Gered door geleende gitaar

Dat de negatieve gevolgen van het almaar groeiende luchtverkeer ook hun weerslag hebben op het culturele leven bleek gisteravond in Paradiso. Daar moest Deke Dickerson zich voor de aanvang van zijn concert verontschuldigen voor het ontbreken van de fraaie showkleding (stijl: Hollywood-rockabilly) en de eigen instrumenten, die bij Air France zoek waren geraakt. Het voor Nederland uitzonderlijke gevolg was dat het publiek er nu eens beter bijliep dan de optredende artiesten. Minstens de halve vaderlandse scene van jaren vijftig rock 'n' rollliefhebbers stond, smaakvol gekleed en gekapt, voor in de zaal. Iedereen leek elkaar te kennen en begroette elkaar hartelijk, zodat de avond meer het karakter kreeg van een feestje dan van een concert. Dat het optreden wegens de geringe publieke opkomst was verplaatst naar het bovenzaaltje kwam die sfeer alleen maar ten goede.

Het begon wat mat. Dickersons onafscheidelijke, met een dubbele hals uitgevoerde Mosrite-gitaar ontbrak dus, en het instrument waarop hij de eerste paar nummers speelde zag er weliswaar fraai uit maar klonk nogal sloom. Iemand uit het publiek ontpopte zich als reddende engel door snel even thuis een heruitgebrachte, ouderwetse Fender Stratocaster op te halen. Het weldadige geluid daarvan sneed als een mes door de geluidsmix en redde de avond. Dickerson, vijftien jaar geleden begonnen met surf/garagerock in The Untamed Youth, speelt de laatste jaren rockabilly met hier en daar een vleugje swing en R&B. Korte nummers, van onder anderen Buddy Holly en Bill Haley, maar vooral eigen werk van de drie platen die hij met de Ecco-fonics maakte. Krachtig uitgevoerd, met een scherpe, gedienstige band. Opzienbarend was het allemaal niet, maar voor de liefhebbers werd het een gezellige avond.

Concert: Deke Dickerson and the Ecco-fonics. Gehoord: 1/11 Paradiso, Amsterdam.