Koštunica laat politieke gevangenen vrij

Joegoslavië heeft gisteren twaalf etnische Albanezen uit de gevangenis ontslagen. Onder hen bevindt zich de vooraanstaande activiste voor de rechten van de mens Flora Brovina.

Voor de vrijlatingen kreeg de nieuwe Joegoslavische president Koštunica internationaal onmiddellijk lof toegezwaaid. Ze worden gezien als een stap naar verzoening tussen de Serviërs en de Kosovo-Albanezen.

Flora Brovina, een 50-jarige kinderarts en dichter, werd in juni vorig jaar opgepakt toen de Joegoslavische troepen zich terug moesten trekken uit Kosovo. Zij hekelde het regime-Miloševic en leidde de Liga van Albanese Vrouwen die onder meer een weeshuis opzette en vredesmarsen organiseerde.

In december vorig jaar werd zij tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens terrorisme en verboden contacten met het Kosovo Bevrijdingsleger. Dat proces werd door het Westen en door organisaties voor de rechten van de mens gelaakt als een politiek proces onder regie van de eind september weggestemde president Miloševic.

Het Servische hooggerechtshof vernietigde afgelopen zomer het vonnis en gelastte een nieuw proces dat tot 16 november was uitgesteld, officieel omdat de rechter ziek is.

Honderden belangstellenden bereidden Brovina een emotioneel welkom toen zij, in gezelschap van medewerkers van het Internationale Rode Kruis, enkele uren na haar vrijlating uit de gevangenis in Pozarevac bij Merdare de Servisch-Kosovaarse grens passeerde. Ze kuste de grond drie keer en zei: ,,Vrij Kosovo.''

Tegen verslaggevers zei ze: ,,Ik weet dat de oorlog voorbij is, maar tot het moment dat alle mensen die in Servische gevangenissen zitten nog niet vrij zijn, is er geen sprake van vrijheid''.

Brovina zei dat haar was verteld dat alle etnisch-Albanese en Servische politieke gevangenen binnenkort vrijkomen als Koštunica zijn handtekening heeft gezet onder een amnestieregeling. Volgens het Rode Kruis gaat het om meer dan achthonderd personen.

Het hoofd van het VN-bestuur in Kosovo, Bernard Kouchner, sprak in een reactie op de vrijlatingen van ,,een cruciale stap in het helen van wonden die bestaan tussen de Servische en Albanese gemeenschappen''. Hij drong er bij Koštunica op aan ook de andere politieke gevangenen vrij te laten.