Mens en BSE

DE BRITSE onderzoekscommissie naar de gekkekoeienziekte (BSE) oordeelde tamelijk mild over de bewindslieden die de afgelopen twintig jaar een infectieziekte tot wasdom lieten komen die bijna 200.000 koeien en tot nu toe 84 Britten ziek maakte. Naar schatting een miljoen koeien zijn besmet geraakt. Hoeveel Britten door het eten van die zieke dieren geïnfecteerd zijn en uiteindelijk, misschien pas over twintig jaar, aan de nieuwe variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob zullen lijden, is onbekend. De lange tijd die verstrijkt tussen besmetting en ziekte, de onbekendheid van de ziekte, vooral doordat hier een nieuw soort ziekteverwekker aan het werk is, hebben de verwijten aan de bewindslieden, onder wie de premiers Thatcher en Major, beperkt gehouden.

De Britse bewindslieden moesten handelen in onzekerheid. BSE in koeien, de overeenkomstige ziekte scrapie in schapen en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob bij mensen worden niet, als alle andere bekende infectieziekten, door virussen, bacteriën of eencellige parasieten veroorzaakt, maar door een eiwit, het prioneiwit. Dat komt in twee vormen voor. De gezonde vorm verandert bij contact met de ziekmakende vorm in een ziekteverwekker. In de wetenschap woedde tot in de jaren negentig een heftige scholenstrijd. Er waren groepen onderzoekers die naar een langzaam werkend virus zochten, ter verklaring van de hersenziekte waarbij na een zeer lange incubatietijd sponsachtige gaten in de hersenen ontstonden. Anderen probeerden aan te tonen dat het nog nooit vertoonde concept van het infectueuze eiwit de enige verklaring was. De kritiek verstomde pas vlak voordat Prusiner in 1997 de Nobelprijs voor de geneeskunde kreeg voor de ontdekking van prionen en het nieuwe biologische principe van eiwitinfectie.

De BSE-epidemie nam zo'n grote vlucht doordat zieke dieren na destructie in veevoer werden verwerkt. Het destructieproces was afgestemd op de vernietiging van virussen, bacteriën en parasieten. Dat de ziekmakende prionen de sterilisatie overleefden was een verrassing. Daarom bleef lang onduidelijk wat de bron van de besmetting was.

DOOR DE TEGENSTRIJDIGE adviezen uit de wetenschap is het handelen van de Britse bewindslieden en ambtenaren onvergelijkbaar met bijvoorbeeld de werkwijze van Franse politici en overheidsdienaren aan het begin van de jaren tachtig met betrekking tot donorbloed dat met het aids-veroorzakende hiv was besmet. Zelfs nadat de wetenschap had aangetoond dat hiv aids veroorzaakt, hebben de Franse gezondheidsautoriteiten, zonder op hiv te testen, bestaande voorraden bloed laten toedienen, waardoor honderden hemofiliepatiënten aids kregen.

Toch heeft de Britse regering duidelijke signalen genegeerd. Achteraf staat vast dat de Britse overheid – en misschien ook de Europese overheden – daarmee een enorm risico hebben gelopen. Terugkijkend kan worden gezegd dat een overheid ook in onzekerheid moet kunnen handelen. Vlees, en vooral rundvlees behoort in West-Europa tot het stapelvoedsel. Daardoor is er een dwang tot goedkoop produceren. Dieren die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie worden doorgaans weer in het veevoer gemengd. Door de grootschalige distributie eten naar schatting een zesduizend mensen van dezelfde koe, wat de kans op verspreiding van een ziekte vergroot.

Te lang heeft de Britse overheid koeien ziek zien worden zonder in te grijpen. Het uitblijven van duidelijkheid over de oorzaak was geen excuus niet op mogelijke risico's te wijzen, opdat de consument zelf kon kiezen al dan niet Brits rundvlees te eten. Zo'n waarschuwing leidt tot paniek, tot een media-hype, tot een slecht imago voor de branche en economische malaise. Maar de tijd is voorbij dat een regering daarom informatie mag achterhouden. De Britten mogen de Europese Commissie overigens wel dankbaar zijn. Pas toen die een rigoureus exportverbod voor Brits vlees afkondigde en strikte voorwaarden stelde aan het opheffen van dat verbod, schoonden de Britten hun veestapel op. Het is een ongekende operatie geweest.

DE EUROPESE Commissie grijpt tegenwoordig hard in als een lidstaat laks is met het navolgen van regels of te lang een veeziekte laat voortbestaan. De kritiek op de aanpak van de varkenspest in Nederland en de harde aanpak na het Belgische dioxineschandaal zijn daar voorbeelden van. Deze EU-maatregelen zijn niet zozeer ingegeven door de bescherming van de volksgezondheid, maar komen voort uit de noodzaak om afspraken na te leven zodat er geen oneerlijke concurrentie tussen lidstaten ontstaat.

Dat lijkt een goed uitgangspunt. Maar de consument blijft in verwarring achter als bij ingrijpen naar de volksgezondheid wordt verwezen terwijl ministers beweren nog best een Belgisch kippetje te willen eten. Het publiek kan niet zien of die ministers gelijk hebben. De Britse minister van Landbouw die zijn dochtertje in 1994 op televisie een hamburger wilde laten eten, had dat achteraf gezien beter niet kunnen doen.