Europese munt

Terecht wijst hoogleraar H. Visser (NRC Handelsblad, 23 oktober) erop dat de bewering `alle monetaire unies tussen staten die soeverein gebleven zijn, zijn mislukt', voor de euro niet relevant is. Het is ook overigens een dwaze stelling. Zijn de deelnemende staten niet soeverein, dan is er geen monetaire unie. Het zijn dan zelfs geen `staten'.

Maar Visser moet de euro geen `gezamenlijke' munt noemen. Het is één munt. In de muntunies uit het verleden aanvaardden staten elkaars nationale munten. Dit waren dus `gezamenlijke' of `gemeenschappelijke' munten. Het unieke in het huidige Europa is dat die nationale munten worden afgeschaft en vervangen door wat in het Engels single currency en in het Frans monnaie unique heet. Uitdrukkelijk is niet gekozen voor de term `common' currency en monnaie `commune'.

In de Nederlandse verdragstekst heet de euro dan ook `één munt', met accentjes op de e's. Dit is de juiste aanduiding, vastgesteld door de EU-vertalers in Brussel. Uiteindelijk zijn in Europa de vertalers de baas. De politici besluiten, maar de vertalers bepalen wat er is besloten.