Amsterdam houdt rails bij privaat GVB

Als het Amsterdams Gemeentevervoerbedrijf (GVB) over twee jaar een naamloze vennootschap is, blijven de tram- en metrorails in handen van de gemeente. De voertuigen komen in `geclausuleerde eigendom' van het GVB; Amsterdam kan ze terugkrijgen als een andere partij het vervoer gaat uitvoeren.

Dat staat in een notitie die het college B en W over twee weken voorlegt aan de gemeenteraad. De notitie geeft een aanzet tot het vaststellen van de voorwaarden waaronder het GVB een NV kan worden. Tot 2006 houdt de gemeente alle aandelen van de NV in bezit.

De gemeenteraad ging begin dit jaar in principe akkoord met de zogeheten externe verzelfstandiging van het GVB. In de raadsvoordracht schrijft het college dat het onontkoombaar is het GVB in 2006 volledig te privatiseren. De Wet Personenvervoer dwingt dan tot openbare aanbesteding en de overheid mag dan niet meer zowel eigenaar als opdrachtgever zijn. Het college vindt dat de gemeente alleen als opdrachtgever de publieke verantwoordelijkheid voor het openbaar vervoer kan uitvoeren. De gewenste dienstregeling van het GVB wordt dan in een contract vastgelegd. Als het vervoerbedrijfs wordt losgemaakt van het stadhuis, kan het GVB bovendien efficiënter en flexibeler te werk gaan.

In de visie van het college blijven de autobussen wel van het GVB, omdat het vervoerbedrijf anders niet kan concurreren met bedrijven die ook eigen bussen hebben. De gebouwen van het GVB worden op basis van marktwaarde aan het vervoerbedrijf verhuurd of verkocht.