Carter te gast bij eigen band

Van rietblazer James Carter verschenen afgelopen zomer twee cd's tegelijk. Op The Gypsy zong hij de lof van wijlen gitarist Django Reinhardt, op Layin' in the Cut lanceerde hij zijn New Electric Quintet. Die laatste stap lag voor de hand omdat hij de geschiedenis van de akoestische jazz al in ijltempo had verkend. Waarbij hij vooral geïnspireerd leek door saxofonisten van het grote gebaar. De lage honks van tenorist Illinois Jacquet uit de jaren veertig en de hysterische flageoletten van R&B-altist Earl Bostic uit de jaren vijftig; James Carter is er even gek op als op de extatische free-jazzexcursies van wijlen Albert Ayler uit de jaren zestig en die van David Murray van eind jaren zeventig.

Murray ging later ook `elektrisch' in het gezelschap van gitarist James Ulmer, met Are you glad to be America als hoogtepunt. Wie die plaat uit tachtig vergelijkt met de laatste van Carter wordt getroffen door een groot verschil aan intensiteit. Moeten Murray en Ulmer het hebben van bloed, zweet en tranen, bij Carter gaat alles als vanzelf, welk instrument hij ook pakt uit het arsenaal dat hij beheerst.

De verbindende schakel tussen de beide platen, drummer G.Calvin Weston, stal gisteren in de Melkweg de show, samen met bassist Jamaladeen Tacuma met wie hij vroeger in de band van Ornette Coleman werkte. Het duo had er zelfs zo geweldig veel zin in dat Carter – pas 31 tenslotte – vaak te gast leek in zijn eigen band. Er waren veel solo's, luid en lang, met als gevolg stukken die uitdijden tot een half uur lang. Tacuma is een meester in het geselen van zijn bas, zoals te horen was in `There is a Paddle for every Ass in the Universe'. Gitarist Jef Lee Johnson en toetsenspeler Robert Jackson glipten er af en toe maar eens tussen uit, misschien uit vrees ook klappen te krijgen. De keuze voor macho-muziek is Carter gegund – zijn publiek bestaat nagenoeg geheel uit mannen – maar jammer is dat het hem aan vormgevoel ontbreekt. Zijn instrumentenbeheersing is weergaloos, zijn ornamentuur is indrukwekkend, maar je vraagt je steeds af of er nog iets onder zit, als bij het uitpakken van een Sinterklaas-surprise

Als de stormen zijn gaan liggen en Carter onverwacht aan een verhaal begint waar `Good Morning Heartache' uit te voorschijn komt, wordt pas echt duidelijk wat zijn grote talent is: oude zaken opnieuw verpakken. Wat de context ook moge zijn: akoestisch bescheiden of elektrisch loeihard; Carter is een meesterversierder.

Concert: James Carter New Electric Quintet. Gehoord: 1/11 Melkweg, Amsterdam.