De Grave acht krijgsmacht weer gezond

De krijgsmacht heeft de bezuinigingen in afgelopen jaren goed doorstaan. Het budget is verhoogd en er wordt aan ,,verdere professionalisering'' gewerkt. Het beeld dat het bij Defensie ,,kommer en kwel'' is, deugt niet.

Dat zei minister De Grave (Defensie) gisteren in de Tweede Kamer bij de voortgezette behandeling van zijn begroting. Volgens hem moet er niet steeds over het imagoprobleem van defensie worden gesproken. De kwaliteit van de Nederlandse krijgsmacht wordt in het buitenland veel geprezen, zei hij. Wel zal hij komend voorjaar bij minister Zalm (Financiën) compensatie vragen voor zijn exploitatie-uitgaven. Door de dure dollar is er dit jaar een strop van 80 miljoen gulden aan extra brandstofkosten.

De uitgaven gaan vooral naar personeelsbeleid, exploitatie en investeringen. Op personeelsbeleid, waarvoor in 2001 een extra bedrag van 200 miljoen gulden beschikbaar is maar dat grote wervingsproblemen kent, kan niet worden bezuinigd. Dus, zei De Grave, moeten bezuinigingen uit de twee andere uitgavengroepen komen: ,,Ik kan geen drie smaken leveren.''

De minister zei ,,zeer gemotiveerd'' te zijn om voor crisisbeheersingsoperaties meer samen te werken met Oost-Europese landen als Polen, Hongarije en Tsjechië. Maar hij waarschuwde dat zulke samenwerking slechts ,,kleinschalig'' kan zijn omdat die landen een verhoudingsgewijs kleine en niet zo moderne krijgsmacht hebben.

Staatssecretaris Van Hoof beloofde de Kamer te onderzoeken of er in de krijgsmacht een ontkoppeling van rang en salaris kan komen om meer financiële differentiatie in het personeelsbeleid en betere wervingskansen te bereiken. Voor betere wervingsresultaten wil hij voorts streven naar akkoorden met het bedrijfsleven over de erkenning van opleidingen voor kort dienende soldaten. Die zouden bij de werving als militair voor enkele jaren (BBT) de garantie kunnen krijgen dat zij na zo'n opleiding op een burgerbaan kunnen rekenen.