`Niet alleen terug naar Cuypers'

Op zijn eerste werkdag als Rijksbouwmeester mocht Jo Coenen een groot project presenteren: de `shortlist' van zeven architecten voor de nieuwbouw van het Rijksmuseum.

,,Alle zeven, gevraagde architecten hebben op verrassende wijze onverwachte dingen laten zien. En ze maken beslist geen leuke vormen die behaagziek zijn. Aangezien deze competitie gaat om de vraag wat architectuur kan betekenen, is onze keuze juist op hen gevallen.''

Dat zegt de rijksbouwmeester Jo Coenen (Heerlen, 1949). Gisteren, de dag vòòr zijn eerste werkdag, presenteerde hij in Den Haag samen met zijn voorganger Wytze Patijn de shortlist van drie Nederlandse en vier buitenlandse architecten die in aanmerking komen voor de honderden miljoenen kostende renovatie van het Rijksmuseum in Amsterdam, een gebouw van P.J.H.Cuypers uit 1885. ,,Ja, twee rijksbouwmeesters tezamen, dat was een unieke gebeurtenis'', aldus Coenen. Hem wachten nog meer grote projecten. Voor de nieuwbouw van de Rijksdienst Monumentenzorg en de Rijksdienst Oudheidkundig Bodemonderzoek, Amersfoort, moet een architectenkeuze gemaakt worden. En er staan in Den Haag renovaties van een flink aantal ministeries op stapel, vertelt hij.

In zijn toelichting op de zeven genomineerden benadrukt Coenen de drie belangrijkste aspecten van hun opdracht: de relatie tussen het bestaande gebouw en de nieuwe elementen, de subtiliteit en bescheidenheid om het bestaande met het nieuwe te verrijken, en de nieuwe organisatie van het Rijksmuseum, met de ontsluiting zijn binnenhoven, helder te maken looplijnen en nieuwe auditorium. ,,We gaan niet alleen `terug naar Cuypers', er zijn ook andere ingrepen nodig.'' Het masterplan van H.J.M. Ruijssenaars, die vanwege een `botsing van karakters' met Rijksmuseum-directeur Ronald de Leeuw, vorig jaar november ontslag nam, fungeert nog steeds als een van de bouwstenen van de huidige visie op het museum. Bij een recenter onderzoek van de Rijksgebouwendienst is het museale programma van eisen nader aan de orde gesteld.

Coenen, die zelf onder veel meer het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam ontwierp, heeft het geluk, zegt hij, alle zeven genomineerden en hun werk te kennen. ,,Paul Chemetov heeft in Parijs een groot gebouw als het ministerie van financiën en het betoverende Musée d'Histoire Naturelle vormgegeven, maar ook een zwembad met een zeer bijzondere structuur onder de Hallen. Hij is een belangrijk docent en hij schaamt zich er niet voor om ook opdrachten uit te voeren waar zogenaamd geen eer mee te behalen valt.''

Opvallend enthousiast blijkt Coenen over het zeer nauw samenwerkende duo Cruz&Ortiz uit Sevilla, dat voor het middeleeuwse centrum van die stad lichtovergoten binnenhoven ontwierp en zo'n zelfde geslaagde combinatie van oud en nieuw liet zien bij de bouw van het maritieme museum van Cadiz, nabij het oude bastion. ,,Alles is rust, niets is schreeuwerig, en die strenge beheersing samen met hun materiaalkennis en hun afwerking, maakt het werk edel. Ze hebben de cultuur in klassieke zin geabsorbeerd. Ze maakten trouwens ook het Spaanse paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Hannover. Gaat u toch eens naar Sevilla!''

Diezelfde waardering geldt, aldus Coenen, ook voor de nieuwbouw van Hubert Jan Henket, het Van Beuningen-paviljoen in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en het Teylers Museum in Haarlem. Hij prijst diens eenvoud en zelfbeheersing ,,om niet alles op te dissen en ook niet modieus te zijn.'' Kandidaat Erik Knippers heeft bij de renovatie van de Utrechtse schouwburg van architect Dudok zowel verrassend materiaal toegepast alsook met glas nieuwe perspectieven aan diezelfde locatie verstrekt. Bij de ontwerpen van Cees Dam (Stopera, Amsterdam), zegt Coenen, steeds weer het talent te herkennen om een ruimte te organiseren. ,,Bovendien heeft hij een liefde voor het interieur en in een mate die je niet vaak bij anderen tegenkomt.'' Heinz Tesar van het gelijknamige bureau in Berlijn en Wenen, werkte in de jaren zeventig als stagiair in Amsterdam en buigt zich nu over de renovatie van het Berlijnse Museuminsel, met name het Boden Museum, en het Schloss Dresden. ,,Dat Museuminsel-project is zo bijzonder dat het zich laat meten met het Guggenheim Museum van Frank Gehry in Bilbao. En verder maakt Tesar, door Dresden met een belangrijke prijs onderscheiden, meubelontwerpen en tekeningen die zo kunstzinnig zijn dat ze als kunstwerken kunnen worden beschouwd.'' Ook de Italiaan Francesco Venezia, tenslotte, heeft er blijk van gegeven de geschiedenis met de nieuwe tijd te kunnen verbinden door oude ruïnes in het zuiden van Italië zo verrassend nieuw te maken, zonder afbreuk te doen aan het bestaande, dat alleen een goed observeerder de subtiele sporen van onderscheid achterhaalt die hij heeft nagelaten. ,,Venezia let vooral op vakmanschap, en daar vallen ook de details van zijn schoenen onder'', aldus Coenen.

    • Marianne Vermeijden