Overdrijving nekt toneelstuk van Eli Asser

Aan de vooravond van het leeghalen van een joodse psychiatrische inrichting door de nazi's wikken de verplegers of ze zullen vluchten of meegaan met de patiënten naar Auschwitz. Komedieschrijver Eli Asser was een van de verplegers. Samen met zijn vriendin vluchtte hij op 21 januari 1943 uit de inrichting Het Apeldoornsche Bos. Het echtpaar Asser, nog altijd bij elkaar, overleefde de oorlog, alle patiënten werden vergast.

Asser schreef er eerder het televisiespel Het laatste glas melk over. Nu heeft hij zijn traumatische jeugdherinnering verwerkt tot een toneelstuk: Aan de vooravond, uitgebracht door Impresariaat Wim Visser. Het decor is een kruising tussen een toneelzaaltje en een ziekenzaal. Achterin hangen rekken vol toneelkostuums, een vooruitwijzing naar de bergen textiel bij de kampen. Midden op het podium staat het bed van de schizofrene patiënt Aaron Waterman, gespeeld door de oudere acteur Gees Linnebank. Aan de vooravond draait om het dilemma van de jonge verplegers, maar Linnebank krijgt alle aandacht. Hij speelt een grote persoonlijkheid, een stoorzender die met zijn grappen, wanen, bemoeizucht en verhalen over zijn roemrijk toneelverleden de sfeer bepaalt.

Trouw, vriendschap, liefde in tijden van vernietiging. Het verhaal is zo dramatisch dat het nauwelijks nog hoeft te worden aangedikt. Integendeel, zoiets vraagt een subtiele, onderkoelde benadering. Asser heeft deze afstand niet opgebracht. Zijn toneelstuk zit vol met overbodige uitleg, tergend saaie scènes die de handeling geen centimeter vooruit helpen, en onverdraaglijk sentimentele momenten. Vooral het verhaal over het zo schattig tekenende mongooltje, dat het geheime kind blijkt te zijn van een joodse verpleegster en een bij Stalingrad gesneuvelde SS'er, is ongeloofwaardige kitsch. Of het nu echt gebeurd is of niet.

Regisseur Lodewijk de Boer en zijn spelers doen daar nog een schepje bovenop en kiezen voor een geagiteerde speelstijl. De spelers lopen niet gewoon, ze benen over het toneel. Ze spreken niet, ze huilen, schreeuwen, wanhopen. Ieder woord wordt door het hele lichaam onderstreept. Linnebank is degene die het meest overdrijft, maar in tegenstelling tot de andere vier spelers, beheerst hij in ieder geval dit soort spel. Bovendien past het bij zijn rol van gek en mislukt acteur. Met zijn hemd over zijn hoofd getrokken en zijn grote handen in een dwangbuis, schmiert hij er op los, met gekke stemmetjes, gekronkel in zijn dwangbuis, aanvallen van razernij.

De combinatie van een sentimentele tekst met huilerig spel is funest, zeker voor zo'n gevoelig onderwerp. De schaarse momenten dat het Asser en De Boer wel lukt om te raken, zijn de meer gestileerde scènes, de wrange intermezzi van de `Patientenrevue'. De bewoners zingen vrolijke liedjes over hun komende `tournee' naar Polen: ,,Wij uitverkoren joden/ Wij laten ons niet doden.'' Linnebank zingt met een strooien hoedje op en een glitter-jodenster op zijn borst, terzijde gestaan door twee deernes in Tiroler jurkjes en SS-petten op.

Voorstelling: Aan de vooravond door Impresariaat Wim Visser. Tekst: Eli Asser. Regie: Lodewijk de Boer. Spel: Gees Linnebank e.a. Gezien 31/10 Stadsschouwburg Utrecht. Te zien 2/11 t/m 5/11 Nieuwe de la Mar Amsterdam. Tournee t/m 23/12. Inl. (020) 6233700, www.iwv.nl