`Onthulling' Bouterse roept vragen op

De Surinaamse ex-legerleider Bouterse heeft gesproken over de `Decembermoorden'. Is zijn verhaal geloofwaardig?

Achttien jaar sprak Desi Bouterse nauwelijks over een van de meest traumatische gebeurtenissen uit de Surinaamse geschiedenis: de `Decembermoorden' uit 1982. En als hij het deed, dan klonk altijd dezelfde boodschap: er was een coup aanstaande en daarom werden zestien opposanten van het toenmalige `Militair Gezag' opgepakt. Vijftien van hen werden zonder enige vorm van proces doodgeschoten binnen de muren van Fort Zeelandia. ,,Het was zij of wij, in tijd van nood handel je onmiddellijk'', aldus Bouterse in 1984.

De afgelopen weken wijzigde de huidige parlementariër zijn koers. Onder druk van een juridisch onderzoek naar de Decembermoorden verkoos Bouterse, nadat hij eerst geweigerd had een getuigenverklaring voor het hof van justitie af te leggen, om met ,,onthullingen'' gedetailleerd op de gebeurtenis in te gaan.

De voormalige bevelhebber nam daarbij afstand van de officiele verklaring die stelt dat de slachtoffers ,,op de vlucht zijn neergeschoten''. Bouterse had het nu steeds over ,,executies''. Wel hield hij de lezing over de vermeende coup overeind. Daarvoor is in onderzoeken van de VN en de Organisatie van Amerikaanse Staten, maar ook in het diplomatieke verkeer van de Nederlandse en Amerikaanse ambassdes, overigens geen enkele aanwijzing te vinden.

Bouterse kwam met twee nieuwe punten: hij zou geen opdracht tot de moorden hebben gegeven, noch tijdens de gebeurtenis in Fort Zeelandia aanwezig zijn geweest. Wie de orders dan wel zou hebben verstrekt, bleef onduidelijk. Ook kwam geen antwoord op de vraag hoe het kan dat Bouterse, die bekend stond als gezaghebbend bevelhebber, het zo ver heeft kunnen laten komen. Duidelijk is wel dat het Militair Gezag zich uiterst bedreigd voelde. Reden daarvoor was de explosieve situatie die in Suriname was ontstaan na de coup van 1980, gepleegd door een club sergeanten. Aanvankelijk kreeg deze `Groep van Zestien' nog het voordeel van de twijfel, maar al snel bleek dat men het landsbestuur niet aankon. Het regime, dat pro forma een Raad van Ministers met enkele burgers erin had samengesteld, stond onder invloed van een aantal ultralinkse adviseurs en vertoonde steeds meer dictatoriale trekjes. Daardoor werd de roep om democratie steeds sterker en nam de sociale onrust toe. Begin december voelden de militairen zich zo in het nauw gedreven dat ze besloten een gevarieerde groep mensen uit de Surinaamse intelligentsia op te pakken. Onder hen vakbondsleiders, journalisten en juristen. Bovendien werden persgebouwen en het onderkomen van een vakbond in brand gestoken. Bouterse had onbetwist de leiding over deze actie. Hij meldde de dag na de arrestaties de Raad van Ministers dat er ,,een aantal contrarevolutionairen'' was opgepakt. Later op de avond, de arrestanten zaten toen al uren gedetineerd in Fort Zeelandia, hield hij een tv-toespraak waarin hij een aantal maatregelen afkondigde, waaronder sluiting van scholen en een verschijningsverbod van diverse media.

Vlak daarna werd op tv een `bekentenis' vertoond: de zwaar gehavende journalist J. Slagveer vertelde, duidelijk mishandeld en onder druk, dat er een coup aanstaande was. Ook zijn collega A. Kamperveen gaf op de radio een `vrijwillige verklaring'. Over zijn betrokkenheid bij deze `bekentenissen' heeft Bouterse niets gezegd. Wel stelt hij dat er die avond, in zijn afwezigheid, ,,waarschijnlijk zaken uit de hand zijn gelopen'' en de arrestanten zijn vermoord. Zelf heeft hij vakbondsleider Fred Derby van de dood kunnen redden. Het is dezelfde Derby die er nu door Bouterse van beschuldigd wordt dat hij een ,,spion'' was die de verhalen over de coup aan de militairen zou hebben doorgegeven, een verhaal dat Derby gisteren op een persconferentie met klem ontkende. Wel gaf hij aan dat hij ervan overtuigd is dat Bouterse al die tijd in Fort Zeelandia is geweest. Overigens zijn er geen betrouwbare getuigenissen die bevestigen dat de bevelhebber zelf gemoord zou hebben. Ook Derby heeft zich daar nooit over uitgelaten. Wel zegt hij gesproken te hebben met Paul Bhagwandas, die gezien wordt als `de beul' van het gebeuren en enkele jaren geleden overleed.

Bouterse's `onthullingen' leveren vooral nieuwe vragen op. Waarom zou de ex-legerleider in de gespannen situatie van 8 december 1982 het Fort verlaten hebben? Waarom mocht er geen sectie worden verricht en kon het lichaam van F. Wijngaarde, het enige slachtoffer met de Nederlandse nationaliteit, niet naar Nederland worden overgebracht? De vragen gaan trouwens verder dan alleen de figuur van Bouterse: Wat was bijvoorbeeld de rol van een aantal linkse burgeradviseurs, die ook wel de `intellectuele daders' worden genoemd?

Inmiddels loopt de spanning op. Bouterse heeft gedreigd dat ,,een onderzoek een erge nachtmerrie kan worden''. President Venetiaan speculeerde dit weekeinde openlijk op het feit dat Bouterse ,,criminele activiteiten'' in de zin zou hebben om dat onderzoek te frustreren. Zo worstelt Suriname met wat wel `een collectief trauma' is genoemd, maar waarover veel Surinamers zeggen dat het óók een noodzakelijk reinigingsproces betreft.

Fort Zeelandia?

    • Joost Oranje