Afrikaanse bruiden willen niet

Het groepshuwelijk werd dinsdag gesloten, maar de bruiden blijven onwillig. Twijfels groeien over het nut van de nieuwe vrijhandelszone in Oost- en zuidelijk Afrika.

Economische deskundigen zien te weinig samenhang tussen de negen Afrikaanse landen die deze week in de Zambiaanse hoofdstad Lusaka een vrijhandelszone hebben opgericht. Het gaat om de relatief ontwikkelde landen Egypte, Kenya, Zimbabwe en Mauritius samen met de veel armere landen Malawi, Madagaskar, Djibouti, Sudan en Zambia.

Manu Chandaria, een oudgediende Keniase industrieel en voormalig hoofd van de Kamer van Koophandel, verwacht dat enkele landen van deze groep de komende weken al hun medewerking opschorten, als ze er achter komen dat het huwelijk hun geen voordelen oplevert. Het enige dat de negen landen verbindt is hun geografische ligging. Volgens waarnemers bestaat er geen gelijkaardigheid van hun economieën om een evolutie naar een samenhangende tariefvrije handelsregio te ondersteunen. ,,Onder de huidige omstandigheden'', aldus Mbui Wagacha van het Keniase Instituut voor Politieke analyse en onderzoek, ,,zullen sommige lidstaten van het verdrag niet profiteren van tariefvrije handel, simpelweg omdat ze inefficiënte producenten zijn met duurdere producten dan de andere leden''.

In tegenstelling tot de situatie bij de vorming van de Europese Unie bestonden er in deze Afrikaanse regio geen economische criteria om te kunnen toetreden tot de vrijhandelszone. Geen maatstaven als de hoogte van de inflatie, de werkloosheid en het bruto nationaal product. Zo is het bnp van de lidstaat Egypte tweemaal zo hoog als het gemiddelde van de acht andere leden. Ook Zimbabwe en Kenya hebben relatief sterke industrieën, die gemakkelijk die van de minder sterke leden kunnen wegdrukken na afschaffing van de douanetarieven. Tanzania, dat om die reden vorige maand uit het regionale samenwerkingsverband COMESA stapte, vreest voor een vloed betere en goedkopere producten van buurland Kenya. Bovendien komt 30 procent van de inkomsten uit belasting in Tanzania van de tarieven die worden geheven op de export naar Kenya. Kenya op zijn beurt is bang voor de sterke economische broer Egypte. Kenyase zakenlui vroegen meer tijd om zich te kunnen weren tegen de concurrentie van Egyptische producten.

Het overgrote deel van de Afrikaanse handel is met het Westen, vooral in grondstoffen en gewassen als thee en koffie. Onderling handelen de Afrikaanse staten niet veel en ze kopen hun industriële producten goeddeels van Europa en Amerika. Door de liberalisering van de wereldhandel is deze eenzijdige stroom van en naar het Westen verder toegenomen, want de Afrikaanse industrieën kunnen de concurrentie niet aan.

Op het continent voelen veel staten zich bovendien bedreigd door Zuid-Afrika. Zuid-Afrika is inmiddels de grootste investeerder in Afrika.

Sinds de jaren '80 zijn er vier samenwerkingsverbanden ontstaan in Afrika, waarvan COMESA (21 landen van Egypte tot aan Zuid-Afrika) met 400 miljoen inwoners het grootste is. De nieuwe vrijhandelszone kwam uit COMESA voort, maar slechts negen van de 21 lidstaten besloten toe te treden.

Hechte economische samenwerking veronderstelt dat iedere lidstaat naar rato van zijn economische activiteiten voordelen geniet, maar dat niemand er aan verliest.

Aan die voorwaarde is voor de meeste Afrikaanse economieën niet voldaan, want alleen de relatief sterkere landen profiteren. Daarom zullen het dinsdag getekende verdrag voor een vrijhandelszone geen wittebroodsweken gegund zijn. Waarnemers menen dat het een realistischer optie zou zijn geweest als de COMESA-lidstaten stapsgewijs en per product afspraken hadden gemaakt in plaats van deze allesomvattende overeenkomst voor een douane-unie.