Verdachten Bosnië op sleutelposities

Een groot aantal Bosnisch-Servische verdachten van oorlogsmisdaden zit, vijf jaar na het eind van de oorlog in Bosnië, nog steeds op belangrijke posities in gemeenteraden en bij de politie. Ze bekleden die posities met steun van de Verenigde Naties, de OVSE en de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap in Bosnië.

Dat blijkt uit een onderzoek van de International Crisis Group (ICG), een invloedrijke organisatie van politieke analisten en onderzoekers die regeringen adviseren over crisisgebieden in de wereld. In het ICG-rapport worden namen genoemd van zo'n 75 Bosnisch-Servische verdachten van oorlogsmidaden die gebruik maken van hun functie of maatschappelijke positie om de uitvoering van het vredesakkoord van Dayton tegen te houden en de etnische zuivering van Bosnië in stand te houden.

Vertegenwoordigers van de OVSE en de VN hebben geprobeerd delen van het rapport te veranderen en publicatie ervan uit te stellen tot na de algemene verkiezingen in Bosnië op 11 november. Dat zegt de Amerikaan James Lyon, hoofd van het ICG-kantoor in Sarajevo en auteur van het rapport, vandaag in een vraaggesprek met NRC Handelsblad. ,,Ze waren niet erg enthousiast over onze beschrijving van hun optreden in Bosnië.''

In het rapport, dat voor een deel is gebaseerd op tot nu toe geheime bronnen van inlichtingendiensten, gesprekken met medewerkers van het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en interne documenten van de VN, wordt gedetailleerd beschreven hoe internationale organisaties en militairen in Bosnië langs elkaar heen werken.

Over de Bosnische-Servische leider Radovan Karadzic , een van de belangrijkste verdachten van oorlogsmisdaden, zegt een functionaris van een inlichtingendienst uit een NAVO-lidstaat in het ICG-rapport: ,,We hebben nog geen opdracht gekregen om hem te arresteren.'' Uit eigen onderzoek van de ICG is gebleken dat het niet moeilijk is om informatie te verkrijgen over de verblijfplaatsen van Karadzic.

Volgens het ICG-rapport is de niet-openbare lijst van aangeklaagden door het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag opvallend kort. Ze omvat geen honderden maar slechts ,,tientallen'' namen

Rust in Bosniëpagina 5