Il barbiere blijft betoveren

Voor de vierde en laatste maal herneemt De Nederlandse Opera deze maand de betoverende productie van Rossini's Il barbiere di Siviglia in de regie van theatermaker en Nobelprijswinnaar Dario Fo. De voorstelling zal in de annalen van de Nederlandse Opera worden bijgetekend als één van de succesvolste producties ooit, die naast vier reprises in het Muziektheater ook elders in het land was te zien, werd verkocht aan het buitenland en meermalen op televisie werd vertoond. Niettemin was ook deze laatste reeks voorstellingen al bij voorbaat uitverkocht. Eind deze maand zal voor de állerlaatste keer het doek vallen voor Fo's Barbier-enscenering. Ook zijn enscenering van Rossini's L'Italiana in Algeri zal niet meer worden hernomen.

De laatste herinstudering van Il barbiere di Siviglia liet Fo over aan Arturo Corso. Aan de zinderende ziel van de voorstelling doet de afwezigheid van het brein achter decors, kostuums en regie weinig af, maar aan de afwerking en timing van alle bonte invallen zou Fo's persoonlijke aanwezigheid vermoedelijk een graad van perfectie hebben toegevoegd. Niettemin sprankelt deze Barbier nog altijd door de vloedstroom aan even absurde als poëtische grapjes in commedia dell'arte-stijl, die het platte verhaal verheffen tot één zonnige vloedstroom van gebeurtenissen.

Ten opzichte van de vorige reeks voorstellingen uit 1994 is de cast totaal vernieuwd, en op de bok voor het Nederlands Kamerorkest staat nu dirigent Yves Abel, die het stokje overneemt van Rossini-specialist Alberto Zedda. Abel benadert Rossini's partituur uiterst zorgvuldig. Hoewel steeds wordt vastgehouden aan een strakke benadering van de rinkelende ritmiek, gaat Abel het Nederlandse Kamerorkest voor in momenten van vloeiende orkestrale fijnzinnigheid. De opvallend snelle tempi waren gisteravond mede schuldig aan enkele ongelijkheden tussen het orkest en de solisten, maar gezien de veel synchroner verlopende generale repetitie leken dat incidenten.

Dat deze laatste reeks Barbier-voorstellingen ondanks schoonheidsfoutjes een sterke muzikale indruk achterlaat, hangt ook samen met de uitstekende, nieuwe cast. Tenor Bruce Ford (Almaviva) mist de jeugdige uitstraling die voor zijn rol wenselijk zou zijn, maar compenseert dat met sterke acteerprestaties en een lyrische uitwerking van zijn rol. Verder is deze Barbier in hoofd- en bijrollen opvallend bevredigend bezet. De Nederlandse zangers Angelina Ruzzafante (Bertha) en Marcel Boone (Fiorello) geven hun kleine rollen groots gestalte, Giovanni Furlanetto is met zijn woeste uitstraling en stentorstem indrukwekkend als muziekleraar Basilio.

In de dragende rollen zijn vooral de jeugdig elegante mezzo-sopraan Vivica Genaux en de vilein bulderende bariton Bruno Praticó goed getypecast als de onschuldige maar schalkse Rosina en haar begerige voogd Bartolo. Genaux, die in deze rol bij de Nederlandse Opera debuteert, zet haar altige timbre moeiteloos in voor elastische coloraturen en soepele elegantie. Iets minder bruisend is bariton Roberto de Cándia als een vriendelijke Figaro, maar hij bewijst zich vocaal als een zuiver Rossini-interpreet, met een natuurlijk gemakkelijke frasering en expressieve benadering van de recitatieven.

Wat in deze laatste reeks voorstellingen van Il Barbiere verbazend genoeg overeind bleef uit vroegere jaren, is de onbeholpen boventiteling, die slechts een kwart van de tekst weergeeft. Maar wat óók blijft en elke kanttekening doet vergeten is de overrompelende hoerastemming die Dario Fo op het podium weet op te roepen.

Voorstelling: Il barbiere di Siviglia van G. Rossini door De Nederlandse Opera en het Ned. Kamerorkest o.l.v. Yves Abel. Met: Bruce Ford, Vivica Genaux, Roberto de Cándia, Bruno Praticò, Giovanni Furlanetto, Angelina Ruzzafante en Marcel Boone. Regie, decors en kostuums: Dario Fo. Gezien: 1/11 Muziektheater, Amsterdam. Herh.: 4 t/m 28/11.