For Real toont pracht en ontluistering

De tentoonstelling For Real in het Stedelijk Museum in Amsterdam is een grap. Een grote grap en een goeie ook. Je zou het ook een artistiek statement kunnen noemen. Of een provocatie, die om uitleg vraagt.

For Real is de vierde aflevering van een reeks tentoonstellingen waarin de aankopen van de Gemeente Amsterdam worden voorgesteld. Daartoe werden begin dit jaar, in diverse kranten, kunstenaars opgeroepen dia's van hun werk in te sturen. Een jury, waarin onder anderen de Stedelijk-conservatoren Martijn van Nieuwenhuyzen en Hripsimé Visser, maakte uit de zeshonderd inzendingen een selectie van 29 kunstenaars, die op For Real worden getoond.

Maar dan begint het. Na het `voorwerk' komt de directeur van het Stedelijk kijken, om te bepalen welke werken uit de tentoonstelling zullen worden aangekocht. Dat is een ernstige zaak, zijn komst wordt zowel in de catalogus als bij de ingang van For Real apart gememoreerd. Die directeur, voor alle duidelijkheid, is Rudi Fuchs. En voor hem moet For Real de hel zijn.

Fuchs heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij een liefhebber van schilderkunst is. Van Duchamp en zijn traditie houdt hij niet, met jonge kunst heeft hij ook niet veel. Maar het uitgangspunt van For Real is nu juist het feit dat de grenzen tussen de kunst- en de echte wereld vervagen. Jonge kunstenaars begeven zich in de wereld van reclame, internet en entertainment. Ze maken websites, organiseren veilingen, eentje trad er bij de opening van For Real zelfs in het huwelijk – als kunstwerk. Niks voor Fuchs, maar door die aankondiging dat hij hier gaat kiezen, ga je je bijna automatisch met hem identificeren. Alsof For Real zelf een groot kunstwerk is. Als toeschouwer kreeg ik het er al knap warm van.

Niet dat For Real een slechte tentoonstelling is, het is vooral een moderne tentoonstelling. Zo zitten er diverse performances bij die al hebben plaatsgevonden en waar je als toeschouwer alleen de resten nog van kunt zien, wat altijd een wat droevige ervaring is. Er is ook veel video en fotografie die balanceert op de grens van werkelijkheid en enscenering. Daarvan is er zoveel (Vivianne Sassen, Martine Stig, Julika Rudelius, Marike Schuurman, André Homan, Elspeth Diederix) dat het tot een vette truc verwordt – en je bidt dat Fuchs hier alsjeblieft doorheen kijkt.

Lastiger is het dat de gerenommeerdste kunstenaars, die Fuchs blind zou moeten kunnen aanschaffen, met hun zwakste werk komen. Het droevigste is het lot van Liza May Post. Zij toont het filmpje Trying. Daarin probeert een tuttig gekleed meisje met grijze pruik via een stijgbeugel op de rug van een olifant te klimmen. Dat mislukt, natuurlijk, maar het probleem is dat je geen moment gelooft dat ze het echt probeert. Ze rijdt maar wat halfslachtig tegen die olifant op – er is geen spanning, geen tragiek, alleen maar sulligheid. Hetzelfde geldt voor Meschac Gaba, waarschijnlijk de getalenteerdste kunstenaar op For Real. Hij trad op de opening in het huwelijk, en dat was vast een heel feest, maar de resten die nu worden tentoongesteld zijn vooral ontluisterend.

Gelukkig toont een aantal andere kunstenaars zich juist van zijn sterkste kant. Fotograaf Hans Aarsman, die enkele jaren op low active stond, komt met een paar prachtige snapshot-achtige portretten. Vooral die van een meisje dat in de trein tegenover hem zit te lezen en die hij recht in haar kruis heeft getroffen is subliem in al z'n confronterende gêne. Ook Femke Schaap verdient het via For Real de collectie van het Stedelijk te halen. Schaap werkt al een aantal jaren aan een heel eigen project: ze projecteert filmpjes op kale `decors', die daardoor ineens driedimensionaal verbeelde verhalen worden. Op For Real zien we een jongetje dat zich achter een wasmachine verborgen houdt voor de buitenwereld. Af en toe, als zijn grootvader of -moeder hem komen zoeken, gluurt hij even snel om de hoek.

Het waarachtigste For Real-werk komt van Germaine Kruip. Ze bouwde een stevige trap die je anderhalve meter boven de grond brengt, recht voor een van de grote ramen van het Stedelijk. En hoe flauw dat ook klinkt: het werkt uitstekend. Je staat anderhalve meter boven de straat en kijkt door een grote ruit uit over een van de drukke kruispunten van Amsterdam. Net een film, maar dan echter, want de acteurs kijken terug – waardoor ook hier de gêne je bekruipt.

Aan Aarsman, Kruip, Schaap en ook Barbara Visser kan Fuchs zijn geld goed besteden. Maar dan heeft de jury nog een addertje voor hem onder het gras gelegd. Op For Real hangt namelijk precies één schilder: de Zweed Pär Strömberg. Om Fuchs' dilemma te benadrukken is Strömberg perfect. Zijn werk is behoorlijk geschilderd, maar het is ook een amalgaam van alle modieuze schilders van het moment – een flinke schep Tuymans, een pollepel Zandvliet en een vleugje Raedecker. Daar sta je dan, als directeur van het Stedelijk. Eén schilder om uit te kiezen, en die ene schilder is een epigoon. Wat een baan.

Tentoonstelling: For Real. Stedelijk Museum, Amsterdam. Di t/m zo 11-17u. T/m 10 december. Catalogus: 160 blz. Prijs ƒ55,-

    • Hans den Hartog Jager