Annan hekelt afzijdigheid rijke landen

VN-secretaris-generaal Kofi Annan heeft gisteren in New York gewaarschuwd dat de geloofwaardigheid van de vredesoperatie in Sierra Leone in gevaar komt door de weigering van grote landen om troepen te leveren.

Volgens stafleden van de VN richtte zijn kritiek zich in eerste instantie op de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad - de VS, Rusland, China, Frankrijk en Groot-Brittannië - maar ook op niet-permanente leden, zoals Nederland.

De VN willen de troepenmacht in Sierra Leone uitbreiden van 13.000 naar 20.500 man. Maar op zo'n versterking bestaat tot ver volgend jaar geen uitzicht. De VN zijn niet eens in staat de huidige bezetting op peil te houden. India en Jordanië hebben aangekondigd dat ze hun troepen terugtrekken, wat een verlies betekent van bijna 5.000 militairen. Aanbiedingen van Ghana en Bangladesh om extra manschappen te leveren maken dat verlies niet goed. Dat betekent volgens Annan dat de vredesmissie voorlopig maar ten dele aan haar opdracht kan voldoen.

De vredesmacht UNAMSIL moet toezien op naleving van een vredesakkoord dat regering en rebellen vorig jaar sloten nadat een burgeroorlog het land acht jaar had verscheurd. De missie moet helpen bij ontwapening en demobilisatie, ook in de diamantrijke streken die nog steeds door de rebellen worden gecontroleerd.

Vijf maanden geleden kwam UNAMSIL in ernstige problemen toen de rebellen 500 VN-militairen in gijzeling namen. Volgens Annan kon dat gebeuren omdat de soldaten voor het overgrote deel uit ontwikkelingslanden kwamen, slecht waren bewapend en slecht getraind. Een beroep op rijke landen om troepen beschikbaar te stellen, leverde niets op.

Westerse landen willen hun vingers niet branden aan Afrikaanse vredesmissies. Sinds achttien Amerikaanse militairen zeven jaar geleden in Somalië werden vermoord, hebben de VS geen troepen meer naar Afrika gestuurd. Groot-Brittannië heeft deze week wel een uitbreiding van de militaire steun aan de vroegere kolonie Sierra Leone beloofd. Maar de Britse troepen die in geval van nood in actie kunnen komen, vormen geen deel van de VN-vredesmacht.

De Nederlandse VN-ambassadeur Peter van Walsum stelde voor een bataljon Nederlandse mariniers naar Sierra Leone te sturen om met dat gebaar andere Westerse landen over de streep te trekken. Het gemak waarmee dat plan door de Nederlandse regering van tafel werd geveegd, noemde hij vorige week in het Algemeen Dagblad ,,benauwend''. ,,VN-missies in zwart Afrika wel goedkeuren maar er niet aan meedoen, dat is het Nederlandse beleid geweest gedurende mijn twee jaren in de V-raad'', zei hij in diezelfde krant. ,,De klus aannemen maar door een ander laten opknappen. Ik heb het tijdens het nemen van besluiten over vredesmissies vaak buitengewoon gênant gevonden om namens Nederland in de Veiligheidsraad te zitten.''

Deelnemen aan de klassieke vredesoperatie in Eritrea is voor Nederland veel minder riskant dan zich wagen in Sierra Leone. ,,Als we daar niet eens aan willen meedoen, dan kunnen we de tent wel sluiten'', zei Van Walsum in het blad.