Intifada economische ramp voor Palestijnen

De nieuwe intifada haalt een forse streep door de economische groei in de Palestijnse gebieden. Ook Israël krijgt economische klappen. Nieuwe inflatie dreigt en het geweld is de doodsteek voor het toerisme. Maar door de sterk gestegen hightechindustrie kan Israël wel tegen een stootje.

Een paar weken geleden was de Palestijnse minister dr Sa'di Al-Krunz nog optimistisch gestemd over de vooruitzichten voor de Palestijnse economie. ,,We groeien weer gestadig'', zei hij in Gaza bij de ontvangst van een grote delegatie van ondernemers uit het buitenland die een economische conferentie bijwoonden van het Peres-vredescentrum in Tel Aviv.

Het feitenboek van de CIA stelt de economische groei van de Palestijnse gebieden op 4,5 procent in 1999. De Israëlische minister van Financiën, Avraham Shohat, glunderde in die dagen voor het uitbreken van de Palestijnse Al-Aksa intifada ook van tevredenheid. Zijn economische indicatoren wezen de weg uit het dal van een lange recessie. Trekpaard vormde de snel groeiende export van de hightech-industrieën die dit jaar in de richting gaat van 30 miljard dollar. De Israëlische economie zou dit jaar met vijf procent en misschien meer groeien en zou met een bruto nationaal product van circa 110 miljard dollar dertig maal groter worden dan die van de Palestijnse gebieden.

De ministers Krunz en Shohat is sedert eind september de tweede Palestijnse intifada uitbarstte – de eerste duurde van 1987 tot 1993 – het lachen vergaan. De hoop van nog maar een paar weken geleden is door de oorlogstoestand in beide kampen omgeslagen in pessimisme. Als de groei van de Israëlische economie in 2001 onder de invloed van de intifada tot drie procent terugvalt – en dat is verwachting – valt het bruto national product 2,4 miljard dollar lager uit. Aanzienlijk hogere defensie-uitgaven en fors lagere inkomsten uit belastingen bezorgen de top van het ministerie van Financiën in Jeruzalem hoofdpijn. Door de stijgende uitgaven en lagere inkomsten dreigt de inflatie weer de kop op te steken. Israël heeft er een recessie voor over gehad, afgedwongen door een buitengewoon hoge rente, om het inflatiegevaar te bezweren en de shekel te stabiliseren.

Minister Shohat zegt dat de Israëlische economie de laatste jaren zo sterk is geworden dat de pijn van de Palestijnse opstand lang kan worden gedragen. De ,,nieuwe hightech-economie'' heeft er ondanks de tv-beelden van dagelijks geweld minimaal last van. Buitenlandse investeerders slaan (nog) niet op de vlucht en zien nog grote winsten in deze bloeiende bedrijfstak. Hightech is onafhankelijk van goedkope Palestijnse arbeid en de producten ervan gaan de wereldmarkt op. Daarentegen krijgt de ,,oude economie'' zware klappen. Het toerisme naar Israël en daardoor ook naar de Palestijnse gebieden is in doodsnood. Het advies van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken aan Amerikanen Israël en de Palestijnse gebieden te mijden is een nagel aan de doodskist van deze bedrijfstak. In Nazareth zijn vier schitterende hotels, een jaar geleden geopend voor het bezoek van de paus, gesloten. Het kersttoerisme naar Nazareth en Bethlehem, dat voor beide steden een hoogtepunt moet zijn, laat het afweten. In de geboortestad van Jezus is een toerist een zeldzaam verschijnsel geworden. Reizen naar Israël en de Palestijnse gebieden worden niet meer geboekt, maar massaal afgezegd. Toeristen willen rust en geen fluitende kogels horen of bloed zien. De Palestijnse stad Bethlehem zal, als de rust niet terugkeert, het komende jaar 700.000 toeristen mislopen die natuurlijk ook Israël zouden hebben aangedaan.

De oorlogstoestand tussen Israël en de Palestijnse gebieden knijpt de economische verstrengeling tussen beide economieën heel pijnlijk af. Omdat de Palestijnse economie zoveel kleiner is dan die van Israël komen de klappen bij de Palestijnen veel harder aan dan in de joodse staat. Naar schatting werkten voor het uitbreken van de onlusten op 28 september 120.000 Palestijnen legaal en illegaal in het Israëlische economische circuit. Daaraan is om veiligheidsredenen en als economisch drukmiddel op de Palestijnse leider Yasser Arafat door Israël een einde gemaakt.

Als gevolg daarvan lijden vooral de Israëlische bouwnijverheid en landbouw zware verliezen. Slechts 6.000 Palestijnen werkten in de Israëlische industrie.

Boeren en aannemers schreeuwen moord en brand om tienduizenden buitenlandse arbeiders te mogen ,,importeren'', het liefst uit Thailand en China, maar Roemenië en Polen is ook goed. Terwijl niet-geplukte tomaten en bloemen verrotten op de velden en in de broeikassen en de bouw stil komt liggen omdat de gespecialiseerde Palestijnse bouwvakkers gedwongen wegblijven, wil de Israëlische regering om zionistische en sociale redenen niet nog meer buitenlandse arbeiders aantrekken. Er zijn er misschien al meer dan honderdduizend als het niet tweemaal zoveel is.

Minister van Financiën Shohat wil eerst zoveel mogelijk van de meer dan 170.000 Israëlische werklozen inschakelen. Maar waarom zou een arbeider die wegens de sluiting van de fabriek werkloos werd bloemen gaan plukken als de werkloosheidsuitkering hoger is dan hij in het zweet in de kassen kan verdienen? Dit probleem van de welvaartstaat is met de stijging van de levensstandaard en verzanding van het zionistische ideaal ook een Israëlisch vraagstuk geworden.

Afgezien van deze objectieve moeilijkheden hangt er over Israël ook een angstpsychose. De levenslustige en graag geld uitgevende Israëliërs zitten uit het veld geslagen door de plotselinge omslag van vredeshoop naar oorlogsgevaar verslagen gekluisterd voor de tv. Uitgaan is er vrijwel niet meer bij. Uit angst voor Palestijnse zelfmoordaanslagen blijven ze weg uit de grote, moderne koopcentra. De verkoop van auto's is plotseling met vijftig procent gedaald. Het binnenlands toerisme staat op een laag pitje, met het zonnige Eilath in het zuiden als uitzondering. ,,Ik heb mijn man nog nooit zo depressief gezien'', klaagt een vrouw. Een vrouw die haar geld aan de beurs van Tel Aviv belegde, weet niet meer waar ze het zoeken moet. Haar aandelen zijn in korte tijd met 20 procent gezakt.

De Palestijnse economie maakt door de afsluiting die Israël de Palestijnse gebieden sedert 28 september heeft opgelegd, buitengewoon zware tijden door. Als gevolg van gevechten tussen Israëlische troepen en Palestijnse demonstranten, het opzetten van barricades en blokkades en daarmee gepaard gaande langdurige veiligheidsondervragingen door Israëlische militairen, is de economische activiteit in de Palestijnse gebieden verlamd. Volgens een zojuist gepubliceerd rapport van de speciale coördinator van de VN komt dat de Palestijnse economie te staan op een verlies van 8 miljoen dollar per dag. Dat de Israëlische arbeidsmarkt voor de Palestijnen is gesloten, kost de Palestijnen volgens dit rapport 3.4 miljoen dollar per dag. De opstellers van dit rapport komen tot de conclusie dat de Palestijnse economie in de periode van 28 september tot 19 oktober 186.2 miljoen dollar heeft verloren. Dat is ruim drie miljoen dollar meer dan de giften die het Palestijnse zelfbestuur van Yasser Arafat in de eerste zes maanden van dit jaar van de donorlanden heeft gekregen.

Het sociale effect van de oorlogstoestand op de Palestijnse bevolking is rampzalig. De werkloosheid in de Palestijnse gebieden is door de afsluiting van de Israëlische arbeidsmarkt omhoog geschoten van 11 naar 30 procent. In de strook van Gaza is volgens diplomaten geen cement meer, waardoor de bouw daar volkomen stil is komen te liggen. Dat kan echter ook het gevolg zijn van het Palestijnse besluit om Israëlische bedrijven te boycotten. Twintig procent van de productie van de grootste Israëlische cementfabriek in Nesher ging naar de Palestijnse gebieden.

De VN voorzien, indien de afsluiting van de Palestijnse gebieden door Israël aanhoudt, verpaupering van de Palestijnse bevolking. Israëlische deskundigen wijzen dat proces als de ideale voedingsbodem aan voor de groei van het islamitisch fundamentalisme. Hamas en de islamitische jihad plukken daarvan de vruchten waarvoor Israël vaak in bloed de prijs moet betalen. De ,,militaire'' situatie tussen Israël en de Palestijnen heeft reeds tot een de facto scheiding van de Israëlische economie van de Palestijnse geleid. Dat is volgens economen aan beide kanten van de ,,grens'' een onnatuurlijke situatie omdat het gebied tussen de rivier Jordaan en de Middellandse Zee, waarbinnen Israël en de Palestijnse gebieden liggen, in tal van opzichten een onverbrekelijke eenheid is.

Palestijnse leiders hebben consequent een onderscheid gemaakt tussen politieke onafhankelijkheid en integratie van de Palestijnse economie met Israël. Dat was ook de visie van ex-premier Shimon Peres, die deze integratie onderbracht in een ruimer regionaal perspectief onder de naam ,,het nieuwe Midden-Oosten''.

Premier Ehud Barak, die als ex-chef-staf meer militair dan politiek-economisch denkt, breekt dat idealistische idee af onder de druk van de Al-Aksa intifada. Hij streeft naar scheiding van Israël van de Palestijnse staat in wording. ,,Wij hier, zij daar'' is zijn slagzin. Voor de Palestijnen is deze nieuwe Israëlische economische conceptie, die door veiligheidsoverwegingen wordt ingegeven, traumatisch. Zij beseffen ten volle dat de Palestijnse economie voor haar ontplooiing is aangewezen op de veel grotere Israëlische economie. De Palestijnse afhankelijkheid van Israëlische import blijkt uit de volgende Amerikaanse cijfers: in 1997 voerde Israël voor een bedrag van 1,6 miljard dollar uit naar de Palestijnse gebieden, dat was toen tien procent van de totale Israëlische export. Israël exporteerde toen meer naar de Palestijnse gebieden dan naar Engeland en Duitsland.

Israëlische economen, industriëlen en politici van naam oefenen scherpe kritiek uit op het plan van Barak voor het geval een politieke oplossing niet haalbaar blijkt. In dat geval zal Israël geïsoleerde nederzettingen in bezet gebied ontruimen en de Palestijnen een kaart opleggen die erg veel lijkt op de vredesvoorstellen die Barak in Camp David aan Arafat voorlegde. De ,,nieuwe grenzen'', waarbinnen de grote nederzettingenblokken liggen, zullen volgens deze conceptie hermetisch van de Palestijnse staat worden afgescheiden. Misschien door een elektronisch beschermd hekwerk met douaneposten voor handel en verkeer. Volgens radio Israël kost de aanleg van zo'n onnatuurlijke grens twee miljard dollar.

Israëls gezaghebbende blad Ha'aretz waarschuwde onlangs in een hoofdartikel voor uitvoering van Baraks idee Israël hermetisch van de Palestijnen te scheiden. ,,Economische coöperatie met de Palestijnen is geen gift die Israël hun schenkt, maar een duidelijk gezamenlijk belang. Economische samenwerking schept krachten en belangen aan beide kanten die er op zijn gebrand eerlijke en vredelievende relaties te onderhouden.''