Aandeelhouders moeten echt wat te zeggen hebben

De controle op bedrijven is volop in discussie. Zo heeft de SER onlangs voorgesteld werknemers en aandeelhouders meer invloed te geven op de samenstelling van de raad van de commissarissen. Piet Moerland en Jaap Peters pleiten voor een helder en evenwichtig regime.

Een wettelijk te regelen modernernisering van het ondernemingstoezicht is in aantocht. Het bestaande systeemheeft sterke, maar ook zwakkere kanten. De eerste moeten behouden blijven, de laatste dienen verbeterd te worden.

Aan deze kwestie zit een internationale dimensie. Ruwweg de helft van het risicodragende vermogen dat is geïnvesteerd in Nederlandse beursondernemingen is afkomstig uit het buitenland. Bij de grootste ondernemingen is zeventig procent van het personeel werkzaam buiten Nederland. Steeds vaker vinden grensoverschrijdende fusies, overnames en allianties plaats. Nederland loopt in dat opzicht bepaald niet achter. Dit moet in aanmerking genomen worden bij de beoordeling en vernieuwing van het regime van ondernemingstoezicht.

Tot de goede punten van de specifiek Nederlandse regeling kunnen worden gerekend: de scheiding van bestuur en toezicht in afzonderlijke organen, de bij wet voorgeschreven oriëntatie van het toezicht op het `belang van de vennootschap en de daarmee verbonden onderneming', en de betrokkenheid van de werknemers via de uitoefening van medezeggenschap.

Basisvoorwaarden voor ondernemingstoezicht zijn onafhankelijkheid, deskundigheid, transparantie en verantwoording. Deze maatstaven dragen een universeel karakter, en gelden zowel voor ter beurze genoteerde als andere ondernemingen. Aan deze voorwaarden wordt onder het Nederlandse regime in het algemeen redelijk voldaan, zij het dat met name de transparantie en verantwoording stellig kunnen worden verbeterd.

Bijvoorbeeld door het systeem van coöptatie af te schaffen. Vrijwel overal ter wereld worden toezichthouders benoemd door de vergadering van aandeelhouders. Ook de OESO beveelt dat aan. Dit gangbare internationale gebruik verdient navolging. De benoeming van commissarissen dient te geschieden aan de hand van een duidelijke profielschets voor de raad als geheel. Gezien het grote belang hiervan, dient de profielschets te worden voorgelegd aan de ondernemingsraad en aan de vergadering van aandeelhouders. De voordracht van benoeming van commissarissen dient door de raad van commissarissen zélf te geschieden. Selectie van kandidaten moet niet gebeuren op basis van representatie, maar op basis van kwaliteit en passend binnen het vastgestelde profiel.

De kern van elke raad van commissarissen dient bij voorkeur te bestaan uit personen die ervaring hebben met bijvoorbeeld ondernemingsstrategie, fusies en overnames, internationaal zakendoen en risicobeoordeling. Het circuit waaruit commissarissen worden gerecruteerd kan worden verruimd door een goede benutting van het adviesrecht door ondernemingsraad en aandeelhoudersvergadering (commissie van aandeelhouders). Nederland neemt op het vlak van medezeggenschap van werknemers internationaal gezien reeds een vooruitstrevende positie in die als voorbeeld kan dienen. Aan de ondernemingsraad komt ter zake van te benoemen commissarissen naar onze opvatting geen recht van voordracht toe, wel een recht van advies.

Op dit moment bestaat te onzent een tamelijk ondoorzichtig samenstel van verschillende toezichtregimes: het gewone regime, het verplichte structuurregime, het vrijwillige structuurregime, het verzwakte structuurregime. Knap ingewikkeld, en het staat nogal op gespannen voet met een basisvereiste voor goede corporate governance: transparantie.

Waarom wordt niet overgegaan op een helder en evenwichtig regime van ondernemingstoezicht waarmee ook in internationaal opzicht voor de dag gekomen kan worden? Wijs de diverse sleutelbevoegdheden op een uniforme wijze toe. Bijvoorbeeld dat bestuurders worden benoemd en ontslagen door de raad van commissarissen (zoals thans onder het volledige structuurregime). Leg een aantal belangrijke besluiten aangaande aard, omvang en risicoprofiel van de onderneming, zoals beslissingen inzake majeure fusies en overnames, ter goedkeuring voor aan de vergadering van aandeelhouders. Bestuur en commissarissen leggen verantwoording af aan de aandeelhoudersvergadering. Commissarissen moeten door die vergadering, in geval van tekortschietend functioneren, kunnen worden heengezonden.

Aandeelhouders moeten werkelijk wat te zeggen hebben, zonder op de stoel van het bestuur terecht te komen. Dat kan bijvoorbeeld worden bereikt door het afschaffen van certificering en stemrechtbeperking.

Er bestaan sterke aanwijzingen dat certificering een significant drukkend effect heeft op de waarde van de desbetreffende ondernemingen. Daarmee doen ze dus in feite zichzelf tekort. Dat is niet in het belang van die ondernemingen en daarom hebben commissarissen de wettelijke opdracht om daar wat aan te doen.

Prof.dr. P.W. Moerland is hoogleraar Ondernemingsfinanciering enCorporate Governance aan de KUB. Drs. J.F.M. Peters is oud-voorzitter van de raad van bestuur van Aegon en oud-voorzitter van de commissie Corporate Governance.