Angola heeft keuze tussen dieven of rovers

Angola wordt rijk van de olie. Maar de bevolking merkt niets van die voorspoed. Zij heeft de keuze uit twee kwaden: de dieven van regeringspartij MPLA of de rovers en moordenaars van rebellenbeweging Unita.

`Het is andere stront, maar de vliegen er omheen zijn nog steeds dezelfde.' Met deze plastische omschrijving duidt een buitenlandse zakenman de politieke en economische situatie in Angola.

De regering zwoer haar marxistische verleden af en Westerse oliemaatschappijen doen grote investeringen. Maar voor de gewone Angolees is er weinig veranderd: de sociale indicatoren zijn de slechtste van Afrika en de corruptie tiert welig.

De regering van de Volksbeweging voor de Bevrijding van Angola (MPLA) is de enige ter wereld die na het einde van de Koude Oorlog haar communistische ideologie in de prullenbak gooide, en overleefde. De Verenigde Staten steunden in de jaren tachtig de rebellen van de Nationale Unie voor de Totale Bevrijding van Angola (Unita) met 250 miljoen dollar aan militair wapentuig om de MPLA te dwarsbomen en de Russen en Cubanen uit Angola te verdrijven. Washingtons politiek is inmiddels 180 graden gedraaid.

De VS steunen de strategie van de MPLA om het door Jonas Savimbi geleide Unita op het slagveld te elimineren. Amerikaanse veiligheidsbedrijven van voormalige Amerikaanse hoge officieren, zoals AirScan, doen dagelijks met high tech vliegtuigen de ronde in het Angolese luchtruim en overhandigen informatie over troepenbewegingen van Unita aan het regeringsleger.

Angola staat aan de vooravond van grote olierijkdom, waarop veel vliegen afkomen. Het land produceert nu al 850.000 vaten per dag. Na recente nieuwe diepzeevondsten gaat de productie in 2005 1,5 miljoen vaten bedragen. Angola is nu de op vijf na grootste olieleverancier van de Verenigde Staten. Na de nieuwe ontginningen zal 10 procent van Amerika's behoefte aan olie uit Angola komen.

Door de hoge olieprijzen zwemt de regering in het geld. Waren de staatsinkomsten voor dit jaar geraamd op ongeveer vier miljard dollar, ze vallen nu zeker drie miljard dollar hoger uit. Een groot deel gaat op aan afbetaling van de schuldenlast van negen miljard dollar, opgelopen door de hoge militaire uitgaven. Ruim 90 procent van 's lands inkomsten komt van de olie. Officieel gaat 10 procent naar het leger en 7 procent naar de (paramilitaire) politie.

De bevolking merkt weinig van de voorspoed. ,,Een derde van de Angolese kinderen sterft voor het vijfde levensjaar'', vertelt het hoofd van een hulporganisatie van de Verenigde Naties. ,,Twee van de twaalf miljoen Angolezen leven als ontheemden. Ze zijn afhankelijk van voedselhulp. De marge om te overleven is smal.''

De hoofdstad Luanda, één van de smerigste van Afrika, kreeg onlangs een schoner aanzien. Dit is niet te danken aan regeringsactiviteiten maar aan de `particuliere sector'. Het bedrijf Urabano 2000 van Isabel dos Santos, dochter van de president, kreeg een lucratieve order om de stad schoon te vegen. Een ander bedrijf van de presidentsdochter handelt in diamanten. Weer een andere doet aan welzijnswerk. ,,Dan hoeft de overheid haar werk niet te doen. Dit is een betere vorm van corruptie'', stelt een diplomaat cynisch vast.

Angola behoort tot de meest corrupte landen van Afrika. Het bereikte op de vorige maand gepubliceerde lijst van Tranparency International de zesde plaats, maar volgens sommige waarnemers is het corrupter dan nummer één: Nigeria.

,,De exportbelasting van buitenlandse oliebedrijven gaat de staatskas in'', zegt een econoom. ,,Maar een deel van de inkomsten van het staatsbedrijf Sonangol verdwijnt naar bankrekeningen in Londen. Een klein groepje Angolezen wordt heel rijk van de olie.'' André Tarallo, voormalige directeur van het Franse oliebedrijf Elf, onthulde in juli dat hij grote sommen geld aan president Dos Santos gaf om concessies te krijgen. Elf is de grootste buitenlandse olie-exporteur van het land.

Schendingen van de rechten van de mens en persbreidel zijn in Angola erger dan in menig Afrikaans land waartegen het Westen sancties uitvaardigde, zoals Kenia en Zimbabwe. In Angola knijpen de Westerse landen een oogje dicht. De VS en Groot-Brittannië accepteren de verklaring van de regering dat alles beter wordt als Unita eenmaal verslagen is. ,,Met Unita uit de weg kunnen politiek en economie gaan liberaliseren'', aldus de woorden van een hoge Westerse diplomaat in Luanda.

De wens is de vader van de gedachte. Want de oorlog is weliswaar grondig van karakter gewijzigd sinds het Angolese leger vorig jaar een groot deel van de militaire capaciteit van Unita vernietigde, na 25 jaar burgeroorlog. Maar de strijd is nog lang niet ten einde. Na anderhalf jaar van hevige aanvallen door de regeringstroepen heeft Unita haar capaciteit verloren om een conventionele oorlog te voeren. Maar de ongeveer 12.000 opstandelingen van de inmiddels 66-jarige Savimbi slagen er nog steeds in vanuit Zambia, Congo en Zuid- Afrika de noodzakelijke goederen aan te voeren. Ook ontvangen ze wapens van corrupte regeringssoldaten. ,,Dat is voldoende om een lange guerrillastrijd te kunnen voeren'', analyseert een veiligheidsadviseur. ,,Ze zorgen ervoor dat het platteland onveilig blijft en voorkomen op die wijze een normalisering in het land. Van ontwikkeling kan geen sprake zijn en de bevolking blijft overgeleverd aan haar miserabele lot.''

De MPLA hield bij de eerste vrije verkiezingen in 1992 serieus rekening met een nederlaag, maar won van Unita - tot haar eigen verbazing. Unita ontstond als een bevrijdingsbeweging die gebruikmaakte van de onvrede onder de plattelandsbevolking over de concentratie van de macht in de hoofdstad Luanda. Sinds de VS en Zuid-Afrika hun hulp aan Savimbi begin jaren negentig stopzetten en de financiën opdroogden, ontaarde Unita in een terreurbeweging die met geweld steun van de bevolking afdwingt. De Angolezen zien de MPLA nu als dieven, Unita als rovers én moordenaars.

In de machtsstrijd sinds de onafhankelijkheid in 1975 bestond nooit ruimte voor een derde groepering. Het alternatief staat nog in zijn kinderschoenen, maar burger- en kerkelijke groepen werken sinds een jaar aan een nieuwe groepering, die een positie tussen MPLA en Unita moet innemen. Zij geven zowel MPLA als Unita de schuld van de sociale en politieke misère en eisen vredesbesprekingen. De MPLA werkt dit maatschappelijke middenveld tegen. Gesterkt door de Westerse steun valt het MPLA moeilijk uit het zadel te wippen. Zo duurt de patstelling tussen de kemphanen MPLA en Unita voort.