De daad

's Avonds speelt zich in de L-vormige woonkamer met open keuken regelmatig het volgende af: ,,Zal ik even thee zetten'', vraagt de vrouw met een blik op de vermoeide man op de bank. Deze knikt dankbaar. Ze trippelt voorbij, de beleidsstukken van haar werk nog in haar hand. Hij hoort hoe zij de ketel vult, het gas aansteekt en weer verzuimt de fluit erop te doen, zoals zij alle deksels en dopjes voor potten, pannen flesjes en tubes zomaar ergens laat liggen. Zij kan overkoken, verdampen, leeg sijpelen en verkorrelen niet voorkomen – tenzij hij in actie komt.

Ook nu verdwijnt zij neuriënd uit de kamer. Hij sluit zijn ogen en luistert hoe het water aarzelend pruttelt. Hoe het suist en borrelt en even later in opperste bevrijding omlaag gulpt langs de tegeltjes. Theepot, kopjes, blaadjes, zeefje – niets staat klaar. Zal hij dan maar weer? Nee, hij vertikt het. Deze keer blijft hij zitten.