Achterstanden in conservering collecties

Zowel rijks- als niet-rijksmusea kampen nog steeds met achterstanden in het registreren en conserveren van rijkscollecties. Hierdoor wordt het controleren van ontbrekende museumstukken bemoeilijkt. Dit blijkt uit een vandaag gepubliceerd rapport van de Algemene Rekenkamer.

Menig depot of museale ruimte verkeert in slechte klimatologische omstandigheden of is niet geschikt voor opslag en/of presentatie. De rijksoverheid blijkt hierover onvoldoende te zijn geïnformeerd. En daardoor schiet men in de controle sterk te kort.

Dat blijkt uit het rapport Museale collecties van het Rijk dat de Algemene Rekenkamer vandaag de Tweede Kamer heeft aangeboden. Eigenlijk is het ook een beknopte samenvatting van eerder verschenen evaluaties van het Deltaplan voor het Cultuurbehoud uit 1990, dat de afgelopen tien jaar moest leiden tot een beter behoud van het Nederlands cultureel erfgoed. In juli jl. rapporteerde de Inspectie Cultuurbezit dat de digitale registratie veel te wensen overlaat. En in september jl. concludeerde het dagblad Trouw op basis van vijftig inspectierapporten uit de laatste zes jaar dat er 1,3 miljoen museumstukken zoek zijn en dat het met de klimaatbeheersing in depots veelal slecht is gesteld.

Het rapport van de Rekenkamer is gebaseerd op een steekproef bij twee rijks- en zeven niet-rijksmusea met rijkscollecties. Geen specifieke kunstmusea, maar bijvoorbeeld het Nederlands Architectuurinstituut (Rotterdam), het Militair Luchtvaartmuseum (Soesterberg) en het Muntmuseum (Utrecht). De twee betrokken rijksmusea zijn Paleis Het Loo (Apeldoorn) en het Scheepvaartmuseum (Amsterdam). De enige onderzochte deelcollectie was daar nagenoeg op orde.

Hoewel de rijksmusea in de afgelopen tien jaar 216,5 miljoen gulden ontvingen, bestaat er niettemin nog 9 procent registratie- en 36 procent conserveringsachterstand. Bij de niet-rijksmusea, die maar voor 40 procent financiering van registratie en conservering in aanmerking kwamen, is de situatie ,,beduidend minder goed''. Een gebrek aan geld en menskracht is er debet aan. Er moet een plan van aanpak komen om de achterstanden alsnog weg te werken, aldus de Rekenkamer.

Met name bij het Museum Bronbeek (Arnhem), het Nederlands Instituut voor Scheeps- en onderwater Archeologie (Lelystad) en het Militair Luchtvaartmuseum is de registratie gebrekkig. Kasteel Groeneveld (Baarn) geeft nauwelijks de standplaatsen van de objecten aan, zodat ze moeilijk zijn terug te vinden. Bij deze groep zijn ook de depots vuil en te vol, de klimatologische omstandigheden ontoereikend. Bij alle zeven niet-rijksmusea ontbreekt een conserveringsplan en vijf missen een vast conserveringsbudget. Uitzonderingen vormen het Nederlands Architectuurinstituut en het Marinemuseum (Den Helder).

De Rekenkamer pleit voor gebiedsuitbreiding van de Inspectie Cultuurbezit. Deze dienst, in deze vorm actief sinds de verzelfstandiging van de rijksmusea in 1993, moet voortaan niet alleen de 21 rijks- maar ook de niet-rijksmusea onder zijn hoede nemen. Instellingen die niet onder het ministerie van OCenW vallen, zoals het Muntmuseum onder Financiën, zouden voortaan eveneens onder deze dienst moeten ressorteren. De Inspectie Cultuurbezit neemt steeds te kleine steekproeven om harde conclusies te kunnen trekken, aldus de Rekenkamer. Door de methodiek aan te scherpen kunnen problemen op tijd worden gesignaleerd en kunnen nieuwe achterstanden worden voorkomen. De vier betrokken ministeries hebben deze en andere aanbevelingen van de Rekenkamer overgenomen. Aan het ministerie van OCenW de taak om met de andere ministeries in contact te treden.