Korthals wil rechtshulp voor slachtoffers van geweld

Slachtoffers van zeden- en geweldsmisdrijven krijgen in de toekomst mogelijk door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. Dat stelt minister Korthals (Justitie) in een brief aan de Tweede Kamer. Hij reageert daarmee op een motie die fractie-voorzitter De Graaf (D66) tijdens de algemene beschouwingen heeft ingediend. De Graaf vindt dat de positie van een slachtoffer ten opzichte van de dader van een ernstig misdrijf moet worden versterkt en dat lijkt uitgesloten bij diegenen die zelf een advocaat zouden moeten betalen.

Korthals wijst er op dat de vordering van schadevergoeding door een slachtoffer op de dader van een misdrijf een civiele vordering is, waarbij de burger in beginsel de kosten zelf dient te dragen. Minder draagkrachtigen kunnen in zo'n geval een beroep op de overheid doen voor gesubsidieerde rechtsbijstand, maar het is volgens de bewindsman ,,op zich zelf een juist uitgangspunt dat de rechtszoekende deze kosten zelf draagt.'' Korthals: ,,Deelname aan het maatschappelijk verkeer brengt nu eenmaal risico's met zich.''

Voor zover slachtoffers - ongeacht hun draagkracht - toch een door de overheid betaalde advocaat zouden moeten krijgen, wil Korthals dat `preciseren' tot zeden- en geweldsmisdrijven, omdat die veelal vergaand ingrijpen in de persoonlijke levenssfeer. De minister maakt een ruwe schatting dat jaarlijks zo'n 3.000 slachtoffers een beroep zouden doen op deze uitbreiding van de al bestaande rechtsbijstand. Dat zal een kostenpost van vier miljoen gulden extra per jaar betekenen.