Hier heeft gewoond

Niet de Bontekoe van de `scheepsjongens' (die heette Willem IJsbrandtsz en kwam uit Hoorn) maar Cornelis, geboren in Alkmaar. Hij stamde uit een geslacht van apothekers en leerde ter plaatse het vak van chirurgijn. Dat was een half-medische figuur, die zich uitsluitend met de buitenkant van het menselijk lichaam – gebroken benen en dergelijke – bezighield en nogal laag stond aangeschreven.

Maar de aspiraties van Bontekoe reikten verder. Hij wilde zich in het gilde van de echte doctoren voegen, ter genezing van inwendige ziekten, en ging voor dat doel studeren in Leiden. Hij bracht het er goed van af, promoveerde en vestigde zich aan de Oudegracht in Alkmaar, waar hij een bloeiende praktijk opbouwde, mede door de toepassing van nieuwe geneesmethoden.

In de 17de eeuw ontstond als gevolg van de groeiende wereldhandel een grote belangstelling voor exotische medicijnen, die de schepen van de Oost- en West-Indische Compagnie op hun terugvaart meebrachten. Dat waren onder andere perubalsem, kinabast tegen koorts en thee. Die huiselijke drank werd destijds als medicijn beschouwd en sterk aanbevolen door een beroemd man als dokter Nicolaas Tulp. De grootste voorstander echter was Cornelis Bontekoe, die de mensen stimuleerde om voor een goede gezondheid veertig (40!) koppen per dag te drinken.

Dit bracht hem in conflict met de apothekers, die nog een andere grief tegen Bontekoe hadden: hij maakte zijn eigen medicijnen, omdat hij afkerig was van het toen gebruikelijke aderlaten. De `theedokter', want zo was hij gaan heten, werd het voorwerp van afgunst en achterklap, die tot een soort hetze uitgroeiden. Door dit alles liep zijn praktijk achteruit en zag hij zich genoodzaakt Alkmaar te verlaten.

Later vestigde Bontekoe zich in Berlijn, waar hij in hoog aanzien kwam te zijn. Hij schopte het zelfs tot lijfarts van de keurvorst van Brandenburg. Op 13 februari 1685 overleed hij na een ongelukkige val, die hem zwaar schedelletsel toebracht. Daar was geen kruid, zelfs geen thee, tegen gewassen.