Directeur van BBP krijgt een jaar cel

De rechtbank heeft een van de voormalig directeuren van de vroegere zakenbank Bank Bangert Pontier (BBP), Gregor de K., veroordeeld tot een jaar celstraf (waarvan zes maanden voorwaardelijk) en 20.000 gulden boete. De K. gaat in hoger beroep tegen het vonnis.

De zaak, onderdeel van het beursfraudeonderzoek (`Operatie Clickfonds'), draait om het aanhouden van een `kasfaciliteit' in Luxemburg door BBP. Daar konden cliënten geld, via een coderekening, buiten het zicht van de fiscus stallen. Doordat de kasadministratie werd vervalst kon men via BBP in Amsterdam toch over het geld beschikken.

De rechtbank stelde dat De K. als leidinggevende heeft toegestaan ,,dat het plegen van strafbare feiten een normale gang van zaken werd en bleef''. Hoewel de rechtbank hem dit zwaar aanrekent en ,,in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur'' op zijn plaats acht, werd in de strafmaat rekening gehouden met een aantal verzachtende omstandigheden.

Zo heeft het onderzoek te lang geduurd en nam de rechtbank in overweging dat De K. als enige van de directieleden terechtstond voor deze feiten. Het OM seponeerde eerder de zaak tegen directievoorzitter H. Pontier omdat deze ,,een uiterst geringe betrokkenheid'' zou hebben gehad bij de fiscale ontduikingsconstructie. De rechtspersoon BBP kocht vervolging in een eerder stadium af en werd later overgenomen door De Friesland Bank. De zes maanden celstraf voor De K. zullen trouwens worden omgezet in dienstverlening.

In het vonnis gaf de rechtbank een nog niet eerder gehoorde interpretatie van de wet Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT). Daarbij verwees de rechtbank naar de getuigenis van een van de BBP-medewerkers. Die heeft gezegd dat de kasopnames van de Luxemburgse rekening niet gemeld werden wegens ,,de nadrukkelijke wens van de rekeninghouders vanwege de aard van hun rekening''. Daardoor, zo stelt de rechtbank, was er ,,een aanmerkelijke kans dat het ging om fiscaal zwart geld'' en hadden deze transacties gemeld moeten worden volgens de wet MOT.

De `Clickfondsrechtszaken' gaan volgende week verder. Dan staan vier medewerkers van financiële instellingen terecht wegens onder andere `niet-ambtelijke omkoping'. Dit jaar stonden nog twee andere grote rechtszaken gepland. Omdat er inmiddels, na een rechterlijke uitspraak, nieuwe informatie van De Nederlandsche Bank over het Clickfondsonderzoek is vrijgekomen, staat de behandeling daarvan op losse schroeven. Advocaten willen nieuwe getuigen horen. Een woordvoerder van de rechtbank bevestigde vanmorgen dat één zaak is uitgesteld. Dat geldt volgens haar ,,zo goed als zeker'' ook voor de zaak tegen het effectenhuis Leemhuis en Van Loon, die voor begin december op de rol stond.