Liever geen arrestaties en onrust in Bosnië

Verdachten van oorlogsmisdaden bekleden belangrijke functies in Bosnië. De internationale gemeenschap kijkt werkeloos toe. Liever geen arrestaties want die verstoren de rust.

Een nuttige tip voor oorlogsmisdadigers in Bosnië die níet gearresteerd willen worden: ga wonen in gebieden die worden gecontroleerd door Franse of Amerikaanse militairen van de internationale troepenmacht SFOR. Dat staat in het rapport `War criminals in Bosnia's Republika Srpska: who are the people in your neighbourhood?' van de International Crisis Group (ICG), een invloedrijke, onafhankelijke organisatie van politieke analisten en onderzoekers die regeringen wereldwijd adviseren over crisisgebieden. ,,Als SFOR vanaf het begin actiever was geweest in het arresteren van verdachten,'' aldus het rapport, ,,hadden die niet de kans gekregen zich te vestigen in het politieke en maatschappelijke leven in Bosnië.''

In een grondig gedocumenteerd rapport, dat vandaag of morgen verschijnt, beschrijft de ICG-afdeling in Sarajevo welke vooraanstaande posities, in gemeenteraden en bij de politie, worden ingenomen door Bosnisch-Servische verdachten van oorlogsmisdaden. Vijf jaar na het eind van de oorlog zijn deze mannen het ICG noemt zo'n 75 namen van invloedrijke personen in staat om de uitvoering van het vredesakkoord van Dayton te verhinderen.

Op basis van, deels geheime, rapporten noemt de ICG bijvoorbeeld acht namen van betrokkenen bij het bloedbad in Srebrenica, in de zomer van 1995, die nu gemeenteraadslid zijn, politieman of leider van een paramilitaire eenheid. Eén van hen, Miodrag Josipovic, heeft het zelfs gebracht tot burgemeester van de stad Bratunac.

Het is volgens de ICG zeker niet alleen het gevolg van het lakse optreden van vooral Amerikaanse en Franse SFOR-militairen (over hen wordt in Bosnië gezegd: they avoid The Hague like the plague). Ook de Verenigde Naties, de OVSE en andere internationale organisaties zijn ervoor verantwoordelijk. Politie-korpsen waar verdachten bij horen, staan onder toezicht van de VN. Verdachten die werden gekozen in gemeenteraden, werden meestal gescreend door de OVSE. In het rapport worden ook zakenlieden genoemd – vaak rijk geworden door de oorlog en de etnische zuivering – die stevige invloed uitoefenen op de lokale politiek. De meeste van hen onderhouden intensief contact met de Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic, voor het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag één van de belangrijkste verdachten van oorlogsmisdaden.

De ICG ontdekte dat het vaak deze verdachten zijn politici, politiefunctionarissen en zakenmannen die aanslagen organiseren op moslims of Kroaten die proberen terug te keren naar hun huizen in de Servische Republiek, het Bosnisch-Servische deel van Bosnië. De ICG toont bijvoorbeeld aan dat de burgemeester van Bratunac ook verantwoordelijk was voor de organisatie van het protest tegen een bezoek van weduwen uit Srebrenica in mei dit jaar aan het gebied. De bussen waarin ze werden vervoerd, werden met stenen bekogeld.

De internationale vertegenwoordigers in Bosnië doen er vrijwel niks tegen. De Amerikaan James Lyon, hoofd van de ICG-afdeling in Sarajevo en auteur van het rapport, zegt in een telefonisch vraaggesprek: ,,Ze komen naar Bosnië op een kort contract, meestal zes maanden. Ze weten nauwelijks wat er aan de hand is en ze komen terecht in een bureaucratische omgeving waarin het niet de bedoeling is dat ze onrust veroorzaken.'' Het beleid van de internationale gemeenschap is volgens Lyon: afwachten, niet te veel doen, dan zal het vanzelf wel beter gaan. ,,Maar het gaat níet beter.''

De ICG-afdeling in Sarajevo besloot vijf maanden geleden dat moest worden uitgezocht waarom het maar niet opschiet met het vredesproces in Bosnië. Ze kregen toegang tot bronnen bij inlichtingendiensten, bij het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en ze hadden beschikking over interne documenten van de VN. De uitkomst van hun onderzoek blijkt vernietigend voor de internationale gemeenschap. Vertegenwoordigers van internationale organisaties, die het rapport twee weken geleden onder ogen kregen, probeerden volgens Lyon wijzigingen aan te brengen en publicatie uit te stellen tot ná de verkiezingen in Bosnië, op 11 november. ,,Ze waren niet erg enthousiast over onze beschrijving van hun optreden.'' De Bosnisch-Servische verdachten die door de ICG worden genoemd, wisten volgens Lyon niets van het ICG-onderzoek. Erg blij zullen ze er niet mee zijn. ,,Voor onze eigen veiligheid zullen we de komende tijd níet in Bosnië zijn.''

De ICG-onderzoekers beschrijven in hun rapport hoe makkelijk het was om informatie te verkrijgen over de verblijfplaatsen van Radovan Karadzic. Karadzic reist door Bosnië, passeert controleposten van de internationale troepenmacht. SFOR-eenheden weten precies waar hij is en wie zijn vrienden zijn. Maar waarom hij niet wordt gearresteerd? Een functionaris van een inlichtingendienst van een Navo-lidstaat zegt in het rapport: ,,We hebben daar nog geen opdracht voor gekregen.''

James Lyon verwacht dat de Westerse regeringen die onwillige houding niet langer kunnen volhouden. ,,Mijn inschatting is dat ze genoeg beginnen te krijgen van Karadzic. Ik denk dat hij ná de verkiezingen zal worden gepakt.''

De ICG stelt vast dat het Joegoslavië-tribunaal over te weinig personeel en middelen beschikt om hun werk goed te doen. Onderzoeker James Lyon is bezorgd over de niet-openbare lijst van aangeklaagden. Die blijkt maar heel kort te zijn. Er staan geen honderden, maar tientallen namen op, zo blijkt uit het ICG-onderzoek. Lyon: ,,Ik vraag me af wat ze dan wél doen in Den Haag.''