UCI geeft 4,5 miljoen uit aan dopingstrijd

De internationale wielerfederatie (UCI) spendeert veel meer geld aan dopingbestrijding dan voorzitter Hein Verbruggen dinsdag bij zijn verhoor in het Festina-proces wilde doen geloven. De bedragen die Verbruggen noemde – sinds 1995 140.000 gulden per jaar – berusten op een groot misverstand. De UCI besteedt daar vandaag de dag miljoenen aan.

De wielerbond hechtte er aan de ontstane verwarring recht te zetten en nieuwe verdachtmakingen over nalaten van controles of in de doofpot stoppen van dopingaffaires te ontzenuwen. ,,Tussen 1996 en 1999 heeft de strijd tegen doping 5 procent van het UCI-budget opgesoupeerd. Dat ging om 3 miljoen Zwitserse francs (4,5 miljoen gulden, red) op een totale begroting van 60,7 miljoen'', aldus de toelichting.

Vier miljoen gulden dus in die periode en de groei is er nog niet uit. De UCI verwacht dat de uitgaven tussen 1998 en 2001 zullen stijgen naar 8,45 procent van de beschikbare gelden, ofwel 5,7 miljoen Zwitserse francs (7,4 miljoen gulden).

De UCI wees er gisteren ook nog op dat de organisatoren van wielerwedstrijden en de aangesloten nationale bonden reglementair verplicht zijn een substantieel bedrag te besteden aan dopingbestrijding. Samen gaat dat om nog eens 3,3 miljoen gulden per jaar. De UCI schat dat er in 2000 bijna 5,8 miljoen gulden wordt uitgegeven aan dopingcontroles, gezondheidstests en wetenschappelijk onderzoek.