Bondgenoten VS en Indonesië hebben het even moeilijk met elkaar

De VS en Indonesië zijn verzeild geraakt in een diplomatieke stellingenoorlog. Persoonlijke animositeit en wederzijds wantrouwen verzuren de relatie.

De Amerikaanse ambassade in Jakarta, aan de zuidzijde van het Vrijheidsplein, was vandaag voor de zesde opeenvolgende werkdag gesloten voor het publiek. De ambassade zou `geloofwaardige dreigementen' hebben ontvangen dat er gewelddadige acties op handen waren en wilde ,,het publiek dat gebruik maakt van onze visum- en paspoortdiensten niet blootstellen aan risico's.'' Indonesische waarnemers betwijfelen of de veiligheidsrisico's voor Amerikanen in Jakarta groter zijn dan in het turbulente Midden-Oosten, waar geen enkele ambassade is gesloten, en zien in de opschorting van de consulaire dienstverlening een strafmaatregel voor de jongste golf van anti-Amerikaanse betogingen.

De oude en hechte vriendschap tussen de Verenigde Staten en Indonesië staat onder druk. Ambassadeur Robert S. Gelbard, nu ruim een jaar in functie, voerde de laatste maanden een vinnige woordenstrijd met ministers van het Indonesische kabinet. Leden van het parlement hebben de regering deze week gevraagd de gezant tot ongewenst persoon te verklaren of zijn regering te verzoeken hem terug te roepen. De klimaatsverslechtering houdt verband met bilaterale pijnpunten, maar zou niet zulke pijnlijke vormen hebben aangenomen als betrokkenen aan beide kanten wat meer terughoudendheid hadden betracht.

Volgens minister van Defensie, Mohammad Mahfud, heeft Gelbard zich bij herhaling gemengd in binnenlandse aangelegenheden en zou hij het hebben opgenomen voor een ,,Amerikaanse spion''. Mahfud, tot voor kort hoogleraar in de rechten, werd eind augustus op voorspraak van de islamitische partij PPP door president Wahid belast met Defensie. Hij gaf toen zelf toe dat hij een politieke dilettant is, maar die bescheidenheid heeft hij intussen afgelegd. Op 6 oktober kwam het in Wamena, een bergstadje in Papoea (voorheen Irian Jaya), tot bloedige botsingen tussen de inheemse bevolking en immigranten. Een Amerikaanse toerist, Aaron Maness, maakte video-opnamen van het geweld en vertoonde die aan andere hotelgasten. Hij werd opgepakt en vorige week uitgewezen wegens misbruik van zijn toeristenvisum.

Minister Mahfud noemde Maness een `spion' en verweet de VS separatisme in Papoea aan te moedigen. De minister beweerde ook dat Gelbard zich had bemoeid met de jongste vervanging van de chef-staf van de landmacht. De Amerikaanse ambassade gaf daarop een gepeperde verklaring uit waarin leden van het kabinet werden beticht van ,,een campagne van desinformatie die Amerikaanse belangen schaadt.'' Vooral Mahfud zou ,,bij voortduring de bilaterale banden in gevaar brengen door onwaarheden te verkondigen''.

Ambassadeur Gelbard, die in het verleden de afdeling drugsbestrijding van het State Department leidde en enige tijd in Bosnië diende, ligt niet goed in Jakarta. Hij geldt hier als een `ondiplomatieke diplomaat' die zegt wat hem voor de mond komt en taal bezigt die in Indonesië als kwetsend wordt ervaren. Hij heeft de afgelopen maanden meermalen kritiek geuit op de Indonesische regering omdat die niet snel genoeg werk zou maken van corruptiebestrijding en de berechting van economische malversaties onder het bewind van oud-president Soeharto. Op 6 september werden in Atambua, West-Timor, drie medewerkers van het Hoge VN-Secretariaat voor de Vluchtelingen (UNHCR) omgebracht door Oost-Timorese milities; onder de slachtoffers was een Amerikaanse staatsburger. Gelbard dreigde toen met staking van de (omvangrijke) Amerikaanse hulp als Jakarta de verantwoordelijken niet met spoed zou oppakken en berechten. In de diplomatieke cultuur van Jakarta wordt kritiek van buitenlanders geaccepteerd, mits die discreet wordt overgebracht en geen gezichtsverlies veroorzaakt. Indonesische politici wensen niet te worden aangesproken als Colombiaanse drugsbaronnen of Bosnische krijgsheren.

Anti-Amerikaanse reflexen binnen de politiek elite sloegen over naar de straat toen het in het Midden-Oosten tot een nieuwe geweldsexplosie kwam tussen Israël en de Palestijnen. Indonesië herbergt de grootste moslimgemeenschap ter wereld. De man in de straat beziet het Palestijnse conflict niet als een geschil over grondgebied, maar als een krachtmeting tussen jodendom en islam en de VS gelden hier als een bondgenoot van Israël. In Jakarta en andere grote steden hielden radicale moslimgroepen felle anti-Amerikaanse betogingen en in de hoofdstad moest vooral de ambassade het ontgelden.

Zondag drongen honderd islamitische jongeren, uitgedost in olijfgroen gevechtstenue, enkele sterrenhotels in de Midden-Javaanse stad Solo binnen en eisten inzage in het gastenboek. Toen dat geweigerd werd, waarschuwden zij dat alle Amerikaanse toeristen de stad binnen 48 uur moesten verlaten. Hun voorman, ene Kalono, is inmiddels ondervraagd door de politie, maar er zijn geen arrestaties verricht. Het incident was deze week aanleiding voor het State Department om een negatief reisadvies te geven voor Indonesië.

President Wahid heeft dringende verzoeken uit het parlement om Gelbard tot persona non grata te verklaren van de hand gewezen en noemde hem ,,een gezant van een bevriende natie die respect en bescherming verdient''. Wahid ontkent dat er problemen bestaan tussen de beide regeringen en zei gisteren dat ,,Washington mij blijft steunen''. Minister van Buitenlandse zaken Alwi Shihab bagatelliseerde de veiligheidsrisico's voor de ambassade en zei: ,,Telefonische dreigementen kan iedereen uiten''. Shihabs woordvoerder, Sulaiman Abdulmanan, wraakt de sluiting van de ambassade: ,,Dit wekt de indruk dat Indonesië onveilig is.'' Hij noemt het ,,heel normaal dat er tussen staten meningsverschillen bestaan'' en vindt dat het nu aan ambassadeur Gelbard is ,,om te situatie te kalmeren en zich te onthouden van negatieve uitspraken. Hem tot ongewenst persoon verklaren zou het probleem alleen maar verergeren''.

Gisteren vertrok Gelbard naar de VS, volgens een woordvoerder van het State Department omdat hij ,,het huwelijk van een familielid wil bijwonen'' en voor consultaties met onderminister van Buitenlandse Zaken Thomas Pickering.

    • Dirk Vlasblom