Afscheid van een fee

`In romantische rollen ben je soms echt vrij.' Balletdanseres Jane Lord over haar 21 jaar

bij Het Nationale Ballet.

Met fraaie zachte armbewegingen en bezwerende gestes mimet de Seringenfee haar rol, als goede kracht in het sprookjesballet The Sleeping Beauty tegenover de kwade fee Carabosse. De rol van goede fee is Jane Lord (1961) op het lijf geschreven. Als Seringenfee nam ze afgelopen maandag dan ook afscheid van Het Nationale Ballet, waar ze dit seizoen eenentwintig jaar aan verbonden is. Eergisteren ontving ze de Prijs van Verdienste van Stichting Dansersfonds '79, uit handen van haar ex-collega's Alexandra Radius en Han Ebbelaar. Ze werd geprezen om haar oprechte en zuivere danskunst, haar lyriek en muzikaliteit en haar inlevingsvermogen. Op grond van haar bescheiden persoonlijkheid werd ze `glanzend' genoemd.

Dat is geen slecht rapport.Maar ook voordat ze de inhoud van dat rapport kende, vond ze het, op haar negenendertigste, een mooi moment om te stoppen met dansen. Zwangerschap was de directe aanleiding, maar al langer liep ze rond met dat plan. Een balletcontract loopt doorgaans tot achtendertig jaar. Ze tekende nog bij voor een jaar en nam de post van voorzitter van de ondernemingsraad bij Het Nationale Ballet op zich, als oudgediende.

Erg nerveus is ze niet, zo vlak voor de laatste voorstelling, als ik haar thuis spreek. Hoewel, toen ze zichzelf op Ontbijt TV in een vraaggesprek zag, begon het langzaam toch wel echt door te dringen dat ze weg gaat.

,,Toch blijf ik er nuchter onder. Ik bekijk dingen rationeel. Ik zie al jaren jonge dansers met veel talent om me heen. Die moeten doorstromen. Ik heb veel bereikt in mijn carrière. Als je te lang doorgaat, wordt het alleen maar minder. Je lichaam bouwt af. Mijn lichaam is relatief goed maar mijn rug kan erg pijnlijk zijn na een zware avond en mijn linkerknie wil niet altijd volledig meer door strekken.''

Dat is de prijs voor eenentwintig jaar dansen, weet ze. Maar spijt heeft ze niet. Evenmin betreurt ze het dat haar loopbaan zich voltrok bij een en hetzelfde gezelschap. Twee keer ondernam ze een poging om naar het San Francisco Ballet te gaan, beide keren werd ze niet aangenomen. Daar is ze niet rouwig om. Wel vindt ze het jammer dat ze slechts een keer optrad in San Francisco, de stad waar ze haar jeugd doorbracht en waar haar familie woont.

Op haar veertiende al verruilde ze Californië voor Toronto, waar ze in vier jaar een gerenommeerde balletacademie doorliep die geënt is op de Engelse balletstijl. Ondanks de banden met The Royal Ballet in Londen belandde ze in Amsterdam - in tegenstelling tot de oudere leerling Wayne Eagling, haar huidige baas, die in Londen een ster werd. Zij reisde haar toenmalige vriend Barry Watt na, een jaar nadat die door Rudi van Dantzig was geëngageerd. ,,In Toronto hadden we Rudi bij een forum horen spreken, over persoonlijkheden in de dans. Dat was voor mij een nieuw geluid. Dat vond ik uitdagend, ondanks mijn puur klassieke achtergrond. Mijn verwachting is uitgekomen, nog meer dan ik had gedacht. Rudi kon mij emotioneel uit mijn tent kon lokken, mijn expressie wist hij te vergroten. En technisch ging ik goed vooruit, hoewel ik niet eens zo sterk ambitie had om eerste soliste te worden.''

Ze kreeg snel kans om te laten zien waarin ze uitblonk. Met 22 jaar was ze op de ideale leeftijd om de romantische rol Julia te dansen, bij Het Nationale Ballet in Van Dantzigs versie. Jarenlang bleef zij de Julia, het meisje dat tot over haar oren verliefd is op haar verboden minnaar en tot slot in een trefzekere beweging een dolk door haar hart jaagt. Dierbare herinneringen heeft ze aan de rol die ze jaren later opnieuw danste in Het Muziektheater. Die rijpere vertolking werd vastgelegd voor de televisie.

Sprankelend meisje

Lord houdt van emotionele rollen. ,,Je hoeft niet dezelfde emoties te beleven,als de figuur die je uitbeeldt maar je moet wel je eigen emoties erin kunnen stoppen. De eerste keer kon ik goed het sprankelende meisje uitbeelden, toen ik ouder en wijzer was juist de dramatische slot acte.''

Minder emotionele diepgang maar haar even lief was de rol van Assepoester in de beroemde versie van choreograaf Frederik Ashton. Door haar Angelsaksischgeoriënteerde balletachtergrond, met die kristalheldere lijnen, was ze geknipt voor Cinderella. Haar prins was Wim Broeckx, haar tweede geliefde toen.

Groter nog was de uitdaging om Het zwanenmeer te dansen, zowel de lyrische Odette als de temperamentvolle Odille. De eerste rol zat haar als gegoten. Voor de technisch veeleisende rol van Odille moest ze vechten, en vormden de 32 fouettées, complexe draaipassen, een struikelblok. Maar ze deed het wel en ze verlegde haar grenzen.

Ze kwam niet uitsluitend voor de klassieke rollen naar hier, evenzeer vanwege de moderne balletten, toen van de drie Van's: Van Dantzig, Van Schayk en Van Manen. Een Van Manen-danser werd ze niet, daarvoor mist ze net die uitdagend dominante uitstraling. ,,Coleen Davis en Rachel Beaujean stonden altijd voor mij als hij er was. Dat waren Hans' dansers. Jaloers was ik niet. Ik zag dat het tussen hen klikte en ik voelde me niet comfortabel in die sterke vrouwenrollen. Ik hoorde meer thuis bij Van Dantzig. En bij Van Schayk. Hun thematiek, de oorlogsellende, het bedreigde milieu, viel samen met waar ik me druk over maakte. En het werken met hen was persoonlijk, en daarom inspirerend.''

In Van Schayks Orpheus was ze een grillige Eurydice, in diens Amphitheater een razende Klytaemnestra, in Notenkraker en Muizenkoning een charmante Louise. Interessante rollen, maar het meest kon ze zich toch geven in het romantische werk: ,,Er zijn momenten dat je echt vrij bent, je moet natuurlijk wel beheerst blijven dansen, maar soms leiden de emoties je door de stappen heen, bijna als vanzelf.''

Daarnaast danste ze het veelal abstracte werk van Balanchine.,,Die veelzijdigheid van het gezelschap is goed. Je kunt niet in alles even goed zijn maar het biedt kans om je zo breed mogelijk te ontplooien. De laatste jaren is er duidelijk een kentering in de groep. De jonge generatie dansers is technisch erg sterk, en dat is goed want het niveau is hoog, ook als je dat internationaal vergelijkt. Maar ik mis een artistieke invulling. Er is niet zo vaak meer magie. Dat hangt samen met de tijd van nu. Alles gaat snel, iedereen knokt voor zich. Dat leidt tot iets oppervlakkigs. Dan heb je juist een artistiek leider nodig die daar iets tegenoverstelt.''

Problemen

Lord zei het al eerder, de groep ontbreekt het aan een inspirerend leider. Afgelopen maanden had ze als OR-voorzitter de handen vol aan het herstellen van verstoorde relaties tussen directie en dansers: als een Seringenfee ging ze te werk, verzachtte de pijn. Maar we hoeven toch zeker geen honderd jaar te wachten voordat de artistieke impasse doorbroken wordt en uitzicht komt op een gezonde toekomst? ,,Er is iets verbeterd, onder meer door de aanstelling van Wim Broeckx als assistent van Wayne. En worden nu gesprekken gevoerd over het beleid. Dat verheldert, of dat voldoende is blijft de vraag.'' En wat gaat ze doen als ze het gezelschap achter heeft gelaten? ,,Rust nemen.'' Ze denkt wel eens aan NDT 3, de groep bij het Nederlands Dans Theater die werkt met oudere dansers: ,,Jirí Kyliáns werk heeft me altijd erg aangesproken. Ook ga ik me intensiever bezig houden met dans en gezondheid, zowel mentaal als fysiek. De tijden veranderen. We moeten een nieuwe manier vinden om de ballettraditie in te passen in deze moderne tijd.''