Joegoslavië onder applaus terug in VN

De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft gisteravond bij acclamatie en onder luid applaus ingestemd met het lidmaatschap van de Federale Republiek Joegoslavië, bestaande uit Servië en Montenegro, van de volkerenorganisatie.

Het nieuwe bewind in Belgrado onder leiding van president Koštunica had eind vorige week verzocht om toetreding tot de VN. Het oude Joegoslavië van ex-president Miloševic raakte zijn zetel acht jaar geleden kwijt, nadat de deelrepublieken Kroatië, Slovenië, Bosnië-Herzegovina en Macedonië zich onafhankelijk hadden verklaard.

Verscheidene ambassadeurs wezen er gisteren op, dat het VN-lidmaatschap de verplichting inhoudt mee te werken aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag, dat onder anderen Miloševic heeft aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden. ,,Het is onze wettige, politieke en morele plicht samen te werken bij de vervolging van oorlogsmisdaden om het lot van vermiste mensen te achterhalen en om herhaling van de tragedie te voorkomen'', zei VN-ambassadeur Ivan Simonovic van Kroatië tijdens de vergadering.

Na zijn verkiezingsoverwinning op 24 september zei Koštunica aanvankelijk dat hij niet zou meewerken aan de uitlevering van Miloševic en andere Servische verdachten aan het Joegoslavië-tribunaal. Later zwakte hij dat standpunt af. Op bezoek, half oktober, bij de Europese regeringsleiders in de Franse badplaats Biarritz zei hij: ,,We zijn verplicht mee te werken met het tribunaal, maar het kan, gegeven onze deplorabele toestand, niet onze eerste prioriteit zijn.'' Hij zei voorrang te moeten geven aan het democratiseringsproces en de wederopbouw.

Koštunica's vertegenwoordiger bij de VN, Goran Svilanovic, beloofde gisteren dat Joegoslavië de ,,nobele doelen en beginselen'' van het VN-Handvest zal respecteren, zonder expliciet in te gaan op het tribunaal. Svilanovic, die wellicht minister van Buitenlandse Zaken wordt, gaf de verzekering dat Belgrado zich bij problemen coöperatief zal opstellen.