Onderzoek in Suriname naar Decembermoorden

Het Surinaamse hof van justitie heeft het openbaar ministerie opdracht gegeven een gerechtelijk vooronderzoek te starten naar de zogenoemde `Decembermoorden' uit 1982. Eerder had het OM besloten de zaak te laten rusten. Daarop startten nabestaanden en een aantal maatschappelijke organisaties een beklagprocedure. Het hof heeft de klagers gisteren in het gelijk gesteld.

Daarmee worden de Decembermoorden, waarbij vijftien tegenstanders van het toenmalige militaire bewind standrechtelijk werden doodgeschoten, na achttien jaar justitieel onderzocht. Eerdere pogingen dat te doen strandden omdat het justitieel apparaat of opeenvolgende regeringen dat niet aandurfden. Sinds de nieuwe regering-Venetiaan afgelopen zomer aantrad, is de zaak in een stroomversnelling gekomen, ook bij het hof zelf. Onder de vorige regering-Wijdenbosch had het rechtscollege de behandeling van de beklagprocedure steeds voor zich uitgeschoven.

De Surinaamse minister van justitie, S. Gilds, heeft zijn Nederlandse ambtgenoot B. Korthals om bijstand bij het onderzoek gevraagd. Eerder had ook parlementariër F. Derby, de enige overlevende van de Decembermoorden, voor ,,internationalisering'' van het onderzoek gepleit. Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken), die vorige week op bezoek was in Paramaribo, heeft gezegd dat hij een onderzoek naar de Decembermoorden zal steunen. Een beroep van Suriname, zo bevestigde een woordvoerder van het departement, ,,zal in overweging worden genomen''. Het is nog niet duidelijk om wat voor soort steun het zal gaan.

De zaak ligt uiterst gevoelig in Suriname omdat er vrees bestaat dat oud-legerleider Bouterse het onderzoek zal frustreren. Derby heeft gezegd deze week twee keer bedreigd te zijn. Afgelopen weekeinde zei president Venetiaan dat hij aanwijzingen heeft dat Bouterse de zaak wil ,,criminaliseren''. De voormalige bevelhebber verklaarde eerder dat hij verantwoordelijk is voor de Decembermoorden maar nooit opdracht tot de executies heeft gegeven. Bouterse zou ook niet aanwezig geweest zijn op de plek waar de vijftien slachtoffers werden doodgeschoten. Een officieel onderzoek naar de gebeurtenis heeft Bouterse al ,,een nieuwe nachtmerrie voor Suriname'' genoemd.

Binnenkort zal ook het Amsterdamse gerechtshof een uitspraak moeten doen of Bouterse in Nederland vervolgd zal worden voor de Decembermoorden. In een tussenarrest, dat nog werd gewezen tijdens de vorige regering, heeft het hof dat ,,opportuun'' genoemd, onder meer omdat het niet voor de hand lag dat de moorden in Suriname zelf zouden worden onderzocht.

Nu dat wel gebeurt lijkt een vervolging in Nederland minder voor de hand te liggen. Het is evenwel niet bekend of het hof de actuele ontwikkelingen in Suriname zal meewegen in het definitieve oordeel.