Een sober genie

Ooit waren de Nederlandse interieurs vol, bruin en donker. Nu zitten we in het licht, op eigentijdse banken, tussen kleurige wandkleden. Peetvader van deze omwenteling is Kho Liang Ie. Een overzicht van zijn werk is te zien in de Rotterdamse galerie Vivid.

De meeste Nederlanders zaten in de jaren vijftig nog op dezelfde bankjes als hun grootouders. Fabrieken maakten dezelfde modellen als dertig jaar daarvoor. Het is vooral de verdienste van Kho Liang Ie dat de Nederlandse vormgeving na 1955 in rap tempo volwassen werd. Door zijn werk en persoonlijkheid promoveerde – de van oorsprong Chinese Indonesiër – de industrieel ontwerper van anonieme ambachtsman tot gezichtsbepalend conceptbouwer. Des te pijnlijker dat Kho na zijn vroegtijdige dood hij was pas 47 jaar toen hij op nieuwjaarsdag 1975 aan kanker overleed vrijwel direct in de vergetelheid is geraakt. Het heeft een kwarteeuw moeten duren voordat de Rotterdamse galerie Vivid de eerste overzichtstentoonstelling presenteert over deze peetvader van het Nederlandse design.

Kho's carrière begon bij de Stichting Goed Wonen, een organisatie die zich het pedante doel had gesteld kitsch uit te roeien en het volk op te voeden op het gebied van woninginrichting. De jonge ontwerper ervoer het starre, dogmatische modernisme van deze organisatie als beknellend en toen meubelfabrikant Artifort hem in 1957 benaderde, hapte hij meteen toe. De Maastrichtse fabrikant gaf Kho volledig de vrije hand om de collectie te moderniseren. Hij haalde opzienbarende ontwerpers als Pierre Paulin en Geoffrey Harcourt binnen en ontwierp opzienbarende presentatiestands voor internationale meubelbeurzen.

Eenzelfde bemoeienis met het productieproces en de bedrijfsvoering legde hij aan de dag bij latere werkgevers als CAR in Katwijk, Fristho in Franeker en Kempkes in Waddinxveen. Hiermee was Kho een van de eerste ontwerpers die zich niet beperken tot het ontwerp van individuele meubelstukken, maar die design opvatten als een allesomvattend concept. Kho kan gezien worden als Nederlands pionier op het gebied van corporate identity.

Op tentoongestelde foto's is te zien hoe opvallend ruim en licht de door Kho ontworpen stands waren in vergelijking met de duffe, volgepropte presentatieruimtes van de concurrentie. Ook in zijn meubelontwerpen legde hij een voorkeur aan de dag voor sobere functionaliteit, hoewel hij niet vies was van een decoratieve noot. De strak uitgevoerde 2-zitsbank 682 de meeste van Kho's ontwerpen hadden geen namen maar nummers oogt als een ware `zitmachine', maar de lichte kanteling van het zitvlak en de frivool oranje canvas bekleding verzachten de strengheid. In een voor Phonogram ontwikkelde fauteuil creëert Kho met een paar simpele dwarsverbindingen in het onderstel een fascinerend lijnenspel.

Het experimenteren met nieuwe materialen stond altijd hoog op Kho's agenda. In het model 656 uit 1971, dat wegens het raster in het onderstel de bijnaam de `fritessnijder' kreeg, gebruikte hij voor het eerst succesvol de techniek van het puntlassen. Met kunststof toepassingen was Kho zijn tijd zelfs ver vooruit. Al in 1960 ontwikkelde hij voor CAR een tuinstoel met plastic ribben die afzonderlijk aan het buizenframe geklikt werden. Het nieuwe materiaal stond qua ontwikkeling echter nog in de kinderschoenen en bleek broos te worden als het te lang in de zon stond. Op de tentoonstelling is het enige overgebleven exemplaar te zien dat is opgebouwd uit onderdelen van verscheidene stoelen.

Direct naast de plastic tuinstoel staat een ander revolutionair meubelstuk dat het nooit verder heeft geschopt dan prototype: de KTS-opbergkast. Het was de bedoeling dat deze op een hutkoffer geënte alles-in-een-kast zou worden uitgevoerd in kunststof, maar de oliecrisis van 1973 gooide roet in het eten. Ook de hangende modulekeuken Aquila, gemaakt voor Bruynzeel, werd ondanks een miljoenenorder van de Parijse satellietstad Parly Deux en juichende recensies die het ontwerp vergeleken met de hangende tuinen van Babylon, geen commercieel succes.

Toch had Kho een zodanige reputatie opgebouwd dat hij in 1962 werd gevraagd het net gebouwde Schiphol in te richten. Uitgaande van een grid die de afstand tussen de pilaren in de hal verdeelde in elf gelijke delen, ontwierp hij de zithoeken, balies, wandbetegeling, asbakken en systeemplafonds die de luchthaven zijn karakteristieke rust geven. Bovendien stond Kho, die kunst een prominente plaats gaf op het vliegveld, aan de wieg van het kunstbeleid van Schiphol. Dat reizigers nu tijdens het wachten aankijken tegen een Sol Lewitt of Marijke van Warmerdam, is grotendeels te danken aan hem.

Na Schiphol hield Kho zich onder meer bezig met de inrichting van het vliegveld van Lagos, maakte hij tentoonstellingsruimtes en ontpopte hij zich als pionier op het gebied van de kantoortuin. Voor Kho was ontwerpen niet enkel een kwestie van heldere esthetiek of zakelijke functionaliteit. Zoals ook blijkt uit zijn schetsboekjes in de vitrines van Vivid, geloofde hij erin dat een interieur direct invloed had op maatschappelijke processen. Bij diverse tekeningen heeft hij in de kantlijn de doelstelling `making people happy through environment' gekrabbeld.

Kho was in zijn idealisme een kind van zijn tijd. Ook sommige van zijn ontwerpen, zoals de hippie-achtige bloemtafel, ogen nu wat gedateerd. Maar het merendeel van zijn intellectuele en materiële erfenis wordt gekenmerkt door de tijdloze visie die kenmerkend is voor een genie. Dat deze opmerkelijke ontwerper eindelijk wordt geëerd met een tentoonstelling is dan ook een kwestie van vertraagde gerechtigheid.

Kho Liang Ie: t/m 24 dec in Vivid, William Boothlaan 17a, Rotterdam. Inl: (010)4136321 of www.vormgevingsgalerie.nl.