`Temperatuur kan met zes graden stijgen'

De temperatuur op aarde zou deze eeuw met 6 graden Celsius kunnen stijgen, zegt een nog geheim rapport van de IPCC. Als politici het rapport niet afzwakken wordt voor het eerst erkend dat menselijk handelen de oorzaak is.

De temperatuurstijging door het broeikaseffect wordt waarschijnlijk aanmerkelijk ernstiger dan tot dusver werd aangenomen. Als geen ingrijpend broeikasbeleid van de grond komt, kan de gemiddelde aardse oppervlaktetemperatuur in deze eeuw met 1,5 tot 6 graden Celsius stijgen. De laatste jaren werd aangenomen dat die waarde tussen 1,0 en 3,5 graden zou liggen.

Dat conludeert het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change, in de samenvatting van een wetenschappelijk rapport dat volgend jaar verschijnt. Vergelijkbare rapporten verschenen in 1990 en eind 1995. Zoals de eerdere rapporten zal het derde wetenschappelijke rapport, de Third Assessment Report (TAR), worden vergezeld van een samenvatting voor beleidsmakers: de Summary for Policy Makers (SPM). Een concept van deze nog niet openbare samenvatting is op 22 oktober voor commentaar aan regeringen en overheidsinstituten verzonden. Prompt werd het stuk `gelekt' naar Amerikaanse media die er nu vrijelijk uit citeren.

De samenvatting, die onder druk van de politiek nog kan worden afgezwakt, gaat er in de huidige formulering van uit dat de menselijke invloed op het klimaat nu vast staat. De door menselijke activiteiten uitgestoten broeikasgassen `droegen aanzienlijk bij aan de opwarming die de laatste vijftig jaar is waargenomen', wordt er nu onomwonden geconcludeerd. Vijf jaar geleden kon men het na eindeloos touwtrekken slechts eens worden over de formulering dat `alle aanwijzingen bijeengenomen de suggestie ontstond van een merkbare menselijke invloed op het klimaat'.

In de recente samenvatting wordt ook de aardse opwarming zoals die tot dusver plaatsvond naar boven bijgesteld. In het rapport van 1995 werd gesteld dat de gemiddelde aardse temperatuur sinds 1860 met 0,3 tot 0,6 graden was gestegen. Nu staat die waarde op 0,4 tot 0,8 graden Celsius. De aanpassing is vooral nodig geworden door de buitengewoon hoge temperaturen van de laatste drie decennia.

In het eerste IPCC-rapport van 1990 werd nog aangenomen dat de gemiddelde aardse temperatuur tot 2100 met 1,5 tot 4,5 graden zou stijgen. Vijf jaar later, toen het koelend effect van `aerosolen' (stofdeeltjes en minuscule druppeltjes, vaak van industriële herkomst) in rekening werd gebracht, werd dat getal wat verlaagd. Nu is het op grond van nieuwe gegevens, ook over de te verwachten uitstoot aan boeikasgassen, weer sterk opgevoerd. Een zo snelle en grote temperatuurstijging als nu mogelijk lijkt, heeft zich waarschijnlijk nooit eerder voorgedaan in de geschiedenis van de aarde.

Het IPCC werd in 1988 opgericht en opereert onder auspiciën van de VN-organisaties voor meteorologie (WMO) en milieu (UNEP). Het geldt als het meest gezaghebbende orgaan voor uitspraken over klimaatverandering.