevoel voor humor. Dit uit zich bijvoorbeeld in het voorwoord, met daarin alle passages die uit het boek zijn verdwenen, en de dankbetuiging, waarin Eggers zo ongeveer alle mogelijke kritiek op zijn boek en werkwijze ondervangt, een lijst met symbolen en de belangrijkste thema's geeft, en een overzicht van de gemaakte onkosten.

Eggers: ,,Het dankwoord heb ik als eerste geschreven. Deels om uit te leggen aan mezelf wat ik ging doen, dat te ordenen in mijn hoofd, maar deels ook om het echte schrijven nog even uit te stellen, daar zag ik enorm tegenop.'' Maar is het niet ook een manier om alle mogelijke kritiek voor te zijn, de reactie van de lezer te sturen? ,,Sure. Ik heb zelf een tijd lang als recensent gewerkt, wist dus waar ze mee zouden komen. Maar ik ben zelf mijn ergste criticus. Ik ben opgegroeid in een katholiek gezin, onder de kritische blik van mijn moeder, en heb daaraan zowel allerlei schuldgevoelens overgehouden als een aversie tegen oordelen. En ik hou er niet van verkeerd begrepen te worden.''

Dat geldt in het bijzonder voor recensenten die meenden ironie in EHVVDG te bespeuren. ,,Maar er zit helemaal geen ironie in het boek!'', zegt Eggers met veel nadruk. ,,Er is een soort parodie op ironie aanwezig, in de passages over het tijdschrift Might. Ik wilde daarmee laten zien hoe geaffecteerd en cynisch we toen waren, en hoe de echte gebeurtenissen in het boek, dood en een ongeluk, die oppervlakkige attitude volkomen verpletteren. Het boek is zeker niet tongue in cheek, het is juist heel recht door zee en eerlijk op het gênante af. Ik streefde naar volledige openheid, de meest pijnlijk oprechte manier om het verhaal te doen. Daarom zitten er ook al die zelf-reflexieve passages in: als je een boek schrijft over jezelf, kun je niet doen alsof je je niet niet bewust bent van jezelf, dat zou kunstmatig zijn.''

Eggers vertelt zich altijd bewust te zijn van wel vijf of zes verschillende stemmen in zijn hoofd, die commentaar geven op elkaar. ,,Ik ben er erg in geïnteresseerd hoe je dit soort gedachtenstromen op papier kunt zetten. Saul Bellow was daar erg goed in, en ik las hem dan ook geregeld tijdens het schrijven van dit werk. In mijn volgende boek, een roman met een vrouwelijke hoofdpersoon, probeer ik dat nog veel meer te doen, en de razendsnelle timing van gedachtenstromen beter weer te geven. In EHVVDG besloeg dat maar een fractie van het verhaal; ik denk dat ik het nu beter zou kunnen. Tenslotte was het pas mijn eerste boek.

,,Ergens is het ook een soort vloek om je steeds hyperbewust te zijn van alles'', mijmert de schrijver. ,,Het moet prettig zijn, op een bepaalde manier, om het `ononderzochte leven' te leven, misschien ben je dan vrijer. Maar wil je daarnaar terug? Naar een soort holbewonersbestaan? Een van de thema's van dit boek is het zoeken naar wat je het meest menselijk maakt. Daarvoor moet je je bewust zijn van bepaalde grenzen, parameters en waarden, al was het maar om ze te verwerpen.''

Zoals Eggers ook al beschreef in EHVVDG, speelt juist de alomaanwezigheid van de dood in zijn leven daarbij een belangrijke rol. Hij legt uit: ,,Al mijn familieleden gingen dood voordat ze 55 werden, dus heb ik heel sterk het gevoel dat ik nú moet leven, in een soort wanhopige poging om alles zo snel mogelijk te doen. En wanneer je je vrienden totaal onverwachts binnen een paar dagen tijd ziet sterven wordt je hongerig naar elke willekeurige ervaring. Maar dan, als je verwacht op elk willekeurig moment dood te kunnen gaan, wordt het leven oneindig veel interessanter. Ik zou het iedereen toewensen, it's fun! Uiteindelijk is EHVVDG een uitgesproken levensbevestigend boek.''

Dave Eggers treedt vanavond en morgenavond op het Crossing Border Festival te Amsterdam