`Over vier jaar wordt het nog heftiger'

De Raad voor Cultuur heeft veel kritiek gekregen op het advies dat hij uitbracht aan staatssecretaris Van der Ploeg. De Raad zou te volgzaam zijn geweest en te weinig voor kwaliteit hebben gekozen. ,,Veel aantijgingen zijn niet op feiten gebaseerd'', zegt voorzitter Winnie Sorgdrager.

,,De Raad heeft ongelooflijk zijn nek uitgestoken met dit advies'', zegt Winnie Sorgdrager, voorzitter van de Raad voor Cultuur. Daar is niet iedereen het mee eens. Niet eerder lag het adviesorgaan van de regering zo onder vuur. Van boze stukken op de opiniepagina tot boze kunstenaars op de snelweg, slechts weinigen lijken gelukkig met het advies dat half mei werd uitgebracht. ,,Ik voorspel dat het over vier jaar nog heftiger zal zijn'', zegt Sorgdrager. ,,Het is een algemene ontwikkeling: iedereen over wie geoordeeld wordt, gaat zich steeds meer weren.''

Voor een recordaantal van 754 instellingen bekeek de Raad of ze de komende vier jaar in aanmerking komen voor rijkssubsidie. Over twee weken behandelt de Tweede Kamer de Cultuurnota van staatssecretaris Van der Ploeg, die het advies goeddeels heeft overgenomen. Voorafgaand aan ons gesprek heeft Sorgdrager het toneelschrijversfestival Hollandse Nieuwe in het Amsterdamse theater Cosmic geopend. In haar speech heeft ze de werkwijze van de Raad en de relatie tussen Raad en politiek toegelicht. Met een staatssecretaris die zo'n uitgesproken cultuurpolitiek bedrijft, is de taakverdeling niet altijd even duidelijk. Sorgdrager: ,,Het Thorbecke-principe, waarbij de overheid niet over kunst oordeelt, is nog steeds van kracht. Een bewindspersoon mag daarbij best bepaalde ontwikkelingen stimuleren. Dit keer is het goed gegaan omdat onze prioriteiten voor een groot deel overeenkwamen met die van Van der Ploeg. Was dat niet het geval geweest, dan hadden we waarschijnlijk flinke problemen gekregen.''

Daarmee komen we op het eerste verwijt aan de Raad, bijvoorbeeld van Arie van der Zwan in zijn State of the Union op het Theaterfestival: dat de Raad veel te braaf Van der Ploeg heeft gevolgd in zijn verlangen naar nieuw, jong en allochtoon.

,,We hebben onszelf gevolgd, lees ons vooradvies er maar op na. De Raad is trouw gebleven aan zijn eigen lijn, en toevallig – of minder toevallig, zulke ideeën hangen in de lucht – kwam die lijn overeen met die van Van der Ploeg.''

In dat vooradvies kiest de Raad voor een `pluriform kwaliteitsbegrip'. U had ook eenduidig kunnen kiezen voor kwaliteit als beoordelingscriterium.

,,Met dat pluriform bedoelen we dat kwaliteit alleen binnen de eigen discipline wordt beoordeeld, dus jazz wordt niet met opera vergeleken. Kwaliteit staat voorop, daarnaast spelen de `maatschappelijke' criteria. In sommige gevallen, vooral bij nieuwkomers, waren we niet overtuigd van de te verwachten, structurele kwaliteit. In zo'n geval kan geografische spreiding dan een argument zijn om toch positief te adviseren.''

Bij het omstreden advies om drie orkesten op te heffen speelt kwaliteit geen rol, de Raad heeft op eigen initiatief voorgesteld het orkestenbestel om te gooien. Waarom?

,,De Raad vindt dat symfonische muziek teveel beslag legt op het totale muziekbudget, en dat nieuwe ensembles daardoor te weinig aan bod komen. Dat is een beleidsmatige keuze. In de Randstad is het een beetje overcrowded met orkesten, dus heeft de Raad gekeken welke orkestfuncties daar kunnen verdwijnen.''

Een speciale commissie moet nu uitzoeken hoe die kennelijk niet overbodige functies moeten worden gecompenseerd. Is dat niet het bewijs van een verkeerd advies?

,,Natuurlijk moet er een oplossing komen voor die orkesten, maar als je nooit iets doet, kun je niets veranderen. Er moest ruimte komen voor goede, nieuwe initiatieven.''

Meer dan voorheen klinkt deze ronde het verwijt van de belangenverstrengeling. Raads- en commissieleden hebben teveel functies in de cultuursector om een onafhankelijk oordeel over collega-instellingen te kunnen vellen.

,,Er is geen beter alternatief. Iedereen is het er over eens dat mensen uit het veld betere adviseurs zijn dan ambtenaren van OCenW. Eventuele belangen worden geneutraliseerd doordat de commissies breed zijn samengesteld. Het belangrijkste is dat we duidelijk zijn over nevenfuncties van commissieleden, we willen niet geheimzinnig doen.''

Een aantal instellingen doet een beroep op de WOB om zogenoemde `voorstellingsverslagen' van de Raad te krijgen. Waarom wilt u die niet geven?

,,Die verslagen, gemaakt door voorstellingsbezoekers, zijn niet meer dan een aanvulling op het oordeel van de commissieleden. De voorstellingsbezoekers beslissen niet mee, ze leveren alleen hun indrukken aan de commissieleden. De WOB geeft de mogelijkheid om persoonlijke dingen niet prijs te geven, dus ik denk dat we dit wel gaan winnen. Overigens zijn individuele oordelen nooit openbaar geweest, dat zou de Raad als instituut in gevaar brengen.''

Bij OCenW zijn bezwaarschriften ingediend tegen op Raadsadviezen gebaseerde beschikkingen van Van der Ploeg. Bent u bang dat de rechter adviezen zal terugdraaien?

,,Als die bezwaren gegrond worden verklaard gaan ze naar de bestuursrechter en die kan ze alleen afkeuren `als de adviezen op onzorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen'. Nobody is perfect, maar vanaf het begin van de procedure hebben we aan goede dossiervorming gedaan, dus ik zie die zaken met vertrouwen tegemoet.''

Sorgdrager constateert dat het systeem van een vierjaarlijkse subsidieronde minder flexibel is dan het lijkt, en dat dat vooral komt omdat alle instellingen op hetzelfde moment op dezelfde manier worden beoordeeld.

,,Nieuwe instellingen moeten op een andere manier worden beoordeeld, kleine instellingen moeten misschien bij fondsen worden ondergebracht.'' Komend voorjaar komt de Raad volgens Sorgdrager met een voorstel voor een andere procedure.

Ze was wat gewend in haar vorige functie als minister van Justitie, maar het onder vuur liggen in de cultuursector valt Sorgdrager niet mee. ,,Ik ben niet bang voor felle discussies, maar ik had gehoopt dat het over inhoud zou gaan. Het niveau is helaas niet erg hoog, veel aantijgingen zijn niet op feiten gebaseerd. Wat me erg stoort is dat Raadsleden persoonlijk worden aangepakt. Die mensen zetten zich enorm in voor het culturele veld, en als dank worden ze verdacht gemaakt in de pers, lopen ze opdrachten mis van gegriefde instellingen. Dat zou ik graag anders zien.''