`Risico van BSE neemt heel snel af in Nederland'

De maatregelen die Nederland heeft genomen om de gekkekoeienziekte BSE te bestrijden hebben succes. De afgelopen twee jaar is de verspreiding van de ziekte beperkt. Bij strikte uitvoering van de overheidsmaatregelen zal het BSE-risico in Nederland de komende jaren heel snel afnemen.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Scientific steering committee (SSC), een groep van vijftig deskundigen die de Europese Commissie adviseert in de BSE-crisis. Bij het SSC-onderzoek in 23 landen is onder meer gekeken naar de hoeveelheid runderen en diermeel die zijn geïmporteerd uit het door BSE getroffen Groot-Brittannië. Onderzoek is ook gedaan naar de snelheid waarmee nationale overheden maatregelen hebben genomen en naar de effectiviteit ervan.

Nederland behoort met Denemarken, Frankrijk, Ierland en Zwitserland tot de categorie landen waar BSE is aangetroffen, maar waar een afname van het BSE-risico wordt verwacht. In België en Luxemburg, waar ook BSE is, wordt nog geen daling verwacht. Beide landen troffen pas laat maatregelen.

Groot-Brittannië en Portugal zijn landen met een hoog BSE-risico, maar ook daar hebben de genomen maatregelen effect. Spanje, Duitsland en Italië hebben officieel nooit BSE gevonden, maar volgens het SSC zijn in die landen vrijwel zeker runderen besmet.

De veiligste Europese landen zijn Zweden, Finland en Oostenrijk. In deze landen is het ,,onwaarschijnlijk, maar niet uitgesloten'' dat runderen zijn geïnfecteerd. In de negen onderzochte niet-Europese landen, waaronder de Verenigde Staten, is het ,,hoogst onwaarschijnlijk'' dat runderen besmet zijn. Over Griekenland wordt geen oordeel gegeven. Dat land weigerde gegevens te verstrekken.

Officieel telt Nederland zes BSE-runderen. Het eerste werd in 1997 gevonden, het laatste in 1999. Ook is in Engeland bij twee uit Nederland geïmporteerde koeien BSE vastgesteld. Het SSC schat dat Nederland in werkelijkheid zeker veertig besmette dieren had. Volgens secretaris J. Kreysa van het SSC is vooral passief gecontroleerd; er kwam pas actie als een dier ziek werd. Kreysa: ,,Als je actief zoekt, zoals in Zwitserland en Frankrijk is gebeurd, blijkt het aantal gevallen dat je ontdekt een factor vijf hoger te liggen.'' Nu Nederland door Europa is verplicht actiever te zoeken zullen er ook meer BSE-gevallen worden ontdekt, zegt Kreysa. ,,Maar dat betekent dan niet dat BSE in Nederland weer toeneemt.'' [Vervolg BSE-RISICO: pagina 3]

BSE-RISICO

Besmetting door import

[Vervolg van pagina 1]Uit het onderzoek blijkt dat de Nederlandse rundveehouderij in de jaren tachtig vanuit Groot-Brittannië moet zijn geïnfecteerd door de import van besmette runderen en besmet diermeel. De periode 1988-1994 wordt door het SSC genoemd als meeste risicovolle. Eind jaren tachtig ontbrak in Nederland elke controle en waren er geen regels om verspreiding van BSE te voorkomen. Slachtafval van Britse runderen en Nederlandse dieren, door Brits diermeel besmet, werd verwerkt tot diermeel. Het besmette diermeel werd gevoerd aan andere runderen die daardoor op hun beurt besmet raakten.

Deze spiraal is doorbroken door maatregelen die Nederland trof, onder meer in 1990, in 1997 en in 1999. De maatregelen zijn effectief, concludeert het SSC. Wil Nederland alle risico's uitbannen dan moet er geen nieuwe BSE-import meer zijn en dienen de overheidsmaatregelen strikt te worden uitgevoerd, aldus de deskundigen.