`Franse' bariton

De bariton Bernard Kruysen, die gisternacht op 67-jarige leeftijd plotseling overleed, was een internationaal befaamd zanger, vooral bekend in het Franse repertoire. Kruysen was dan ook in Franse sfeer opgevoed: geboren op 28 maart 1933 in het Zwitserse Montreux en opgegroeid aan de Middellandse Zee in Le Lavandou. Tijdens de oorlog zat de jonge Kruysen bij de maquis, het Franse verzet. Later studeerde hij met een beurs van de Franse regering bij Pierre Bernac en trad hij op met de componist Francis Poulenc als begeleider. Zijn Franse verleden aan de Méditerranée verliet Kruysen nooit: hij was een verwoed diepzeeduiker, maakte onderwaterkleurenfilms en was Nederlands kampioen onderwaterjagen.

Terug in Nederland begon hij als zoon van de kunstschilder Antoon Kruysen een na drie jaar afgebroken studie aan de Haagse Academie voor beeldende kunst, daarna was hij reclametekenaar. Uiteindelijk koos Kruysen voor het vak van zijn stiefvader, de Belgische bas Hubert Raidich, verbonden aan de Brusselse Muntschouwburg en de Metropolitan Opera in New York. Op het Haagse Koninklijk Conservatorium bezocht hij de operaklas, omdat het de beste opleiding was, hoewel hij zich vooral liedzanger voelde. Hij won in 1958 de tweede prijs op het Internationaal Vocalistenconcours in Den Bosch en zong in 1959 kleine rolletjes bij de Nederlandse Opera. In dat jaar won hij in Parijs ook de Prix d'excellence de la mélodie Française en de eerste prijs op het concours Gabriel Fauré. In 1962 kreeg hij als eerste Nederlandse zanger in Parijs een Grand Prix du Disque voor een Debussy-plaat. Ook in 1964 kreeg hij deze prijs en hij werd uitgeroepen tot `beste vertolker van het Franse lied'.

Pas in 1962 brak Kruysen door in eigen land met twee recitals in het Holland Festival. ,,Een superieur zanger'', schreef Hans Reichenfeld in 1969 in het Algemeen Handelsblad over de lyrische bariton met zijn onopgesmukte voordracht in een gevarieerd recital met de fijnzinnige Ravel, de demonische Moesorgski en de desolate Schubert.

Kruysen had veel activiteiten en uitdagingen buiten de kunst nodig. Hij leidde op verzoek van de Spaanse regering een expeditie om Romeinse scheepswrakken te onderzoeken, hij was lid van een schietvereniging en hield van ruig leven en trainen. ,,Lichamelijk gehard, maar vooral niet geestelijk.'' Eén keer, zei hij, had hij de fout begaan om te zingen met mooie, behaagzieke nootjes. ,,Idioot'', zei hij tegen zichzelf, ,,waar ben je nou in godsnaam mee bezig, toch niet met muziek?''

Kruysen was ambivalent over het zangersvak. Net als zijn stiefvader vond hij zingen een hondenbestaan. ,,Maar je zingt omdat het je plicht is, je bent ervoor geboren. Zingen is moeilijk, ik zie het eigenlijk niet als een vak. Jammer alleen dat je je brood ermee moet verdienen.''