Hof buigt zich over anonieme bronnen

Het Amsterdamse gerechtshof heeft zich gisteren de hele dag verdiept in het journalistieke leerstuk van de anonieme bronnen.

Op verzoek van de advocaten Bakker Schut en Van der Plas, die de eerder wegens betrokkenheid bij wapenhandel veroordeelde Mink K. bijstaan, hoorde het hof acht journalisten als getuige over hun berichtgeving over deze zaak. De redacteuren van Vrij Nederland, het NOS-journaal, Nieuwe Revu, De Telegraaf en Spits hebben het afgelopen jaar allemaal bericht dat de Amsterdamse politie in de verslaglegging van een enorme wapenvondst zou hebben gelogen. Niet wateroverlast maar een tip van een inlichtingendienst die een informant zou willen afschermen zou de politie op het spoor hebben gezet van wapenhandelaren.

Spits-journalist Koen Voskuil werd vorige maand gegijzeld omdat hij zijn bron niet wilde prijsgeven. Vervolgens werd het hof gewraakt. Het nieuwe hof, onder voorzitterschap van T. van Hart-ingsveldt, koos een andere tactiek. In de verhoren werd niet geprobeerd te achterhalen wie de journalisten als bron gebruiken, maar hoe zij te werk gaan. Wie toetst de kwaliteit en de identiteit van de bron en wordt er betaald voor informatie, waren vragen die de journalisten kregen voorgelegd om zo een oordeel te kunnen vellen over de betrouwbaarheid van hun berichtgeving.

John van de Heuvel, die als misdaadverslaggever van De Telegraaf gewag had gemaakt van een rol van inlichtingendiensten in het onderzoek naar Mink K., vertelde dat hij gebruik maakt van vaste contacten bij de Amsterdamse politie. Het gaat volgens hem om voormalige collega's uit de periode dat hij zelf werknemer was van het Amsterdamse politiekorps.

Lex Runderkamp van het NOS-journaal legde het hof uit dat meer dan twee bronnen van Defensie en Justitie hebben verteld dat Mink K. als informant werkte voor de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Het hof gaat 23 november verder met de behandeling van de strafzaak tegen Mink K. die gisteren opnieuw met een helm op zijn berechting volgde.