Philips groeit hard in Korea

In snel tempo groeit de productie van platte beeldschermen in de fabriek van het Koreaanse concern LG, waarin Philips een belang van 50 procent heeft. Deze techniek heeft enorme toekomstkansen.

De gelijkenissen met Eindhoven dringen zich vanzelf op bij een bezoek aan de stad Kumi in het zuidoosten van Zuid-Korea. Het lijkt geen toeval dat Philips zich hier thuis voelt. De kern van Korea's technische industrie bevindt zich in een non-descripte provinciestad. Brede, rechte wegen afgezoomd met telegraafpalen leiden langs grote fabriekshallen. Het lijkt meer op het Amerikaanse midden-westen, dan exotisch Azië. Maar het woord `slaperig' is op deze provinciestad niet van toepassing. De uitgezonden werknemers van Philips moeten alles op alles zetten om het werktempo van de Koreanen bij te benen.

In juli 1999 nam Philips voor 1,6 miljard dollar een aandeel van 50 procent in de fabriek voor platte beeldschermen van het conglomeraat LG, dat wegens de economische crisis om harde valuta zat te springen. Deze instroom van buitenlands geld was zo groot dat een krantenbericht het destijds als een van de belangrijke redenen noemde voor een verwachte stijging van de koers van de eigen munt met zo'n 5 à 10 procent. De nieuwe combinatie, LG-Philips LCD, vormt samen met die andere Koreaanse grootmacht, Samsung, de absolute wereldtop in platte beeldschermen. LG-Philips had in 1999 een marktaandeel van 16 procent met een omzet van bijna twee miljard dollar. In de markt voor grotere monitoren, die langzaam maar zeker de ouderwetse beeldschermen vervangen in desktopcomputers, is LG-Philips zelfs marktleider met een aandeel van 18,1 procent, terwijl Philips via de Japanse dochter HAPD (Hoshiden and Philips Displays) nog eens 5,3 procent bezit. Samsung leidt in het segment voor laptopcomputers.

In de controlekamer van een van de drie fabrieken voor deze beeldschermen (volledig thin film transistor-liquid chrystal display, TFT-LCD's, geheten) is op 24 monitoren het productieproces in de stofvrije ruimtes te volgen. Een enkel volledig in wit gekleed personeelslid volgt in de serene rust de robotten. Maar die rust is slechts schijn. ,,Officieel is de werkweek 44 uur, maar de technici werken veel langer'', zegt Bruce Berkoff, als executive vice-president verantwoordelijk voor marketing. Berkoff komt uit de Verenigde Staten, waar de echte techneuten ook lange dagen weten te maken. ,,In Silicon Valley werken ze ook 15 uur per dag, maar na drie weken nemen ze een week vakantie. Hier gaat het eeuwig door.''

De werktijden zijn overigens niet kenmerkend voor dit ene bedrijf. Overal in Korea werkt men lange dagen om het land in de vaart der volkeren op te stoten. Toetreding tot de groep van geïndustrialiseerde landen (OESO) enkele jaren geleden. heeft daar nog niets in veranderd. Wel nieuw bij LG-Philips is dat personeel soms extra betaald krijgt voor geleverde prestaties, iets dat ingaat tegen het gebruikelijke collectivisme in een land als Korea.

Berkoff is vooral onder de indruk van de manier waarop de Koreaanse technici soms 150 tot 200 procent van de oorspronkelijke productiecapaciteit uit hun machines weten te halen. ,,Ze zetten de machines harder en kijken waar het misgaat'', vertelt Berkoff, ,,vervolgens proberen ze net zo lang van alles uit tot het goed gaat. Soms door een onderdeel te wijzigen, soms door een nieuwe techniek en soms gewoon door de opstelling te veranderen. Als het lukt gaan ze door naar de volgende flessenhals in het proces.''

De Koreanen hebben op deze manier ,,de markt gemaakt'' voor platte schermen. ,,De Amerikanen ontwikkelden de wetenschappelijke basis, maar maakten er niets van. De investeringen die wij nu doen in nieuwe fabrieken zijn in de VS onmogelijk omdat men snel resultaat wil zien. De Japanners namen de Amerikaanse kennis over en ontwikkelden de producten'', vertelt Berkoff. ,,Van 1985 tot '95 beheersten ze de industrie, maar ze waren ook erg precies. De Koreanen trokken zich daar niets van aan en veranderden de volumes.''

Het resultaat is dat de Koreanen nu de markt beheersen. Toekomstige dreiging is er alleen vanuit Taiwan, waarmee de beeldschermenproductie een volledig Aziatische zaak is.

Philips had 10 jaar geleden een fabriek in Nederland voor kleine LCD-schermen, maar deze is inmiddels opgedoekt. Succes is nu eenmaal een kwestie van het juiste product op het juiste tijdstip. Via Hoshiden in Japan keerde Philips in 1997 terug in deze markt. Maar ,,Hoshiden had niet de capaciteit die we wilden'', zegt Ron Wirahadiraksa, namens Philips de man die met zijn Koreaanse LG-collega het bedrijf leidt.

Philips keek verder en had het geluk dat in december '97 in Zuid-Korea juist de crisis uitbrak. ,,LG had een unieke, zeer hoogstaande productiekennis èn was te koop.'' Het is mede een succes geworden omdat ,,het persoonlijk klikt met de Koreanen'', zegt Wirahadiraksa, die zich volledig op zijn gemak lijkt te voelen in de Koreaanse provincie.

LG-Philips maakt een stormachtige groei door. Massaproductie in de eerste fabriek begon in 1995; in mei van dit jaar begon alweer de bouw van fabriek nummer vier, die in 2002 moet openen. De productie steeg van 400.000 schermen in 1996, naar 2,2 miljoen in de eerste helft van dit jaar. Als dit tempo de tweede helft doorzet een vertienvoudiging in vier jaar.

De toepassing is nu vooral nog in computers, maar rond 2004/5 zullen ook de oude beeldbuizen er aan moeten geloven, meent Berkoff: ,,Het enige dat we nodig hebben zijn grotere fabrieken en betere tv-signalen en dat laatste is op komst met digitale televisie.'' De schermen waarop transistoren als dunne, doorzichtige film (het TFT-deel) zijn aangebracht, bieden nog veel meer mogelijkheden: ,,Een draagbaar glazen scherm dat dienst doet als tv-telefoon is over vijf jaar commercieel maar duur, over tien jaar is het zo gewoon als een computer nu.''