Weg door de tijd

Al meer dan tweeduizend jaar lang trekken reizigers over de via Appia, de 550 kilometer lange verbinding tussen Rome en Brindisi. Deze Zuid-Italiaanse havenstad is voor Italië de poort naar het oostelijke gedeelte van de Middellandse Zee. De oude Romeinen verplaatsten er hun legioenen over. In later eeuwen trokken generaals en keizers over de via Appia Rome binnen. Tocht over een bewogen weg.

De regina viarum, zo wordt zij genoemd, de koningin van de wegen. De via Appia, een weg die dichters als Goethe en Byron in vervoering heeft gebracht en schilders als Piranesi tot romantische schetsen inspireerde. Wie de via Appia nu aflegt, komt terecht op een catwalk van de geschiedenis. Met enorme schokken ga je op en neer door de tijd. Je komt Spartacus tegen en de keizers Frederik II en Filips II. Je ziet antieke graftombes en pauselijke postkantoren uit de achttiende eeuw, je stuit op onverwoestbare hobbelige Romeinse straatstenen van de via Appia Antica en op stinkende files die langzaam voortkruipen over het asfalt van de moderne SS 7, de strada statale nummer 7.

De via Appia was de eerste moderne weg, bedoeld om zo snel mogelijk van a naar b te komen. Daarom vormt de via Appia op veel stukken een messcherpe, tientallen kilometers lange lijn door het landschap, in plaats van kronkelend allerlei dorpjes en stadjes met elkaar te verbinden. Toen censor Appio Claudio in 312 vóór Christus deze weg liet aanleggen, had hij één doel: zo snel mogelijk van Rome naar Capua te kunnen komen, iets ten noorden van Napels. In dat gebied speelde de strijd tegen de Samnieten zich af om de heerschappij over Zuid-Italië. Rome won, en stukje bij beetje ging de weg verder naar het zuiden. Eerst naar Benevento, vandaar via Taranto naar Brindisi. Met de groei van de Romeinse macht werd de via Appia steeds meer behalve een militaire heerbaan ook een handelsweg, bedoeld om de goederen uit Griekenland, Egypte en Klein-Azië naar Rome te brengen.

Kronieken vertellen dat de dichter Horatius in het jaar 37 voor Christus alleen al over de reis van Rome naar Benevento een dag of acht heeft gedaan, met paard, wagen en boot. Nu kan dat natuurlijk veel sneller. Maar wie de geschiedenis rondom de via Appia goed wil proeven, kan zich het beste oriënteren op het ritme van vroeger. De eerste kilometers bijvoorbeeld moeten eigenlijk te voet of per fiets worden afgelegd. Aan bijna iedere stap is wel een verhaal verbonden.

De via Appia begon aan de voet van de heuvel van de Palatijn, bij het Circus Maximus. Langs de thermen van Caracalla kom je bij de Porta San Sebastiano, een van de best bewaarde poorten van de oude Romeinse stadsmuren, met binnenin een klein museum. Daarna begint de straat die nu nog steeds via Appia Antica heet, de Appia Nuova ligt iets meer naar het noorden. De oude en nieuwe weg zullen elkaar tussen Rome en Brindisi vaak overlappen, soms parallel lopen, en af en toe is van de oude Appia helemaal niets meer te vinden.

De allereerste paar honderd meter kijk je vooral tegen oude muren waarachter oude villa's schuilgaan, maar daarna begint het stuk dat de Appia Antica zo beroemd heeft gemaakt. Ter gelegenheid van het jubeljaar is dit gedeelte prachtig gerestaureerd en in principe gesloten voor autoverkeer. De grote grijze Romeinse stenen zijn onder het asfalt vandaan gehaald, en waar die niet meer te vinden waren, bestaat het plaveisel uit kleine steentjes. De hobbelige weg wordt geflankeerd door statige cipressen en pijnbomen met daarachter groene velden, en door een eindeloze reeks aan grafmonumenten. De Romeinen begroeven hun doden buiten de stadsmuren, en veel mensen wilden graag een plaatsje aan de prestigieuze Appia. Je vindt hier naast de kolossale tombe van Cecilia Metella, de vrouw van een generaal die onder Julius Caesar heeft gediend, ook een overvloed aan kleinere graftekens en andere antieke resten. De bodem van tufsteen heeft ook een uitgebreid netwerk van catacombes mogelijk gemaakt, waar de eerste christenen hun doden begroeven. Het woord `catacombe' is ontleend aan een plekje aan het begin van de via Appia.

Het is vooral dit schilderachtig mooie gedeelte van de via Appia, tot aan de rondweg, dat in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw tot allerlei romantische bespiegelingen heeft geleid. Sinds een jaar wordt de oude Romeinse weg niet meer doorsneden door de rondweg en gaat het verkeer in een tunnel onder de weg door. Maar een paar honderd meter daarna verandert de Appia Antica in een pad dat langzaam smaller wordt en op een gegeven moment helemaal ophoudt. Er is wel enorm veel verbeterd vergeleken met vijf jaar geleden, toen de Appia Antica hier vol lag met vuilnis. Een aantal tombes en monumenten wordt nu gerestaureerd, al zal de Torre Appia die in 1985 is ingestort na decennia van verwaarlozing, waarschijnlijk nooit meer overeind komen.

Vanaf dit punt is een auto handiger en zal de tocht regelmatig kleine afdwalingen en enig speurwerk nodig maken voor wie de resten van vroeger wil zien. Bij het metalen witte kilometerbordje 20,4 zie je een van de vele voorbeelden van de opstapeling van de tijden: in de muren van een huis links van de weg zijn de resten verwerkt van een antieke schatkamer.

In de stadjes Albano, Ariccia en Velletri wordt duidelijk dat de Appia Antica geen veelgebruikte weg meer is en dat de meeste automobilisten de moderne versie prefereren. De schaarse wegwijzers voeren in Albano langs de tombe van de Orazi en de Curiazi, twee families die elkaar fel hebben bestreden, over een geasfalteerde via Appia Antica en later via Appia Vecchia naar Ariccia en Velletri. Hier en daar vind je sporen van het knappe ingenieurswerk aan de weg terug, bijvoorbeeld van de versterkte zijkanten. Maar bij de foto's in de boekjes staat meestal: van vroeger, voordat het werd geasfalteerd.

De drukke autoweg tussen Velletri en Terracina is tientallen kilometers lang kaarsrecht en wordt beschaduwd door pijnbomen. Dit stuk via Appia is gebouwd op de resten van de vroegere Romeinse weg. Eind achttiende eeuw heeft paus Pius VI de weg laten herstellen, ophogen en verbreden. Dat je hier relatief weinig grafmonumenten ziet, komt doordat veel oude stenen zijn gebruikt als ondergrond voor de nieuwe weg. Bij de kerk van het gehucht Tor Tre Ponti zijn nog twee Romeinse mijlpalen te zien, herinneringen aan de herstelwerkzaamheden van de keizers Nerva en Constantijn. Bij Casale di Mesa, vroeger een posthalte in de pauselijke staat, staan er nog eens twee, nu als herinnering aan keizer Trajanus. Wie genoeg tijd heeft, kan hier afdwalen en uitstapjes maken naar de historische stadjes Sezze en Sermoneta tegen de hellingen van het Lepini-gebergte, naar de prachtige tuin van Ninfa, of iets naar het zuiden, naar de rots waar Circe Odysseus zou hebben verleid.

Vlak voor het station van Terracina zijn iets ten noorden van de huidige Appia met enige moeite resten van de oude weg te vinden, die hier anders liep. Ook hier heeft asfalt de stenen van vroeger geëgaliseerd. De via Panoramica die tegen de berg op loopt, laat af en toe opnieuw oude resten zien. Het loont de moeite door te gaan naar de tempel van Giove Anxur bovenop de berg, want het uitzicht daar is fantastisch. Voor de berg staat, als een monument voor de Romeinse bouwkunst, vlak aan zee de rots Pisco Montano, in opdracht van keizer Trajanus in tweeën gesneden om de via Appia laag langs de kust te laten lopen in plaats van over de berg.

Het gebied hierna ademt opnieuw geschiedenis uit al zijn poriën. Vlak voorbij Terracina staat een toren, in 1568 opgericht door Filips II, die de grens aangaf tussen het koninkrijk Napels en de pauselijke staat. Iets voor Formia vind je, afgebrokkeld en aangetast door onkruid, de graftombe van de grote Romeinse redenaar Cicero. In Santa Maria Capua Vetere kan je de gerestaureerde brug over de rivier de Volturno bewonderen, met aan het einde de monumentale poort die in 1239 is opgericht door keizer Frederik II. Het is een van de vele Romeinse bruggen op deze weg die eeuwenlang stand hebben gehouden, maar aan het einde van de Tweede Wereldoorlog zijn opgeblazen door de Duitsers. De stad, beroemd wegens haar heroïsche verzet tegen Hannibal en de slavenopstand onder leiding van Spartacus, heeft ook een amfitheater dat bijna even grandioos is als het Colosseum.

Het gebied tussen Capua en Benevento is oud oorlogsgebied. Halverwege deze twee steden, bij Caudium, in de buurt van het huidige Arpaia, hebben de Romeinen in 321 voor Christus een van hun grootste nederlagen geleden in hun strijd tegen de Sannieten. Benevento, ontleend aan het Latijnse Bonus Eventus, de goede gebeurtenis, verwijst juist naar een beslissende overwinning: die in 275 voor Christus op de roemruchte generaal Pyrrus, die al eerder zoveel mensen had verloren bij gewonnen veldslagen, dat dit eigenlijk schijnoverwinningen werden. Benevento is een stad die eeuwenlang een belangrijke rol heeft gespeeld: eerst onder de Romeinen, daarna onder de Longobarden en weer later als een buitenpost van de pauselijke staat. Daarvan getuigen de vele indrukwekkende monumenten in deze stad, zoals de Romeinse Pnte Leproso, die de via Appia over de rivier de Sabato voert.

Het lange stuk tussen Benevento en Brindisi heeft minder te bieden. Op veel plaatsen is de via Appia verdwenen en is het onduidelijk waar zij precies heeft gelopen. Alleen tussen Gravina in Puglia en Castellanata, en op het laatste stuk van de snelweg tussen tussen Taranto en Brindisi komt de Appia Antica weer te voorschijn. Dit deel van de tocht vraagt om uitstapjes naar bijvoorbeeld de grotwoningen van Matera of het museum dat zijn geboortestad Castellaneta heeft gewijd aan de legendarische Italo-Amerikaanse filmster Rodolfo Valentino.

Toen de via Appia werd aangelegd, was Taranto de belangrijkste Romeinse havenstad in het zuiden. Al heel snel werd die rol overgenomen door Brindisi, dat een van de mooiste natuurlijke havens van de Middellandse Zee heeft. De stad ontleent haar identiteit aan de rol die het door de via Appia heeft gekregen: schakel naar het oostelijke deel van de Middellandse Zee. In het stadswapen staan de twee zuilen die omstreeks het jaar 200 zijn opgericht om het einde van de via Appia aan te geven. Eén staat er nog overeind, de andere is na instorting in de zeventiende eeuw hergebruikt in Lecce. Dat symboliseert de via Appia van nu. De koningin van de wegen vertoont veel slijtageplekken. Maar zij blijft de koningin.

    • Marc Leijendekker