Een rekkelijk geloof

Ik herinner me dat we al twee of drie dagen voor diwali, het hindoestaanse lichtjesfeest, van vis of vlees moesten afblijven. Ook van dierlijke vetten, dus geen boter, kaas of pindakaas. Geen ei, dus ook geen cake of taart.

Voor een kind werd het leven ondraaglijk, maar het lichaam moest worden gezuiverd, legde mijn moeder uit, je moest rein zijn om tot de goden te mogen bidden.

Vlees was dus onrein, begreep ik hieruit, en onrein was lekker. Hoe onreiner, hoe lekkerder. De schapeningewanden die moslims aten noemden we vies, en ze waren waarschijnlijk lekker. Of bloedworst, wat de creolen maakten met peper en kruiden, gevuld in een varkensdarm, dat was zo vies dat het onwijs lekker moest zijn. En wat te denken van seks?

Godsdienst ging gepaard met zindelijkheid, met gewassen handen, gestreken kleren en de geur van wierook en zeep. Strikte regels en rituelen, een volgorde waarvan niet mocht worden afgeweken, afzien, onthouding, soberheid; onze goden hielden daar kennelijk van.

Als kind accepteerde je het, in de hoop dat je ouders gelijk hadden. Maar je moet behoorlijk hoopvol zijn om ook op latere leeftijd al het plezierige van het leven aan je voorbij te laten gaan.

Toen ik naar India kwam had ik verwacht dat godsdienst hier ongeveer net zo zou worden beleefd als in mijn jeugd: klinisch en vreugdeloos. Maar nu ik hier diwali heb meegemaakt, de belangrijkste religieuze gebeurtenis en het grootste feest van het jaar, moet ik zeggen dat Indiërs de tegenstelling tussen heiligheid en genot op geraffineerde wijze hebben opgeheven.

Het is niet te vergelijken met het Westerse kerstfeest. Als je op het pleintje van een Amsterdams winkelcentrum wordt herinnerd aan de geboorte van Christus door een stal, een kribbe, een beeldje van Maria en een geit en een ezel uit de plaatselijke kinderboerderij, dan is dat alleen bedoeld om in de stemming te komen. Het gaat om het kopen van kleren en kleine overbodigheden, het gaat om maaltijden met wijn en hapjes en grote hoeveelheden onrein vlees. Kerst is een commercieel festijn in een seculiere maatschappij, het heeft zijn oude betekenis verloren en heeft een nieuwe plaats gekregen in een moderne wereld, waarin je lol hebt met vrienden en familieleden, zonder last te hebben van de drama's en tragedies uit het begin van de jaartelling.

Zo is het niet in India. Er wordt wel geklaagd over de commercialisering van diwali, maar men bedoelt er iets anders mee. Weken voor het feest worden op verschillende plekken in de stad tenten opgezet, waarin priesters bidden en simpele maaltijden en zoetigheden worden uitgedeeld aan bedelaars en voorbijgangers. De klacht is nu dat de priesters worden gesponsord door bedrijven. De tent, de muziek en het uit te delen voedsel zijn mogelijk gemaakt door Colgate, Philips en Bajaj-scooters. Vroeger waren het individuele en anonieme rijken die alles betaalden – hoewel in India niets anoniem blijft – maar het feit dat bedrijven pronken met hun bijdrage aan de oude traditie schiet bij sommigen in het verkeerde keelgat.

Ook op andere manieren onttrekt diwali zich niet aan de markteconomie. Over de prijs van godsbeeldjes en aarden kommetjes waarin de lichtjes branden moest stevig worden onderhandeld. Vervolgens staan de vuilophaler, de straatveegster, de man van de plantsoendienst (die je natuurlijk nooit eerder hebt gezien), de postbode, de krantenbezorger, de schoonmaakster en degene die 's nachts de poort van de wijk afsluit in het gelid om hun diwali-bonus te incasseren. Denk niet dat je ze afwimpelt met een paar rupees. Een bankbiljet met minstens twee nullen moet worden aangeboden, door de heer des huizes, en uitsluitend in een gesloten enveloppe. Het is een gewoonte die misschien niet bestond in de tijd waarin de god Krishna de duivel versloeg waarna het die nacht licht bleef, maar als je met respect door het leven wilt in India, kun je die gesloten enveloppen beter uitdelen.

Het verhaal van Krishna en het eeuwige licht is trouwens maar één versie van het diwaliverhaal. Langzaam aan is het accent komen te liggen op een ander verhaal, dat van de godin Laxmi die met lichtjes moet worden verwelkomd, opdat ze je geluk brengt. En niet het geluk van een fijn gevoel of zo, maar het geluk van keiharde munten. Goden als Laxmi en Ganesha, met zijn olijke olifantenkop, zijn door en door kapitalistisch. Ze wensen je aandelen en obligaties toe, stijgende beurskoersen en hogere winsten. Ze helpen je bij speculaties en weddenschappen.

De overwinning van het goede op het kwade door Krishna is mooi, vinden de Indiërs, maar een flinke winst en een gewonnen weddenschap zijn beter. Daarom wordt diwali gevierd met gokspelen, dobbelpartijen, loterijen en toto's. Kaartspelen duren nachtenlang en op alles wordt gewed. Niet alleen op de komende cricketwedstrijd, maar ook op de vraag welk televisieprogramma de meeste kijkers zal trekken, wie premier Vajpayee zal opvolgen of welke film de grootste hit zal worden. De bookies van Delhi hebben ongeveer vijf miljoen gulden opgehaald bij mensen die op een van de twee films die op diwali in première gingen hebben ingezet.

De religieuze betekenis van diwali is dus niet verloren, maar veranderd. De mensen zijn niet opgehouden te geloven, ze geloven alleen op een andere, en ik zou willen zeggen een veel prettiger manier. Geloof is vertier geworden en je viert het zoals je wilt. Ieder persoon moet zijn eigen invulling geven aan de globale gedachte dat het gaat om goed of kwaad of rijkdom en armoede. De geloofsregels volgen de gelovigen, in plaats van andersom.

Het is zo'n voortreffelijke eigenschap van het hindoeïsme, deze flexibiliteit, de rekbaarheid, de souplesse, dat het doodzonde is dat een trend is ingezet in de andere richting. Orthodoxe hindoes, die steeds luider van zich laten horen, willen een strenger geloof. Het moet afgelopen zijn met de vrolijkheid. Het aanpassingsvermogen duidt volgens de dogmatici niet op kracht, maar op zwakte. Het moet weer sober en lijdzaam, met de tucht en orde als in mijn jeugd. Ik betwijfel of men zich het feestelijke van diwali zal laten ontnemen. Het effect zou heel goed kunnen zijn dat diwali juist helemaal los wordt gemaakt van zijn religieuze oorsprong en alleen als feest overblijft, net als kerst in het Westen. En ach, zo erg is dat niet.