`Vogels op Waddenzee krijgen te weinig voedsel'

Vorig jaar verhongerden 20.000 eidereenden. De wadvogels hebben meer schelpdieren nodig, stelt onderzoeker Ens.

Hoe kun je beloven dat uitgehongerde eidereenden en scholeksters in de Waddenzee meer voedsel tot hun beschikking krijgen in de vorm van kokkels en mosselen, zónder dat dit ten koste gaat van de visserij? Dat is de vraag nu staatssecretaris Faber (LNV) deze week aankondigde dat zij de hoeveelheid schelpdiervlees voor eidereenden en scholeksters in de Waddenzee wil verhogen van 10,1 miljoen kilo tot 18,6 miljoen kilo. De kokkelvissers zullen van deze maatregel ,,nauwelijks hinder'' ondervinden, zo stelt de woordvoerder van Faber. ,,Er is genoeg voor iedereen.''

Faber reageert met haar maatregel op een rapport van natuuronderzoeksbureau Alterra. Volgens het rapport hebben eidereenden en scholeksters aanzienlijk meer schelpdiervlees nodig om te overleven dan in eerdere ramingen werd aangenomen. Een brandende kwestie, sinds afgelopen winter twintigduizend eidereenden in de Waddenzee stierven door verhongering en ook het aantal broedende scholeksters de laatste jaren fors is gedaald. Natuurbeschermers leggen een verband met de kokkel- en mosselvisserij. De schelpdiervissers houden staande dat een relatie niet is bewezen.

Het onderzoek van Alterra werd uitgevoerd door dr. Bruno Ens. Hij is niet onder de indruk van de maatregel van Faber. Ens: ,,Deze verhoging is marginaal. Het gaat er niet zozeer om de hoeveelheid beschikbaar voedsel voor scholeksters en eidereenden te verhogen, maar veeleer om ervoor te zorgen dat de wadvogels het schelpdiervlees ook kunnen `oogsten'. Dat laatste is een groot probleem. Over eidereenden weten we niet zoveel, maar van scholeksters is bekend dat ze maar een beperkte hoeveelheid mosselen kunnen oogsten omdat ze elkaar op de mosselbanken wegconcurreren. Als je werkelijk de scholeksters en de eidereenden in de Waddenzee wilt beschermen, dan moet je twee tot vier keer zoveel voedsel reserveren.''

Faber heeft aangekondigd dat voortaan niet alleen kokkels en mosselen op de droogvallende platen in de Waddenzee worden meegeteld in het voedselreservering voor wadvogels. Ook gebieden die permanent onder water staan, het zogenoemde sublitoraal, tellen nu mee. Uit het onderzoek van Alterra blijkt namelijk dat met name eidereenden juist daar veel vis opduiken. Onderzoeker Ens: ,,Als je in deze gebieden werkelijk rekening wilt houden met de vogels, dan zal dat zeker ten koste gaan van de visserij. Nu is dat nog niet het geval. Als de politiek geen scholeksters en eidereenden wil, maar kiest voor de visserij, moet men daar voor uitkomen.''

De woordvoerder van Faber bestrijdt dat de visserij veel hinder ondervindt van een toename van schelpdiervlees voor de wadvogels. ,,De extra reservering voor vogels geldt alleen voor voedselarme jaren. Zo'n jaar hebben we de afgelopen tien jaar slechts één keer gehad, in 1991. Alleen in dat geval zal de visserij een pas op de plaats moeten maken.''

    • Arjen Schreuder