`Ziekenhuis moet niet zeuren over personeel'

Ziekenhuizen vormen de sector met ,,de minste problemen'' op de arbeidsmarkt maar met ,,de grootste publiciteit er omheen''. Dat zei de voorzitter van de landelijke vereniging van ziekenhuizen, W. Lemstra, vandaag op een congres in Rhenen over het terugdringen van het personeelsverloop.

Volgens hem is er weliswaar personeelsverloop, maar neemt dat af. Door de toename van het aantal deeltijdwerkers zijn er steeds meer mensen aan het werk in ziekenhuizen, ,,dus het beeld dat niemand voor het ziekenhuis te porren is klopt niet''.

De CAO kan `meekomen' met de marktsector als het om de salarissen gaat en loopt op een aantal onderdelen voorop, zoals bij sparen voor een sabbatical.

Lemstra noemt het daarom tijd dat ziekenhuizen stoppen ,,elkaar en de rest van Nederland een probleem aan te praten dat niet realistisch en dus ook niet te bestrijden is''.

Ziekenhuizen hebben volgens hem de laagste vacaturegraad (1,3 procent) van Nederland. En terwijl tien jaar geleden 16,1 procent van de verpleegkundigen jaarlijks van baan wisselde, doet nu 11,5 procent dit. De vertrekkers blijven bovendien voor het grootste deel in de ziekenhuizen werkzaam. Van het personeel werkt 65 procent in deeltijd (in 1990 49 procent).

Toch moeten ziekenhuizen nog veel verbeteren aan hun personeelsbeleid, vindt Lemstra. Het ontbreken van voldoende ontplooiingsmogelijkheden en het gebrek aan carrièreperspectief vormen verreweg de belangrijkste redenen voor medewerkers om te vertrekken. Als ze korter of langer willen gaan werken vinden ze daar vaak geen gehoor voor. Bovendien blijkt een goed management op lager en middenniveau van grote invloed op de omvang van het ziekteverzuim.

Lemstra pleit ook voor doorbreking van de traditionele grenzen tussen de verschillende beroepsbeoefenaren in de ziekenhuizen. ,,Het beroep van dokter en verpleegkundige moet in de toekomst veel meer in elkaar overlopen.'' Deze beroepsgroepen hebben volgens hem ten onrechte angst ,,voor aantasting van het eigen domein''.