Europa's Baskenland

DANTESKE SCÈNES afgelopen maandag in de straten van Madrid. Een straat als na een bombardement, onherkenbaar vervormde auto's, een uitgebrande stadsbus, verkoolde lichamen. Drie doden, meer dan zestig gewonden. Opnieuw sloeg de Baskische afscheidingsbeweging ETA toe. Sinds het hervatten van het geweld begin dit jaar hebben de moordaanslagen van de ETA negentien slachtoffers geëist.

Het effect hiervan is desastreus, vooral in Baskenland zelf. Vastgesteld moet worden dat de fundamentele democratische rechten in deze regio van Spanje niet langer gewaarborgd zijn. Clubjes aan de ETA gelieerde jongeren terroriseren als politieke hooligans met molotov-cocktails huizen, bedrijven en boekhandels van niet-nationalisten. De Baskische regiopolitie, de Ertzaintza, verricht zelden arrestaties. De lokale rechterlijke macht staat merkbaar onder druk van angst en onzekerheid. Een meerderheid van de Basken is te bang om aan politiek te doen. Of vlucht. De zanger Imanol, de schrijver Jon Juaristi, wetenschappers als de hoogleraren Azurmendi en Portillo, journalisten, activisten in de vredesbeweging, familie van slachtoffers. Nieuwe ballingen die vaak jarenlang de moed opbrachten openlijk stelling te nemen tegen de terreur van de ETA en het nationalisme in het algemeen.

HET IS DE REGIONALE minderheidsregering van de `gematigde' Baskisch-nationalistische partij PNV die een zware medeverantwoordelijkheid voor deze situatie draagt. De PNV – al meer dan twintig jaar aan de macht in Baskenland – sloot twee jaar geleden een contract met de ETA. Inzet was een nationalistisch front dat de stichting van een Groot-Baskische staat nastreeft met uitsluiting van de niet-nationalistische partijen. In ruil hiervoor zou de ETA definitief de terreur stopzetten. Was deze exclusieve overeenkomst al dubieus genoeg, twee jaar later kan van een dramatische politieke blunder gesproken worden. Maar de PNV, en vooral haar leider Xavier Arzalluz, weigert enige politieke consequenties uit dit falen te trekken. Arzalluz treedt niet af, de PNV-minderheidsregering weigert nieuwe verkiezingen uit te schrijven.

Dezelfde Arzalluz maande, nota bene vanuit een dorpje aan de Franse kant van Baskenland, op aangebrande toon de Europese regeringsleiders bij de top van Biarritz om niet de andere kant op te kijken als het Baskische probleem ter tafel kwam. Het was een politieke kwestie, het zelfbeschikkingsrecht van de Groot-Baskische natie diende erkend te worden. Andermaal dubieus stuntwerk, aangezien er in de betrokken gebieden, Frankrijk in het bijzonder, bij lange na geen meerderheid bestaat voor een dergelijke natievorming. Maar in één ding had Arzalluz ongewild gelijk: Europa zou, net als de Verenigde Staten in het geval van het conflict in Noord-Ierland, vanuit zijn historische achtergrond een zekere rol kunnen spelen. In de eerste plaats door de Baskische regioregering van de PNV in onomwonden termen duidelijk te maken dat deze partij zich in een Europees isolement plaatst door zich te radicaliseren richting ETA. En door te eisen dat de democratische rechtszekerheid van Europese burgers in Baskenland gegarandeerd moet zijn.

ANDERZIJDS LIJKT enig masseerwerk op zijn plaats bij de regering in Madrid. Premier Aznar herhaalt na iedere aanslag dat hij niet zal zwichten voor de terreur en de zege uiteindelijk voor de rechtsstaat zal zijn. Op zichzelf argumenten die hout snijden. Maar ook een mantra die steeds minder overtuigt bij het bezweren van het geweld. Het is vooral de rigide toon van Madrid die de zaak op dit moment al bij voorbaat muurvast lijkt te zetten. Eenvoudig is het niet, maar ook binnen de marges van de rechtsstaat en zonder antidemocratische politieke concessies moeten mogelijkheden worden verkend voor onderhandelingen. Die zullen vooral liggen op het gebied van de honderden ETA-commando's en -activisten die nu in de Spaanse gevangenissen zitten. Veel meer kan er voor het radicale nationalisme onder de huidige omstandigheden niet in zitten.